Jolande Sap probeert uit de schaduw van Halsema, Samsom en Pechtold te treden

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Ook het FD is blijkbaar van mening dat het op korte termijn weer business as usual wordt, nou vergeet het maar, we zijn echt toe aan een nieuwe maatschappelijke ordening.

In de tijd van Kok was “werk, werk, werk” al de overschatting van een versleten adagium. Nu, na de stuiptrekkingen van de Irak-oorlog en de kredietbubbel, is het aan alle kanten duidelijk dat de maatschappij van de naoorlogse wederopbouw versleten is.
De westerse economie heeft na de tweede wereldoorlog een bewonderenswaardige ontwikkeling doorgemaakt, van afrekenen met die

oorlog, opruimen en helen van scherven en vervolgens een materiële welvaart van ongekend niveau tot stand gebracht. Dit historisch “wonder” van welvaart voor iedereen, is het resultaat van een maatschappelijke ordening die geënt was op de erkenning van de rechten van ieder individu en die bij gevolg werd aangejaagd door een meritocratische organisatiestructuur die niemand uitsloot. Een halve eeuw lang heeft het westen aldus door optimale inschakeling van alle productieve krachten voor zichzelf een levensstandaard gecreëerd, die de jalousie oproept van heel de wereld. Iedereen kijkt naar “het westen” en wil naar het westen.

Die enorme materiële rijkdom kon ontstaan door een geleide kapitalistische productie waarin de solidariteit van “handen aan de ploeg” systematisch werd georganiseerd door “het bedrijfsleven” en organisatorisch werd afgedwongen door een systeem van “wie niet werkt zal niet eten”. De hele maatschappelijke organisatie was gericht op “werk, werk, werk” en joeg de productie van materiële zaken op tot ongekende hoogte, alles in het besef van “dàt nooit meer” (bedoeld was dan de beide oorlogen afgewisseld door een periode van armoede en gebrek). Ook de wijze van belastingheffing ter financiering van deze organisatie was dienstbaar aan de “alle hens aan dek”-
Arbeidstijd kan behalve als arbeid in het maatschappelijk productieproces, ook dienen als tijd om te leven. Die laatste besteding van het menselijk leven is in de naoorlogse productie economie ondergesneeuwd en onderbelicht geraakt, datzelfde geldt ook voor de waarden die samenhangen met die “pluk de dag” kant van het leven o.a. natuurwaarden, milieuwaarden en ook kunst en cultuur. Met het milieu is het zo slecht gesteld dat het menselijk bestaan, zelf als onderdeel van de natuur, wordt bedreigd.mentaliteit, aan het vergoten van de materiële welvaart, immers alle lasten werden gelegd op de arbeid en het gebruik van die arbeid.
De uitschakeling en de vervanging van arbeid in het productieproces werd daardoor dubbel beloond, enerzijds door de besparing van de arbeidskosten zelf en vervolgens nog een keer doordat er “dus” minder belasting behoefde betaald te worden. Een gigantische lawine van arbeidsbesparende technieken was het gevolg en in de slipstream daarvan ontstond er een maatschappij van overvloed waarin zowel producten als ook arbeid zelf, jawel (!), door de samenleving niet meer kunnen worden “verwerkt”. De ordening die gericht was op het opheffen van gebrek, is in zijn tegendeel verkeerd, de materiële gebreken zijn opgeheven en weggepoetst en de arbeid is van schaarse productiefactor, overvloedig geworden. Hoogste tijd dus om het roer om te gooien.

Wij zien dit alles onder ogen en worden ons van deze bedreigingen langzamerhand bewust. De oplossing en de aanpak ervan zoeken we echter automatisch in het bestaande kader (dat precies voor de tegengestelde doelen was georganiseerd!), dat ons zoveel heeft gebracht en dat wij daarom angstvallig vasthouden, ons niet realiserend dat precies dat kader, ons nu in de weg zit. Bijna 70 jaar is sinds de oorlog echter verstreken, de maatschappelijke organisaties die ons tot hier hebben gebracht, zijn in de maatschappij verankerd en tot hoekstenen van de samenleving geworden. In deze hoekstenen zijn de gevestigde belangen gevestigd; afbreken c.q. omturnen van die hoekstenen kan slechts tot stand komen via het leven zelf, via het volk, dat aan zijn water voelt dat de bestaande orde niet meer adequaat is.

De samenleving is al een stap verder, de economische ordening die haar belemmert en in de weg zit, kan alleen de samenleving zelf veranderen en daarvoor is het hoog tijd. Dus niet meer werk, werk, werk, maar vrijheid voor het individu en wel door zijn deelname aan het maatschappelijk proces, los van het productieproces, te garanderen en veilig te stellen via de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen, dat als participatiepremie geldt voor zijn deelname aan het maatschappelijk proces.

Leon J.J. Segers, econoom te Maastricht

 

artikel in FD is alleen voor abonnees: http://fd.nl/zoeken/?search=jolande+sap