Is Negatieve Inkomsten Belasting een acceptabele uitvoeringswijze voor Basisinkomen?

Facebooktwitterlinkedinmail

Negatieve inkomstenbelasting, mits goed uitgevoerd, is een acceptabele  uitvoeringsvariant van ‘normaal’ basisinkomen. Voordelen zijn dat de beeldvorming veel beter is (rijken krijgen geen geld overgemaakt, maar alleen belastingkorting) en de omvang van de geldstromen kan afnemen.
Nadeel is dat extra communicatie nodig is tussen belastingdienst, burger en de werkgever. Dat kan goed geregeld worden als we dat willen.

Zo nu en dan presenteert iemand vol overtuiging het idee van negatieve inkomsten belasting (NIB) als alternatief voor basisinkomen (BI). Dat leidt vaak tot heftige discussies met bijvoorbeeld als extreme en tamelijk slecht te overbruggen standpunten:

  • Basisinkomen is een slecht idee, want je geeft ook geld aan de rijken en dat doe je niet met negatieve inkomstenbelasting
  • Negatieve inkomsten belasting houdt rekening met je inkomsten, dat is dus niet onvoorwaardelijk en dus geen echt basisinkomen
  • Basisinkomen en negatieve inkomstenbelasting zijn identiek

 

De essentie van het idee van een Negatieve Inkomsten Belasting (NIB) is dat via de belastingdienst een basisbedrag voor iedereen ter beschikking komt, met dien verstande dat de fiscus dit verrekent met de belasting die je verschuldigd bent. Wie geen belasting hoeft te betalen wegens gebrek aan belastbare inkomsten, krijgt het basisbedrag uitgekeerd.

We nemen een simpel voorbeeld waarbij iedereen elke maand € 1.000 krijgt als basisbedrag en er een simpel belastingstelsel is (vlaktaks) waarin je van alle andere inkomsten 50 % af moet dragen aan de fiscus. Geen andere ingewikkeldheden zoals aftrekposten, heffingskortingen en toeslagen.

In een stelsel met BasisInkomen (BI) krijgt iedereen (bijvoorbeeld van de SVB, de Sociale VezekeringsBank) € 1.000. Wie € 1.000 verdient, moet € 500 belasting betalen en houdt dus € 1.500 in handen. Wie € 3.000 verdient, moet € 1.500 aan de fiscus af dragen en houdt dus € 2.500 in handen.
Als we met de NIB zouden werken, hoeft degene die € 1.000 verdient, niets af te dragen aan de fiscus, maar krijgt van hen € 500.
Degene die € 3.000 verdient, moet € 500 af dragen aan de fiscus en krijgt niks.
Het nettoresultaat is dus bij beide systemen hetzelfde.
Zie ook het artikel Twee verhalen over het basisinkomen van Ronald Mulder en de daarin gebruikte grafiek, die ook als illustratie bij dit artikel staat.

Dit voorbeeld kan ook meteen gebruikt worden om de bovengenoemde extreme standpunten toe te lichten:

  • Bij de NIB gaat er geen geld van de fiscus naar degenen met veel andere inkomsten. Ze hebben alleen een verminderde belasting.
    Zie bijvoorbeeld verwoord door Hein Vrolijk in twee artikelen op Sargasso (deel 1 en deel 2), ook verschenen onder het synoniem S. de Beter op de website Eco Simpel en in FTM. De auteur wijst terecht op de voordelen van deze benadering, met als hoofdpunten dat je geen geld overmaakt naar de rijken en dat er minder geld wordt rondgepompt.
  • De fiscus moet weten wat je andere inkomsten zijn om de regeling uit te kunnen voeren. Dat betekent dus dat het bedrag dat je via de NIB overgemaakt krijgt, niet onvoorwaardelijk is, want er wordt getoetst op de andere belastbare inkomsten.
  • De uitkomsten zijn alleen identiek, als belasting exact weet wat de andere inkomsten zijn. Maar dat is onuitvoerbaar bij fluctuerende inkomsten en grote mutaties, dus er zal vertraging optreden die later gecorrigeerd moet worden.
    De ervaring die velen hebben met het toetsen en achteraf corrigeren van recht op uitkeringen en toeslagen zal menigeen doen huiveren deze systematiek te vertrouwen.

 

Mijns inziens kunnen de genoemde extreme standpunten fors gerelativeerd worden.

  • Een voorstander als Vrolijk bagatelliseert ten onrechte de problemen die toetsing op het inkomen door de Belastingdienst kan veroorzaken.
  • Degenen die zeggen dat BI en NIB identiek zijn, hebben alleen gelijk als je strikt mathematisch kijkt. Maar het kan een wereld van verschil maken als je zonder meer iets krijgt of dat je bij een grillig patroon van andere inkomsten maar af moet wachten hoe de Belastingdienst dat verwerkt. En onderschat aan de andere kant ook niet de neiging van veel mensen om te voorkomen dat je actief geld aan de fiscus moet overmaken.
    De twee benaderingen kunnen dus tot totaal verschillend gedrag leiden.
  • De stelling dat door die toetsing een NIB dus geen onvoorwaardelijk basisinkomen is, is wel erg recht in de leer. Het basisbedrag is een onvoorwaardelijk trekkingsrecht. Dat er verrekend wordt is geen wezenlijke aantasting van dat recht.

 

Naar mijn idee is negatieve inkomstenbelasting, mits goed uitgevoerd, een acceptabele  uitvoeringsvariant van ‘normaal’ basisinkomen. Voordelen zijn dat de beeldvorming veel beter is (rijken krijgen geen geld overgemaakt, maar alleen belastingkorting) en de omvang van de geldstromen kan afnemen.
Nadeel is dat extra communicatie nodig is tussen belastingdienst, burger en de werkgever. Daar kunnen gemakkelijk fouten worden gemaakt, met alle ellende van dien als bureaucratieën fouten maken.

Dat nadeel moet, gezien de huidige praktijk, niet te snel onderschat worden. Met name het huidige stelsel van toeslagen (maar ook en aantal uitkeringen zoals de bijstand) kan bijzonder kwalijk uitpakken bij grillige andere inkomsten. Er zijn veel verhalen over lang moeten wachten op geld wat je hard nodig hebt, maar ook van forse terug te betalen bedragen met hoge boetes.
En helaas kan op dit moment onze Nederlandse Belastingdienst zoiets niet aan, zolang ze hun andere zaken niet op orde hebben. Maar dat is natuurlijk geen reden om niet toch alvast na te denken hoe het beter zou kunnen.

Eerst de hoofdlijn voor eenvoudige stabiele situaties
In het huidige stelsel houdt een werkgever (of een instantie die andere inkomsten verschaft, zoals een uitkering of een pensioen) een loonheffing in op het bruto loon en draagt dat na een maand af aan de Belastingdienst. Daarbij kan iedereen een werkgever (of instantie) aanwijzen voor een loonheffingskorting. Voor de werkgever is er een tabel met in te houden bedragen, zowel met als zonder loonheffingskorting. In het zeer eenvoudige geval van een belastingtarief van 50 % en een IB in de vorm van een NIB van € 1.000 per maand is de tabel ook heel simpel. Zonder loonheffingskorting is de af te dragen voorheffing 50 % van het brutosalaris, met loonheffingskorting is de af te dragen voorheffing nihil voor een brutosalaris tot en met € 2.000 en voor hogere salarissen de helft van het bedrag boven de € 2.000.
Mensen zonder enige inkomsten ontvangen de IB/NIB ter hoogte van € 1.000 rechtstreeks van de Belastingdienst.
Mensen met een brutosalaris lager dan € 2.000 maandelijks krijgen maandelijks een bedrag van de Belastingdienst met als hoogte de helft van het verschil tussen hun brutosalaris en € 2.000.
Dat kan alleen maar als de Belastingdienst weet (of redelijk goed in kan schatten) wat dat brutosalaris is. Dat zal in heel gevallen heel goed kunnen, mensen in vaste dient verdienen elke maand ongeveer hetzelfde.
Lastiger wordt het bij verandering van baan, bij sterk wisselende inkomsten en bij zelfstandigen.

Laten we eens wat dieper duiken in de communicatie die per burger nodig is met de Belastingdienst. Iedere burger communiceert met die dienst na afloop van het kalenderjaar door aangifte te doen van alle inkomsten etc., gevolgd door een belastingaanslag (meestal eerst een voorlopige, maar dat is voor dit betoog niet van groot belang). Deze eindtoetsing en afrekening door de Belasting zal niet verdwijnen als er, op wat voor manier dan ook een basisinkomen wordt ingevoerd.
Veel burgers krijgen aan het begin van elk kalenderjaar een voorlopige aanslag, waarop staat hoeveel geld men elke maand terug krijgt (bijvoorbeeld bij grote aftrekposten zoals hypotheekrenteaftrek) of maandelijks moet betalen (bijvoorbeeld bij meerdere banen of bij zelfstandigen). Die inschatting baseert de Belastingdienst op gegevens uit het verleden waaronder de maandelijkse informatie van alle werkgevers.
Bij betaling van een IB/NIB via de Belastingdienst wordt dat uiteraard verwerkt in die voorlopige aanslag.
Die voorlopige aanslag is gebaseerd op inschattingen van Belastingdienst en iedereen kan ook nu al digitaal een formulier invullen om deze aan te passen als die inschatting niet klopt.
Waarschijnlijk is het aanpassen van de gegevens voor de voorlopige aanslag een stuk eenvoudiger dan de formulieren die mensen nu moeten invullen voor toeslagen en uitkeringen, dus dit moet uitvoerbaar zijn ook bij mutaties en instabiele inkomstenstromen.
Het ligt voor de hand dat de Belastingdienst mechanismes in gaat bouwen om te controleren of mutaties die de burgers opgeven, kloppen binnen een zekere redelijkheid. Kleine afwijkingen zijn niet erg, dat wordt uiteindelijk recht getrokken in de definitieve aanslag, zoals ook nu al het  geval is. Maandelijks afrekenen op de cent zoals nu bij sommige toeslagen en uitkeringen is niet nodig.
Wellicht kan een eens kwartaal een signalering komen als er sprake is van een substantiële afwijking van het ingeschatte patroon.

Vier opmerkingen terzijde:

  1. Verwarring rond de term negatieve inkomsten belasting

Er is verwarring omdat de term negatieve inkomstenbelasting soms ook gebruikt wordt voor een andere variant, waarbij de belastingdienst alleen aanvult wat je minder verdient dan het basisbedrag. Je extra inkomsten tot 2 X het basisbedrag leveren je dus geen extra middelen op.
In bovengenoemd voorbeeld krijgt degene die op andere wijze € 1.000 verdient dus niets, terwijl iemand zonder andere inkomsten dat bedrag van de fiscus krijgt.
Zo’n systeem houdt de zogenaamde armoedeval in stand. Evident is dat een dergelijk systeem geen onvoorwaardelijk basisinkomen is. Het lijkt lekker goedkoop voor de fiscus, maar het neemt elke prikkel tot het zoeken van andere inkomsten weg voor degenen die onderin het inkomensplaatje zitten.

  1. Een duaal stelsel

De Finse Groene partij is voorstander van een stelsel waarbij mensen met weinig of geen inkomsten een BI overgemaakt krijgen, terwijl mensen met hoge inkomsten via een NIB belastingvermindering krijgen.
Zo’n stelsel kan prima werken  voor  de hele lage en voor de hoge inkomens, maar het kan een chaotisch ramp worden voor degenen die in de buurt van de grens zitten, vooral als ze door mutaties of fluctuerende andere inkomsten over die grens heen en weer wapperen. Voor die middengroep is het bovenomschreven verhaal met een inschatting door de fiscus mogelijk slechter.

  1. Waarom een star regime naast een soepel regime

Onze belastingdienst is met het stelsel van voorheffingen en een definitieve aanslag achteraf behoorlijk goed in staat belangrijke aftrekposten en inkomsten uit meerdere bronnen af te handelen zonder echt grote problemen.
Dit in tegenstelling tot de afhandeling van toeslagen en de moeite die uitkeringsinstanties hebben bij fluctuerende inkomsten. De soepelheid die voor voorheffingen etc. geldt, is voor de toeslagen en uitkeringen vervangen door een strikt regime, met op een aantal punten ook sancties en boetes.
Het moet toch kunnen, ook zonder invoering van een BI of een NIB, om de regels voor toeslagen en uitkeringen zo aan te passen dat ze op dezelfde manier soepel kunnen werken als de voorheffing en de eindaanslag?

  1. Wat als we de belastinggrondslag verschuiven van inkomsten naar consumptie en verbruik van grondstoffen

Er is veel voor te zeggen de belasting op inkomsten te verminderen en in plaats daarvan consumptie en vooral verbruik van grondstoffen te belasten.
Naarmate we daar meer in slagen, wordt het verschil tussen BI (bijvoorbeeld uitbetaald door de SVB) en NIB steeds minder relevant, omdat verrekening door de fiscus met belasting op ander inkomsten steeds minder mogelijk wordt.

Conclusie

Uitvoering van een stelsel van basisinkomen is goed denkbaar  via de Belastingdienst in de vorm van een negatieve inkomsten belasting. Dat heeft voordelen doordat er minder geld over en weer hoeft te worden rond gepompt, met name naar degenen met veel andere inkomsten.
Het levert een complicatie op voor degenen met meerdere inkomstenbronnen, wisselende inkomsten en zelfstandigen. Het bestaande stelsel met voorheffingen en een eindheffing kan zo aangepast worden dat dit behoorlijk soepel is op te lossen.

Reyer Brons, mei 2019

Zie ook Basisinkomen, bestaanszekerheid en negatieve inkomsten belasting: hoe heet eten we de soep? (mei 2018)

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube