NIB, het kan toch wel, maar moet het ook?

Basisinkomen, kun en mag je dat ook uitvoeren via negatieve inkomstenbelasting, als uitkeerbare of verzilverbare heffingskorting?
Onderstaand artikel poogt deze discussie van zijn scherpe kantjes te ontdoen.

Verhitte discussie over basisinkomen versus negatieve inkomstenbelasting

Basisinkomen kan volledig en rechtstreeks uitbetaald worden door een speciaal daartoe toegeruste instantie, bijvoorbeeld de SVB (Sociale VerzekeringsBank).
Sommigen zijn van mening dat het beter is dat dit gebeurt door de Belastingdienst (BD), die dat dan geheel of gedeeltelijk kan verrekenen met de verschuldigde belasting. Daarbij worden dan begrippen gebruikt zoals NIB (negatieve inkomensbelasting), UHK (uitkeerbare heffingskorting) en VHK (verzilverbare heffingskorting).[1]
In dit artikel[2] worden in eerste instantie de praktische aspecten van een keuze besproken.
Aan het slot komen ook meer strategisch en ideologische aspecten aan de orde.

 Volledig en rechtstreeks uitbetaald basisinkomen

Stel we herzien ons fiscale en sociale stelsel zo, dat er een basisinkomen (BI) is voor iedere volwassene, bijvoorbeeld  € 1.200 per maand (belastingvrij).  Alle ander inkomsten worden belast volgens een eenvoudig schijventarief, met bijvoorbeeld een eerste schijf van 50 %.[3]
Uitbetalen van het BI kan efficiënt, bijvoorbeeld door de Sociale VerzekeringsBank (SVB)[4], die nagenoeg zonder problemen al een halve eeuw AOW overmaakt naar ouderen.
Werkgevers houden gewoon de belasting op het brutoloon in en dragen dit af aan de Belastdienst (BD). Ondernemers (waaronder zelfstandigen) dragen zelf 50 % van hun winst af aan de BD.

Gevolg van deze aanpak is dat ook degenen die hoge andere inkomsten hebben, maandelijks € 1.200 ontvangen. Via hun werkgever (of door hen zelf als ze ondernemer zijn ) wordt echter weer een fors bedrag aan de BD afgedragen. Maandelijks moeten er dus miljarden van de BD naar de SVB.

Uitkeerbare heffingskorting

De geldstromen zoals hiervoor geschetst kunnen verkleind worden door het idee van negatieve inkomsten belasting (NIB)[5]. Dit kan in de vorm van een uitkeerbare heffingskorting (UHK)[6] die even hoog is als het bovengenoemde BI. De BD verrekent de UHK met de (door de werkgever of betrokkene zelf) af te dragen belasting. Blijft er dan iets over, dan wordt dat rechtstreeks overgemaakt naar de betrokkene.
Er is echter een complicatie. De BD werkt met schattingen voor de inkomsten over het gehele jaar. Daarop worden voorheffingen bepaald. Is deze schatting te hoog of te laag, dan wordt de UHK juist te laag of te hoog. Vooral bij lage wisselende andere inkomens uit meerdere bronnen kan dat tot grote afwijkingen leiden. Dit kan een groep behoorlijk kwetsbare mensen raken. Als dit niet goed geregeld wordt, kan het net zo uit de hand lopen als bij de toeslagenaffaire.[7]
Voor velen is dit reden om een systematiek met NIB en UHK (of VHK) af te wijzen.

Problemen met de voorheffing

Een poging deze te verkleinen.
Er is geen probleem bij mensen die het hele jaar geen enkel ander inkomen hebben. Die krijgen gewoon de hele UHK maandelijks van de BD.
Er is een prima aanpak mogelijk voor mensen die het hele jaar één ander inkomen hebben van minimaal tweemaal het BI. In ons voorbeeld minimaal € 2.400 bruto. De BD hoeft naar hen geen UHK over te maken en kan de te innen voorbelasting bij die ene werkgever verminderen met het bedrag van het BI.[8] Ondernemers moeten (bijvoorbeeld eens per kwartaal) een schatting geven van hun winst en dan de helft afdragen van de winst boven € 2.400.

In twee soorten situaties kunnen er wel problemen zijn:

  • Mensen met een inkomen tussen € 0 en € 2.400.
  • Situaties waarbij het inkomen in de loop van het jaar flink verandert.[9]

Een oplossing voor het eerst probleem is dat de BD iedereen waarvan verwacht wordt dat er minder andere inkomsten zijn dan € 2.400 per maand, de UHK volledig uitbetaalt. Daarmee moet dan tevens bepaald worden dat al hun werkgevers 50 % belasting af dragen van het brutoloon dat zij uitbetalen.[10]
Dit betekent dat voor een deel van de mensen[11] de systematiek net zo werkt als bij de rechtstreeks uitbetaling door de SVB, behalve dat  de betaling wordt gedaan door de BD.

Voor het tweede probleem moeten we afzonderlijk kijken naar plotselinge groei van het andere inkomen, plotselinge krimp en naar heftige fluctuaties binnen het jaar.
Bij plotselinge groei is er geen probleem als dat bruto loon via een werkgever betreft. Die draagt keurig 50 % af. Een ondernemer zal daar wel zelf alert op moeten zijn. Omdat de ondernemer ook Btw-aangiftes moet doen, is er een aangrijpingspunt voor communicatie en/of controle.
Plotselinge krimp van het andere inkomen, waardoor het andere inkomen flink onder de € 2.400 per maand komt, kan snel leiden tot geldproblemen. Dit is te voorkomen door een spoedprocedure te maken waarbij betrokkenen de BD kan verzoeken hem/haar vanaf de eerstvolgende maand te behandelen zoals degenen die minder dan € 2.400 ander inkomen hebben.
Bij snelle fluctuaties is het waarschijnlijk verstandig alleen te reageren op de eerst krimp en bij groei alles voor dat jaar te laten zoals het is. Slechts één keer per jaar kan men switchen naar volledige uitbetaling van de UHK.

Ja, het is het zo simpel

Het voorgaande betekent dat een UHK via de BD technisch een uitvoerbaar alternatief is voor BI via de SVB.
Er is zelfs een glijdende schaal denkbaar waarin een balans gezocht wordt tussen het voordeel (minder geldverkeer) en het nadeel (complicaties doordat voorheffingen via de BD schattingen zijn).

  • Het ene extreem is dat de BD de UHK aan iedereen volledig uitbetaalt, zoals dat zou gebeuren als de SVB dat doet.
    In dit geval is er geen verkleining van de geldstroom, maar ook geen kans op complicaties door verkeerd ingeschatte voorheffingen.
  • Een voor de hand liggende vereenvoudiging is dat de BD geen geld overmaakt aan ondernemers (zelfstandigen) met meer inkomsten dan € 2.400. Zij dragen dan € 1.200 minder van hun inkomsten af aan de BD.
    Bij plotselinge terugval van inkomsten is er een snelle procedure om de systematiek voor de rest van het jaar aan te passen.
  • De in de voorgaande paragraaf behandelde optie.
    Voor werknemers die meer bruto-verdienen dan € 2.400 per maand houdt de werkgever € 1.200 minder in op het salaris. De BD betaalt niets uit aan betrokkene.
    Ook hier geldt een snelle procedure voor aanpassing gedurende de rest van het jaar bij terugval van de andere inkomsten.

Voor mensen met andere inkomens onder de € 2.400 houdt de (eventuele) werkgever 50 % belasting in en betaalt de BD € 2.400 aan betrokkene.

  • Een af te raden variant heeft als doel de geldstomen maximaal te verkleinen. Daarbij maakt de BD een schatting maakt van de andere inkomsten van betrokkene en het bedrag van de uit te betalen UHK daar op aan past. De werkgever houdt minder belasting in.
    Deze variant heeft veel risico’s van verkeerde schatting en er zijn complicaties als er meerdere werkgevers zijn. Komt dicht bij de toeslagenproblematiek.

    Strategische en Ideologische aspecten van de keuze tussen direct uitbetaald basisinkomen en uitkeerbare heffingskorting

In het voorgaande is aangetoond dat technische gezien de uitkeerbare heffingskorting een goed uitvoerbare methodiek is, als we die beperken tot degenen die voldoende ruime ander inkomsten hebben.

Een voordeel is dat een aldus geregelde UHK via de BD een kleinere maandelijks geldstroom oplevert dan rechtstreeks en volledige uitbetaling van het BI door de SVB.[12]
Dat verkleint het risico dat geld tussen de transacties door ergens blijft hangen, omdat de werkgever of de zelfstandige ondernemer de verschuldigde belasting niet – of niet tijdig – afdraagt.
Het is de vraag of dit een groot risico is – de BD zal hier ongetwijfeld zeer scherp op letten.

Deze aanpak betekent dat er een expliciet cesuur gemaakt wordt tussen groepen mensen, laten we ze aanduiden als rijken en armen.
Het voordeel is dat er niet expliciet geld overgemaakt wordt aan de rijken. Die hebben het immers niet nodig? Impliciet krijgen ze het natuurlijk toch ook als korting op de te betalen belasting, maar dat zal door velen psychologisch anders beleefd worden.
Het nadeel is natuurlijk dat er expliciet sprake is van stigmatisering. De armen krijgen zichtbaar steun die de rijken niet nodig hebben. Dat doet onrecht aan het ethisch punt dat basisinkomen een mensenrecht is, een methode om bestaanszekerheid universeel te garanderen.

Sommige voorstanders van BI zullen tegen de UHK zijn omdat dit betekent dat de manier van uitbetalen inkomensafhankelijk is. Anderen zullen daar niet zo zwaar aan tillen: alleen het eindresultaat telt mits onderweg geen extra hindernissen opgeworpen worden.

Een vooralsnog enigszins utopisch aspect betreft eventuele verschuiving van de belangrijkste belastinggrondslagen. Er is wat voor  te zeggen betaalde arbeid minder te belasten, maar de heffing te verschuiven naar andere grondslagen zoals vermogensaanwas, betaaltransacties of consumptie. Als dat gebeurt, gaat de UHK voor steeds grotere groepen mensen meer op een direct BI lijken.

Strategisch geredeneerd kun je er voor kiezen de uitvoering via de BD te regelen. Ze zullen daar vroeg of laat toch iets moeten doen om de toeslagenellende achter zich te laten. De politieke druk zal dat eisen.
Daar staat tegenover dat de BD thans begrijpelijk zeer huiverig is nieuwe regelgeving te implementeren. Dan is het wellicht eenvoudiger iets nieuws er naast te zetten en het oude af te bouwen.

De discussie hierover zal vast niet stoppen met het verschijnen van dit artikel. Wel kan met verwijzing naar dit artikel de heftigheid in de discussie afgezwakt worden.
Voor mij is het maken van een keuze niet zo belangrijk. Direct en volledig uitbetaald basisinkomen is het mooiste, maar als de politiek zou besluiten het op een verstandige manier via negatieve inkomstenbelasting te regelen is dat ook prima[13].

Reyer Brons, mei 2022

Noten:

[1] Termen in deze tekst, en de afkortingen daarvan
BD                         Belastingdienst
BI                          Basisinkomen
NIB                        Negatieve inkomensbelasting
SVB                       Sociale verzekeringsbank
UHK                      Uitkeerbare heffingskorting
VHK                      Verzilverbare heffingskorting

[2] Dit is mede gebaseerd op suggesties in een discussie per mail met o.a. Ton Evers, Johan Horeman, Peter Kamp, Wim van der Noort, Alexander de Roo, Jan Soons, Jan Stroeken, Bert Veenstra en Bert Voorneveld.
Deze tekst blijft wel geheel mijn verantwoordelijkheid.

[3] Het vervolg van dit betoog houd ik in hoofdzaak vast aan deze voorbeelden.
Met andere bedragen, percentages en meer schijven verandert de strekking van het betoog niet wezenlijk.

[4] Onbekend is of de SVB op dit moment de relevante gegevens (zoals een bankrekeningnummer) heeft van alle volwassenen, dan wel dat dat eerst geregeld moet worden.
Overigens is ook denkbaar dat de BD dit bedrag aan iedereen overmaakt ipv de SVB.
Aan de keuze van de instantie die de uitvoering regelt zitten praktische, strategische en ideologische aspecten, zie verder in dit betoog.

[5] De term negatieve inkomsten belasting wordt soms ook gehanteerd voor een ander systeem dan hier geschetst. In dat systeem is sprake van een aanvulling door de BD van het andere inkomen tot een bepaald bedrag. Dit is dus principieel inkomensafhankelijk en daarmee in strijd met de kenmerken van basisinkomen. Het praktische gevolg van zo’n systeem is dat de armoedeval in stand blijft – extra betaald werk loont niet voor degenen die  gebruik maken van de garantie.
Deze systematiek wordt meestal verdedigd met het argument dat aanvulling tot een zeker minimum voor de overheid goedkoper is dan iedereen het hele bedrag geven. Dat klopt, maar de armoedeval blijft!

[6] Soms wordt de term verzilverbare heffingskorting (VHK) gebruikt.

[7] Dit zou nog erger worden als de UHK uit twee componenten zou bestaan: een individueel deel en een huishoudafhankelijk deel. Dat laatste betekent extra kans op mutaties en dus minder goede voorspelbaarheid. Maar in voetnoot 3 heb ik gezegd dat we het nu voorlopig simpel houden.

[8] Deze aanpak kennen we in het huidige stelsel al onder de term loonheffingskorting. Deze mag iedere belastingplichtige één keer toepassen bij een of een werkgever of een uitkeringsinstantie.

Werkgevers zijn hier dus aan gewend en de methodiek is prima toepasbaar om de UHK al dan niet te verrekenen met de te betalen belasting.

[9] Kleine veranderingen worden bij de definitieve belastingheffing recht getrokken. Wel goed uitzoeken wanneer een verandering als klein beschouwd moet worden, en wanneer niet meer.

[10] Behalve dat dit standaard kan gebeuren, is ok denkbaar dat de BD betrokkenen de optie biedt om hier voor te kiezen.

[11] In ons voorbeeld met een BI/UHK van € 1.200 betreft dit ongeveer 40 % van de volwassenen.

[12] Stel dat dit 6 miljoen mensen betreft, dan gaat eh het om een geldstroom van € 7,2 miljard per maand.

[13] In de in voetnoot 2 genoemde  mail discussie heeft Alexander de Roo een vergelijkbare stellingname van de Vereniging Basisinkomen verwoord.