Keynes, Stiglitz en Engelen, van hervorming tot revolutie

Facebooktwitterlinkedinmail

Leon Segers bepleit in reactie op een gesprek van Ewald Engelen met Joseph Stiglitz invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedere wereldburger ter hoogte van het bestaansminimum ter plaatse. Zo zou het speelveld op de arbeidsmarkt gelijkgetrokken kunnen worden. De welvaartsverschillen in de wereld worden hierdoor zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant van de arbeidsmarkt uitgevlakt. De lasten op de arbeid dienen dan wel naar producten en grondstoffen worden verlegd waardoor de loonkosten, met name in de rijke wereld, fors zullen afnemen.. In de minder welvarende delen van de wereld zal invoering van een basisinkomen de armoede opheffen en bestaanszekerheid brengen die de economische ontwikkeling daar stimuleert.

In de Groene Amsterdammer van 28 november 2019 staat een zeer interessant verslag van Ewald Engelen van een gesprek dat hij had met Joseph Stiglitz, “rebel in maatpak”. In het boeiend verslag vergelijkt Engelen Stiglitz met J.M.Keynes, die met zijn boek “The General theory of employment interest and money” eind dertiger jaren van de vorige eeuw een ware revolutie te weeg bracht in de wijze waarop wij de dynamiek van het economisch gebeuren interpreteerden. De twee wezenlijke elementen die hij onder de aandacht bracht en die tot  dantoe niet of nauwelijks belang hadden genoten nl. de actieve rol van de overheid en de impuls c.q. de reden (propensity) van de mensen om hun geld uit te geven. Het eerste was tot dan toe “not done” c.q. vloeken in de kerk en het tweede, psychologische element was feitelijk nog niet “ontdekt”.
In Keynes tijd zag ook de wereld er anders uit, internationale handel was slechts een marginaal verschijnsel en van de huidige globalisering was nog geen sprake.
Ook toen was er wel al sprake van speculatie op de geld- en aandelenmarkten en dreigden er steeds “onevenwichtigheden” die het systeem bedreigden en het uit het lood konden doen slaan. Ook voor Keynes zelf was het een hele tour om los te komen van de heersende theorieën en dus nieuw en fris tegen de dingen te kunnen aankijken, zoals hij zelf zegt in het voorwoord bij de General theory.

Een economie van het marktdogma.

Opnieuw zijn we in een economie van dogma’s beland aldus Engelen. De markt is allesbepalend geworden onder invloed van Friedman en zijn school. En zelfs naar de oude Sowjet Unie is een legertje Chicago-economen aan gerukt om de Russen te vertellen hoe het moest, de organisatie van de kapitalistische wereld die immers nieuw voor hun was in 1990. Stiglitz stelt deze wereld van markt vooroordelen aan de kaak. De markt werkt (regelmatig) niet, alle mogelijke effecten die de markten manipuleren vinden niet op de juiste wijze hun beslag en daarom is het manipuleren van de markt zelf lucratief geworden. De marktmacht die daar het gevolg van is, bedreigt de hele samenleving, de democratie en vervolgens de aarde zelf. Je zou denken dat manipulatie van de markt als een soort doodzonde binnen het systeem zou worden gezien. Maar de overheid die deze zaken zou moeten controleren en reguleren wordt binnen de doctrine van de markt feitelijk niet vertrouwd. “Laat de markt zijn werk doen” en de overheid is sowieso verdacht in de neoliberale wereld. Dat de marktpartijen maar zelden gelijke toegang hebben of onder gelijke omstandigheden met elkaar handelen is zogenaamd van ondergeschikt belang.
Voor externaliteiten, zaken die de prijzen beïnvloeden van “buiten het economisch proces” zoals economen dat noemen is wel altijd oog geweest. Maar wat zijn dat precies en vervolgens wat moeten we ermee? Stevig beprijzen of verbieden en wie dan wel.
Ook Stiglitz heeft in zijn politieke functioneren blijkbaar kennis gemaakt met de macht en met de publieke opinie die zich van de wetenschap en het gezond verstand vaak niet veel aantrekt.
Zijn analyses leiden hem echter niet tot fundamenteel nieuwe inzichten ofschoon zowel de beprijzing van “ecologische diensten” als van externaliteiten zoals hij die voorstelt een belangrijke aanvulling zouden zijn van het heersende neoliberalisme.

Wat is waarde ?

Dat in onze globale wereldeconomie een veel fundamentelere makke aan de hand is, komt ook in zijn beschouwing niet aan bod. Die tekortkoming is het eenvoudigste te vatten onder het begrip “koopkracht”. Natuurlijk is er verschil in koopkracht in de maatschappij van ongelijkheden en in zoverre is er ook sprake van ongelijkheid op de markt, maar dat is tot daaraan toe. Op wereldschaal, in de globale markt zijn deze ongelijkheden echter van een andere orde. Deze globale ongelijkheden dienen niet aan eenzelfde valuta gemeten te worden zoals in de (gesloten) maatschappij van Keynes, hier komt immers een aspect om de hoek kijken dat te maken heeft met de ongelijkheid in de wereld als geheel.

Dat op de wereldmarkt de dollar de maat van de prijzen zou zijn is natuurlijk nogal vreemd. De dollar speelt in de economie immers niet dezelfde rol als de meter in de natuur. De “waarde” van de dollar is geen abstract en objectief begrip zoals de meter dat wel is; deze waarde is namelijk afhankelijk van wat je er mee kunt kopen op de plaats en in het land waar je bent. Voor een westerling is dat in India bijvoorbeeld veel meer dan in de USA, kortom de waarde van de dollar is ook afhankelijk van het welvaartspeil ter plaatse en zo is het een volstrekt ander soort maat dan de meter of de inch. Zijn “waarde” is afhankelijk van de plaats waar hij wordt gebruikt.

De wereldarbeidsmarkt is pervers

Als dat waar is dan is het toch ook volstrekt niet “marktconform” om vrijelijk over de wereld te handelen alsof een dollar een dollar zou zijn, in welke samenleving hij dan ook functioneert c.q. wordt gebruikt. De waarde van een arbeidsuur uitgedrukt in dollars is in Nederland veel hoger dan in Marokko of Bangladesh. Het is dan ook op zijn minst opmerkelijk dat daar in de internationale handel geen oog voor is. Integendeel de goedkope Marokkaanse of Chinese arbeidsuren worden “in de producten gestopt” en vervolgens verkocht in landen met veel duurdere arbeidsuren. Met andere woorden de meerwaarde wordt geëxporteerd en vervolgens geëxploiteerd in het land met de grotere koopkracht. Ondanks de vervoerskosten over vaak grote afstanden, zijn dit soort activiteiten “winstgevend” in de telling van de ondernemer en zijn economie net zoals ook roof winstgevend genoemd kan worden.
Vanuit ecologisch gezichtspunt is een dergelijke handel echter zonder meer negatief. Hij onttrekt aan de aarde grondstoffen en energie en de ecologische winst is nihil. Zo brengt

Internationale (vrij) handel dus enorme onevenwichtigheden tot stand op bijvoorbeeld ecologisch gebied alleen al door de “vrije” handel. De markt werkt immers niet neutraal gemanipuleerd als zij is door de onevenwichtige valutawaarde. Dit is een toenemend probleem, al naargelang de globalisering toeneemt en die zal alleen nog maar toenemen gestuwd als zij wordt door de winsten uit de bedoelde onevenwichtigheid en vrijhandelsverdragen verergeren dat alleen maar. Handel is dus net zoals de markt zelf allesbehalve waardevrij, met alle ecologische gevolgen van dien.
Deze bedreigingen, die veroorzaakt worden door de scheefheid die een gevolg is van de welvaartsverschillen op wereldschaal zijn structureel van aard. Zij zijn bovendien blijvend en worden niet geleidelijk opgelost doordat de welvaart op wereldschaal naar elkaar toegroeit. Dat gebeurt niet, zelfs niet binnen Europa, in tegendeel. De welvaartskloof en daardoor de grote verschillen in loonkosten zal de planeet blijven bedreigen, tenzij hier ten principale een mouw aan wordt gepast. De vraag is hoe.

Nieuwe wereldhandelsrelaties

Verbieden of inperken van de wereldhandel is een illusie, een einde maken aan de enorme loonkostenkloof die de milieubedreiging veroorzaakt is echter wel mogelijk, zij het indirect. Invoerring van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedere wereldburger ter hoogte van het bestaansminimum ter plaatse zou de angel uit het beschreven rampscenario kunnen wegtrekken. Via een dergelijke aanpassing zou het speelveld op de arbeidsmarkt Immers gelijkgetrokken kunnen worden. De welvaartsverschillen in de wereld zouden door een gegarandeerd basisinkomen ter hoogte van het plaatselijk bestaansminimum zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant van de arbeidsmarkt worden uitgevlakt. De lasten op de arbeid dienen dan wel naar producten en grondstoffen worden verlegd waardoor  de loonkosten, met name in de rijke wereld, fors zouden afnemen. Dit zal de lucrativiteit van de massa wereldhandel drastisch verminderen en een déglobalisatie te weeg brengen. In de minder welvarende delen van de wereld zal invoering van een basisinkomen de armoede opheffen en bestaanszekerheid brengen die de economische ontwikkeling daar fors zou stimuleren, met alle groeikansen van dien. Slechts onder dergelijke voorwaarden komen zaken als een circulaire economie en een evenwicht met het milieu in zicht.

Deze structurele ommezwaai van de economische dynamiek op wereldschaal zal overigens absoluut geen sta in de weg hoeven te zijn voor een verdere ontwikkeling van de wereldhandel en wereldcontact, alleen de schaal zal drastisch verschillen, hetgeen de wereldeconomie als geheel eerder ten goede zal komen. De “democratisering” via het internet zal ook aan achtergebleven landen de mogelijkheden geven om zich met behulp van onze technische verworvenheden verder te ontwikkelen.
In ontwikkelde landen zal door de inkomenszekerheid voor iedereen ruimte komen voor andere zaken dan puur economisme. Er zal door de drastisch gedaalde loonkosten een soort van déglobalisering plaatsvinden, die een circulaire en duurzame economische ontwikkeling mogelijk maakt, zonder dat die ten koste gaat van de welvaart in bredere zin. Door verlegging van de belastingen op de lonen naar de belasting op grondstoffen, waaronder CO2 en andere schaarse of vervuilende producten, zal er ook op plaatselijk vlak een duurzamer evenwicht ontstaan. Tevens zal de arbeid en dienstverlening niet rechtstreeks meer worden belast waardoor persoonlijke dienstverlening, onderwijs en zorg voor iedereen bereikbaarder worden en voor de samenleving “goedkoper”.

Ofschoon een dergelijke omstelling van het systeem van belasting en sociale zekerheid in onze welvarende samenlevingen, op de inkomensverdeling geen enorme impact heeft, zal het een revolutie teweegbrengen in de dynamiek van de samenleving. Immers niet langer zullen alleen de bedrijven via hun winststreven voor de dynamiek in de samenleving zorgen, maar de mensen zelf zullen zich geruggesteund door hun gegarandeerd inkomen in veel grotere mate initiatieven ontplooien en zo niet alleen mede zorgen voor dynamiek in de samenleving maar ook voor een veel grotere mate van werkelijke democratie.
Dat een dergelijke maatregel haalbaar en betaalbaar is, ook op wereldschaal, laat zich concluderen uit de enorme verspilling van voedsel en eerste levensbehoefte die nu op wereldschaal plaatsvindt.

Een hervorming zoals hier wordt voorgesteld zal aldus een revolutie in de wereld en de wereldordening te weeg brengen en de planeet kunnen redden.

Maastricht, december 2019,  Leon Segers, econometrist
Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

.  .

Facebooktwitterlinkedinmail