Lezing en discussie over beleid en basisinkomen ‘voor een (on)zekere toekomst’

Op 12 april 2022 gaf Alexander de Roo een lezing over beleid en basinkomen in de Haagse Hogeschool.
Dat gaf interessante discussies met goed geïnformeerde studenten uit alle delen van de wereld.

Politiek bedrijven en daarvan ook nog eens beleid maken… voor veel mensen blijft dat een leven lang een taai, ondoorzichtig proces, maar voor de internationale studenten bestuurskunde van de Haagse Hogeschool als het goed is niet. Daarom gaf Alexander de Roo dinsdag 12 april een lezing over zijn decennialange ervaringen als politicus en beleidsmaker als onder andere medeoprichter van- en Europarlementariër voor GroenLinks, en voorzitter van de Vereniging Basisinkomen.

Er is veel veranderd sinds De Roo als linkse ‘buttonactivist’ zijn eerste demonstraties bijwoonde, maar sommige zaken zijn tijdloos: of het nu gaat om de oprichting van GroenLinks of zijn huidige inzet voor de invoering van het basisinkomen, “je hebt ontzettend veel geduld nodig.” Daarvoor is het volgens hem belangrijk om niet de focus te verliezen; nooit te vergeten waarom je er ooit aan begonnen bent.

Voor Alexander de Roo was dat om een groenere en linksere toekomst te realiseren, en de studenten luisteren aandachtig naar zijn verhalen over zowel de successen als verliezen die hij daarbij behaald heeft. Hierop aansluitend laten de toekomstige bestuurskundigen de mogelijkheid om kritische vragen te stellen niet onbenut: zo vraagt men zich onder andere af hoe men met al die tegengestelde meningen tot één beleid komt, en of ‘het grote geld’ op dat uiteindelijke beleid niet het grootste stempel drukt. De Roo erkent dat rijke lobbyisten veel invloed hebben, maar houdt vol dat daarbuiten ook nog veel te winnen is “zolang je bereid bent om compromissen te sluiten.” Het gebeurt helaas zelden dat je politiek je volledige zin krijgt.

Op het antwoord op de vraag hoe je een beleidsplan aan een politicus moet aanleveren, wordt unaniem positiever gereageerd: “In ieder geval nooit langer maken dan een A4’tje, dat lezen ze niet!” Daar lijken de meeste studenten geen problemen mee te hebben. De aanwezige docent krijgt zelfs wat ondeugende blikken toegeworpen omdat de aangrenzende opdracht die op het programma staat toch echt een stuk langer moet zijn.

Basisinkomen

Er is ook speciale aandacht voor het basisinkomen. De meeste studenten zijn goed op de hoogte van ongelijkheids- en armoedeproblematiek in Nederland. Een aantal is zich ook bewust van het rigide toeslagensysteem dat ons sociale zekerheidsstelsel op dit moment typeert, en de ellende die dat heeft veroorzaakt in het geval van de toeslagenaffaire. Na een introductie over het basisinkomen steekt een meerderheid zijn hand op als gevraagd wordt of ze openstaan voor een eventueel basisinkomen, maar: “Ik heb mijne maar half omhoog!” zo drukt een student kritisch uit. “Ik ook! Ligt er wel nogal aan hoe ze dat willen betalen”, zo vult een ander aan. Nog genoeg om uit te zoeken en te bediscussiëren, dus.

De Litouwse Agita (19) geeft aan waarom zij haar twijfels heeft over het basisinkomen: “Als iemand die uit Oost-Europa komt en is opgegroeid met gruwelverhalen over het socialisme en communisme, ben ik huiverig voor een overheid die te veel macht heeft in het tegengaan van ongelijkheid. Zelfs als het goed klinkt, moet je oppassen met een overheid die besluit die verantwoordelijkheid op zich te nemen.” Ze staat wel open voor het tegenargument dat stelt dat het basisinkomen juist een versimpeling zou zijn van het huidige Nederlandse stelsel, en dat er dus juist minder overheidscontrole en bemoeienis voor nodig is: “Als dat gegarandeerd zou kunnen worden klinkt het al beter. In mijn ervaring klinkt kapitalisme gewoon beter dan socialisme, dan krijgen mensen die hard werken vaker een eerlijke beloning. Maar als daarbinnen wat gedaan kan worden aan ongelijkheid, vind ik dat wel een goed idee.”

Dirk (18) gaat nog iets verder dan Agita en stelt dat we niet alleen de overheid, maar mensen in het algemeen moeten wantrouwen en dat dat het basisinkomen wel eens moeilijk zou kunnen maken: “Ik denk dat mensen altijd egoïstisch en gewelddadig zullen zijn en hun best doen om hun eigen macht te vergroten. Er is door de hele geschiedenis altijd één kleine groep die de macht heeft en die zal er ook alles aan doen om de macht te behouden. Zelfs als een basisinkomen wordt ingevoerd zou dat ook weer kunnen worden weggenomen.” Toch erkent Dirk wel dat het, klein stapje voor klein stapje, via politieke en maatschappelijke wegen toch gelukt is om mensen bepaalde zekerheden en veiligheden te garanderen. “Natuurlijk kun je altijd proberen om dingen beter te maken, ik sta ook wel open voor een idee als het basisinkomen. Maar ik denk dat er heel veel moet veranderen in de cultuur en hoe mensen met elkaar omgaan wil het kans van slagen hebben.”

Caribisch-Nederlands Perspectief

Aisaiah (21) is afkomstig uit Sint Maarten. Hij is van plan om na zijn studie in Den Haag weer terug te keren naar het Caribische land in het Nederlandse Koninkrijk en staat daarmee naar eigen zeggen ‘met één been in, en één been buiten Nederland.’ Hij staat positief tegenover het idee van een basisinkomen: “Een basisinkomen klinkt voor mij in ieder geval als een plan dat echt iets kan doen tegen armoede en ongelijkheid.”

Het basisinkomen kan volgens Aisaiah ook een uitkomst zijn voor ‘overzeese Nederlanders’, waar hij vanzelfsprekend extra aandacht voor heeft. Aisaiah uit eerst zijn algemene frustratie en vertelt over de leningen die de Nederlandse overheid aan onder andere Sint Maarten verstrekte naar aanleiding van een orkaan, en later de coronapandemie. “In ruil voor die leningen dwong Nederland zijn overzeese gebieden om overheidspersoneel minder te betalen. Zo krijgen normale mensen die het vaak al niet breed hebben de rekening op hun bord. Het versterkt ook het gevoel dat de Nederlandse overheid ons dom en onverantwoordelijk vindt, en ons niet met geld vertrouwt. Dat terwijl de meeste mensen daar ook hard werken en er niet veel voor terugkrijgen. De boodschappen zijn op Sint Maarten drie keer zo duur, de lonen gemiddeld lager. Toen ik een baantje had bij Domino’s gaf ik ongeveer de helft van het geld dat ik die avond verdiend had uit aan de pizza die ik daar bestelde!” Vanuit historisch perspectief vindt Aisaiah het nog schrijnender dat de Nederlandse overheid nog steeds de dienst kan uitmaken: “Ik wil niet klagerig overkomen, maar volgens mij is het een feit dat de reden dat Sint Maarten relatief arm is, een van de redenen dat Nederland zo welvarend is.”

Het basisinkomen kan er voor zorgen dat een deel van de macht weer bij het volk komt te liggen, denkt Aisaiah: “In Sint Maarten, maar ik denk ook hier, zijn er te veel mensen in ‘overlevingsmodus’. Ze zijn niet dom, lui, of incapabel, maar ze moeten de hele dag werken om rond te komen en hebben daarna geen energie meer om na te denken over hoe oneerlijk de wereld is. Ik denk dat een basisinkomen heel veel zou kunnen helpen om mensen in staat te stellen zichzelf te ontwikkelen.”

Ook Aisaiah vraagt zich echter af of mensen cultureel klaar zijn voor een basisinkomen: “Ik weet niet of mensen elkaar een basisinkomen zouden gunnen. De gedachte dat als je zelf iets hebt waar je voor gewerkt hebt, een ander minstens net zo hard moet werken voor datzelfde, is denk ik veel voorkomend. Sint Maarten is daar een goed voorbeeld van: vergeleken met de andere Caribisch-Nederlandse landen is Sint Maarten relatief welvarend. Er komen dus veel mensen vanuit omliggende landen die hier naar werk zoeken. Dat zijn ook onze mensen, maar de bevolking van Sint Maarten behandelt ze vaak met wantrouwen en kijkt op ze neer.” Misschien is neerkijken op een ander een van de meest eenvoudige manieren om je eigen eigenwaarde op te krikken, zeker als er niet veel andere opties zijn.

“Ik hoop dat in ieder geval de linkse partijen eens serieus gaan kijken naar iets als het basisinkomen en zich minder bezig houden met praten over armoede en ongelijkheid. Ik weet niet of het ooit gaat gebeuren, maar ik weet wel dat het eerlijker kan.” Wel plaatst Aisaiah een hele scherpe kanttekening die ingaat op ons koloniale verleden en ons kapitalistische heden: “Als het basisinkomen ooit succesvol wordt ingevoerd in Nederland, is dat mede mogelijk door de armoede van andere landen.”

Er zijn twee punten die opvallen in de gesprekken met studenten. Allereerst is er bijna niemand die er problemen mee heeft als de rekening voor een basisinkomen bij de allerrijksten terecht komt. De twijfels gaan wat dat betreft veel meer over hoe men die allerrijksten wil belasten, en hoe we ervoor zorgen dat dat niet onmogelijk wordt gemaakt door mensen met een groot vermogen. Ten tweede lijkt een ruime meerderheid als individu open te staan voor het basisinkomen, maar zijn ze bang dat ‘de cultuur’ van Nederland nog niet klaar is voor het initiatief. Die cultuur lijkt op die manier soms te verworden tot een monster waarvan iedereen weet dat het bestaat, maar waarvan niemand precies weet hoe het eruit ziet, of hoeveel koppen het heeft.

Er zijn nog genoeg obstakels op de weg naar een basisinkomen, maar ook net zoveel mogelijkheden. De weg naar grote verandering is opgebouwd uit kleine steentjes; dat weten de studenten van de Haagse Hogeschool dankzij Alexander de Roo nu als het goed is ook!

Vincent van Zutphen, april 2022