De mogelijke invoering basisinkomen – Ruwe contouren en varianten

Facebooktwitterlinkedinmail

In de achterliggende jaren is de discussie rondom de invoering van een basisinkomen in Nederland, evenals in andere Europese landen, steeds luider geworden. De onzekerheid over de toekomst van arbeid en het gevoel dat ons huidige economische systeem zijn einde nadert zijn daar debet aan. Het wordt hoog tijd dat om van woorden daden te maken.

Discussies rond het basisinkomen in Nederland lijken te gaan tussen gehoorgestoorden. Voor- en tegenstanders roepen argumenten naar elkaar, zonder goed te luisteren.
Voor- en tegenstanders vinden onderzoek overbodig en komen selectief met argumenten die hun gelijk lijken te illustreren.
Inzicht zou kunnen worden door experimenten, maar deze worden bij voorbaat ingekaderd binnen bestaande regels en verhoudingen, waardoor hun mogelijke betekenis beperkt blijft.
Dit heeft inmiddels lang genoeg geduurd en het speelveld is voldoende ingevuld om een volgende stap in het discours te maken.

Op het hele spectrum van politieke opvattingen zijn mensen overtuigd van de voordelen van basisinkomen, zowel voor de bestaanszekerheid van mensen als voor de mogelijkheden de complexiteit van de sociale zekerheid en het belastingstelsel terug te dringen.
Tevens is het een bijdrage aan de bestrijding van de armoede.

Onbekend maakt (on)bemind?

Maar vooral is er veel onbekend. Basisinkomen betekent vooral een formele loskoppeling van inkomen en arbeid. Dat zal enorme effecten zal hebben op de markt van betaalde arbeid. De grens tussen betaalde banen en onbetaald werk komt in een nieuw licht te staan, het verschil tussen werknemers en zelfstandigen kan verkleind worden en veel betaalde, maar eigenlijk overbodige arbeid kan tegen het licht gehouden worden.
De effecten daarvan voor de samenleving kunnen heel gunstig zijn, maar ze zijn daarbij ook niet goed voorspelbaar.

Wij,  ondertekenaars van dit document, pleiten er voor om de ideeën in daden om te zetten, rekening houdend met zowel de genoemde voor- als de nadelen. Te beginnen met stappen waarbij de voordelen evident zijn en de meeste genoemde nadelen (vooral van onbetaalbaarheid en de vrees dat het mensen lui zou maken) niet of nauwelijks op kunnen treden.
Die stappen moeten omkeerbaar zijn: terug als het niet bevalt of foute effecten optreden. De weerstanden bij velen op basis van deze (door hen gevreesde) nadelen kan dan recht gedaan worden, zonder dat dit alleen maar leidt tot meer discussie zonder kennis.

Concrete opties

Ongetwijfeld zijn er voorstanders die vinden dat invoeren in één keer moet, en tegenstanders die zelfs het kleinste begin afwijzen. Dit document richt zich echter op voorzichtige voorstanders en mensen met een  open mind, die het idee basisinkomen een eerlijke kans willen geven.

We geven op hoofdlijnen een aantal opties, die desgewenst naast elkaar uitgevoerd kunnen worden. Bij een gelijktijdige start met meerdere opties moet de uitvoering van deze opties uiteraard wel afgestemd worden.

Het doel van deze ruwe contouren is om  aan degenen die in Nederland de opinie en/of het beleid bepalen rond arbeidsmarkt en sociale zekerheid, te laten zien dat een eerste stap naar basisinkomen een begaanbare weg is.
De keuze welke opties uitgewerkt en uitgevoerd gaan worden is later aan de beleidsbepalers.

Om effecten adequaat te kunnen becijferen dient de context goed in beeld gebracht te worden. Ook de te verwachten effecten bij de invoering dienen, uiteraard schattenderwijs,  te worden meenomen. Let wel, basisinkomen invoeren is niet slechts het schrappen van een aantal zaken en die vervangen door basisinkomen. Dat is een te grote versimpeling van zaken en weinig realistisch. De trein was niet slechts een vervanging van de trekschuit en de auto was niet slechts de vervanging van de koets.

Financiering

Voor de meeste  hierna aan bod komende opties moet berekend worden wat de kosten en de opbrengsten/besparingen zijn.
De daarvoor benodigde gegevens moeten achterhaald worden.
Omdat deze aanzet nog slechts voorzichtige stappen betreft, wordt het vraagstuk van de financiering hier niet diepgaand behandeld.

Zodra grotere stappen gezet gaan worden moeten andere financieringsbronnen dan belasting op Inkomen (vooral betaalde arbeid) aan bod komen, ook al omdat door de toenemende robotisering deze belastinggrondslag wellicht niet lang meer toereikend is.
Dat is met (de meerderheid van) deze voorstellen echter niet het geval. De hieronder voorgestelde maatregelen zijn allen in de huidige situatie zonder al te grote verschuivingen in belastingen en vooral de manier van belasten door te voeren.

Migratie

Ook moet voor elke optie nagegaan worden of de bestaande wet- en regelgeving rond migratie aangepast moet worden, om de angst voor de zogenaamde aanzuigende werking weg te nemen.
Dat is op zich niets nieuws. Om een verblijfsrecht te krijgen als vreemdeling en voor ieder verschillend doel van verblijf is er nu al regelgeving.
Dit kan verblijf betreffen op grond van asiel, relatie, studie of werk. Als je niet aan de voorwaarde van een van deze categorieën voldoet, krijg je geen verblijfsvergunning. Mensen zonder verblijfsvergunning krijgen ook geen of slechts een beperkt toegang tot de sociale zekerheid.
Wij gaan er vanuit dat die in de nieuwe situatie net zo zal functioneren en net zoveel resultaat zal hebben als in de oude situatie. Hoe dan ook kunnen deze effecten in de discussie meegenomen worden.

Negen Opties

  1. Verder onderzoek

Meer en vooral beter onderzoek is zinvol. Zie bijvoorbeeld het uitgebreide NPI voorstel (programma met deelprojecten voor Bestaande kennis, Veronderstellingen, Maatschappelijke doelen, Aanpalend beleid, Financiering, Rekenmodel, Scenario’s, Uitvoering).

Er is al veel informatie over experimenten in de richting van basisinkomen elders op de wereld.  De uitkomsten van deze experimenten zijn hoopgevend, maar of deze representatief te zijn voorgrootschalige toepassing in onze westerse samenleving zal onderzocht moeten worden.

In econometrische modellen wordt vaak voortgeborduurd op betrekkelijk kleine veranderingen in onze bestaande maatschappij, waarbij door extrapolatie negatieve uitkomsten worden voorspeld bij invoering van basisinkomen. Maar de veranderingen door invoering van basisinkomen zijn dusdanig groot, dat alleen econometrische extrapolatie niet adequaat is. Andere  instrumenten zullen gehanteerd of ontwikkeld moeten worden.

Kortom, het kunnen beschikken over voldoende kennis omtrent de effecten van de invoering van een basisinkomen vraagt nog flink wat onderzoek en het opdoen van ervaring met adequate experimenten.

Sommigen vinden de aanpak van het NPI veel te breed. Er is al veel bekend en hiaten kunnen worden aangevuld met gericht onderzoek en vooral goede experimenten op de terreinen waar de meeste onzekerheid zit. Als dat zou kloppen kan dat overigens in het eerste deelproject van de NPI-aanpak al duidelijk worden!

  1. Ruimhartig experimenteren met regelarme bijstand of ‘echt’ basisinkomen

Aarzelend komen in Nederland kleine experimenten met basisinkomen van de grond, in tegenstelling tot veel andere landen om ons heen waar veel grotere experimenten lopen of in voorbereiding zijn.

Neem om dat in ons land te doorbreken als lokale overheid het voortouw om tot vernieuwing te komen. Je kunt hoogstens worden teruggefloten.
Wees als landelijke overheid ruimhartig naar gemeenten die willen experimenteren met regelarme bijstand. Daarvoor is een beter experimenteng-regime nodig, dan tot op heden beschikbaar is.

Deze optie pakt vooral de zinloze bureaucratie en vernederende verplichtingen rond veel uitkeringen aan. Het keurslijf dat nu vanuit Den Haag wordt opgelegd is ondoordacht en beperkend.
De Haagse angst voor experimenten zou doorbroken moeten worden. Veel grote operaties zijn inmiddels uitgevoerd, denk aan de drie decentralisaties in het sociale domein, waar heel veel onbekend was en er niet met pilots is gewerkt terwijl de impact op zowel de uitvoerder als de gebruikers enorm groot is. Dan ging daarbij om tientallen miljarden.

Als voorbeeld: start een experiment op voor een groter gebied bijvoorbeeld een heel dorp, denk bijvoorbeeld aan het aardbevingsgebied in Groningen of een eiland (Texel, Bonaire).

Een andere variant is expliciet een groot aantal projecten voor vrijwilligers of expliciete vormen van vrijwilligerswerk te selecteren en daar voor de deelnemers de uitkeringen regelarm te maken of expliciet een garantie-inkomen (zie optie 3 hieronder) te regelen.

Uiteraard dienen experimenten zorgvuldig opgezet en wetenschappelijk begeleid te worden. Zie bijvoorbeeld Guy Standing daarover in Basic Income – And How We Can Make It Happen

  1. Landelijk experiment met garantie-inkomen

Begin een landelijk experiment waarbij een flinke groep mensen (bijvoorbeeld 10.000) vrijwillig voor 5 jaar voor een ander belastingregime kunnen kiezen, bestaande uit een garantie-inkomen van circa € 1.000 per maand en een vlaktaks van bijvoorbeeld 50 %, waarbij veel uitkeringen, heffingskortingen, toeslagen en aftrekposten geheel of gedeeltelijk kunnen vervallen (waarschijnlijk niet voor bijv. invaliden en langdurig zieken).

Uitvoering van garantie-inkomen kan door de belastingdienst, in de vorm van een soort automatisch trekkingsrecht van iedere volwassen Nederlander. Als men andere belastbare inkomsten heeft, kan daarop te heffen belasting (en niet meer dan dat) verrekend worden bij de uitbetaling van het trekkingsrecht.
Deze systematiek noemen we garantie-inkomen; het wordt ook wel aangeduid met de term negatieve inkomstenbelasting. (Zie Basisinkomen, soorten en terminologie.)
Zo’n experiment kan ook leren of een vlaktaks wel verstandig is – een tarief met schijven heeft mogelijk voordelen. De complexiteit van het belastingstelsel zit ook nauwelijks  in het systeem van de schijven, maar in de kortingen, aftrekposten en toeslagen!
Een experiment als dit is zeer nuttig naast de gemeentelijke of regionale experimenten waar tot nu toe eigenlijk alleen naar de uitkeringen wordt gekeken en het belastingstelsel buiten zicht blijft. Dat is een complicatie, maar wel een noodzakelijke om echt verder te komen!

  1. Beperkt basisinkomen voor volwassenen

Geef alle volwassenen vanaf 18 jaar een beperkt basisinkomen van € 400 à € 600 of € 800 per maand.
Laat dit uitvoeren door de belastingdienst in de vorm van een garantie-inkomen waar iedereen onvoorwaardelijk recht op heeft .
Compenseer dat waar mogelijk per maand in de uitkeringen, in de heffingskortingen en in de toeslagen, maar wel zo dat niemand erop achteruit gaat. Voor de meeste mensen is deze maatregel daarmee budgetneutraal.

Het beperkte basisinkomen  van € 400, € 600 of zelfs € 800 voor iedereen is vooral een grote stap in de vereenvoudiging van de thans zeer complexe stelsels voor de sociale zekerheid en de belasting. Voor de meeste mensen zal dit idee geen wijziging in het besteedbare inkomen opleveren, maar er verdwijnt wel een deel van de bureaucratie, inclusief allerlei controles en sancties. Dit zal vooral het geval zijn als het bedrag van € 800 wordt gekozen omdat dan de bijv. bijstand en de AOW voor samenwonenden daarin op kan gaan.

Ten overvloede: het is logisch en noodzakelijk dat bij een beperkt basisinkomen allerlei bestaande regelingen met hogere bedragen (bijvoorbeeld voor arbeidsongeschiktheid), als aanvulling moeten blijven bestaan. De bureaucratie rond uitkeringen zal dus maar in beperkte mate afnemen.
Wel is het mogelijk het belastingstelsel aanmerkelijk te vereenvoudigen doordat allerlei complexe regelingen (zoals heffingskortingen) kunnen vervallen of qua omvang verminderen.

Bij het uitwerken van deze optie kan ook overwogen worden een iets andere keuze te maken: laat voor degenen die betaalde arbeid verrichten de betaling door de werkgever gebeuren. Zie de door Michiel van Hasselt voorgestelde duale aanpak.

5.   Basisinkomen voor kinderen

Geef (de verzorgers van) alle kinderen tot 18 jaar een kind-basisinkomen van € 200 à € 300. De kinderbijslag kan vervallen.
Zo’n kind-basisinkomen is een belangrijke stap om de meest schrijnende kinderarmoede aan te pakken omdat het bedrag hoger ligt dan de huidige kinderbijslag.
De genoemde bedragen zijn in veel gevallen niet hoog genoeg om het kind gebonden budget en de kinderopvangtoeslag geheel te kunnen laten verdwijnen.

6.  Basisinkomen voor ouderen

Hernoem de AOW voor samenwonenden tot ouderen-basisinkomen (circa € 800 per persoon per maand) en breid de leeftijd geleidelijk uit naar beneden.

Zie het pleidooi van Annemarie van Gaal voor deze benadering (Basisinkomen voor 60-plus, AOW weg)  en de door Radar gestarte petitie.

Bij doorzetten van deze aanpak naar lagere leeftijden moet goed opgelet worden welke effecten dit heeft op de markt voor betaalde arbeid (ouderen zouden jongeren kunnen verdringen).
Een grens bij bijvoorbeeld 40 of 45 jaar kan heel rare effecten geven!

  1. Basisinkomen voor jongeren

Het omgekeerde van voorgaande optie is om juist bij de jongeren te beginnen. Geef iedereen die van nu af aan 18 jaar wordt, een basisinkomen. Dan is de totale invoering over circa vijftig jaar rond.
Gaat dat te langzaam, dan kunnen we ook versnellen door elk jaar de leeftijd tot wanneer men een basisinkomen krijgt,  met bijvoorbeeld vijf jaar te verhogen.

Bij doorzetten van deze aanpak naar hogere leeftijden moet juist goed opgelet worden welke effecten dit heeft op de markt voor betaalde arbeid (ouderen zouden door de jongeren verdrongen kunnen worden.)
Deze optie is mogelijk niet gemakkelijk te gelijk met optie 6 uit te voeren, dat zou heel vreemde effecten geven voor de mensen van middelbare leeftijd!

8.   Eurodividend voor alle burgers van de EU of de Eurozone

Start de discussie over de invoering in EU verband van het door Philippe van Parijs gesuggereerde eurodividend voor alle EU-burgers van circa € 200 per maand.
Het eurodividend van € 200 is een uitgelezen kans de geldstromen van de EU naar het bedrijfsleven en de banken om te zetten naar de burgers.
Wellicht kan ook monetaire financiering of een nieuw geldcircuit overwogen worden.
De EU zal daar meer van gaan leven en het heeft waarschijnlijk als effect dat de scherpe kantjes van de migratie binnen de EU afnemen.

Zie als tussenstap ook een voorstel (Nele Lijnen, Win for Life) voor een experiment, te organiseren in Europees verband, om iedere bewoner van Estland een basisinkomen van € 250 te geven. Dat bedrag ligt boven de armoedegrens daar en is dus in dat land voldoende. Het is een klein land, dus de geraamde kosten van nog geen € 4 miljard moeten voor de EU betaalbaar zijn!

Er is overigens al een wat ouder idee en zeer verstrekkend idee van Pieter Kooistra voor een aanpak via de VN: Wereldbasisinkomen (UNO-inkomen), een 25 jaar oud idee.

  1. Woonbijdrage

Overweeg invoering van een woonbijdrage van € 400 à € 600 per woonadres. Compenseer dit waar mogelijk in de huurtoeslag en de hypotheekrenteaftrek.

Starten met een beperkt basisinkomen kan behoorlijk helpen bij de verkleining van problemen (financieel en bureaucratisch) voor samenwonenden, maar veel minder voor alleenstaanden. Dat lukt alleen door de bedragen flink te verhogen, of door (tegen de geest van het basisinkomen dat een individueel recht zou moeten zijn) een toeslag te geven voor alleenstaande, voor een huishouden, of voor een woonadres. Een woonbijdrage biedt van deze drie opties waarschijnlijk de beste mogelijkheden dat met minimale bureaucratie en intensieve controle te regelen.
Het geeft ook de mogelijkheid niet alleen de huurtoeslag te vervangen of de omvang in te perken, maar ook de hypotheekrenteaftrek te verminderen met de woonbijdrage,  zodat het verschil in behandeling door de overheden van huurders versus kopers kleiner wordt.

Vervolg

Bovengenoemde opties bieden de gelegenheid goed te studeren op de hiaten in de kennis en enkele gerichte experimenten op te zetten.
Bij elke optie die aangepakt wordt, komt na enige tijd informatie beschikbaar over bepaalde gedragseffecten, die relevant kunnen zijn voor het bepalen van vervolgstappen.

Een grote onbekende is de ontwikkeling van de markt en daarbinnen de arbeidsmarkt door de toenemende automatisering.
Bij voortgaande technische revoluties werd gevreesd dat de (betaalde) werkgelegenheid zou afnemen, maar dat is nooit echt gebeurd. Zal dat bij de toenemende robotisering en automatisering wel het geval zijn, zoal bijvoorbeeld Nic Douben denkt? Vooral ook omdat nu de automatisering van diensten razend snel gaat?
De opinies daarover verschillen; de tijd zal het leren!

6 september 2017

Deze ruwe contouren komen voor rekening van Reyer Brons, Kees Alders, Florie Barnhoorn, Eric Binsbergen, Harrie Custers, Harrie Ebbink, Jan Maarten Fernig, Theo Heutinck, Petra Hoetz, Cynthia Kat, Robin Ketelaars, Norbert Klein, Hans Lindeijer, Ronald Mulder, Bart Nooteboom, André Nijsen, Martin Schenderling,  Stichting EVS EcoVrede  – Arnhem, Jolanda Verburg, Frans Vrijmoed,  Yolande Zelders.

Voor contact met de ondertekenaars en/of voor verzoeken presentaties rond dit onderwerp te houden, kun je via het contactformulier de Vereniging Basisinkomen benaderen.

Eerdere versies van het stuk zijn verbeterd door commentaar van de ondertekenaars en van derden, waaronder Joop Böhm, Tom van Doormaal, Henrick Fabius, Ronald van Eerten,  Willem Gielingh, Sjoerd Hania,  Michel van Hasselt, Sjir Hoeijmakers, Johan Horeman, Johan Luijendijk,  Henk Marks, Sabine Plantevin, Leon Segers, Lisinka Ulatowska, Geert-Jan van der Wolf.

 

Dit document is ook te raadplegen en te downloaden als PDF-document  (7 blz.)

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube