OECD creëert verwarring over Basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

Een paar OECD economen hebben zich geschaard in het koor van de critici op het basisinkomen. Dat doen ze door het compliceren van de probleemstelling en de oplossingsgevolgen. De tactiek helpt om tegenstanders met onzekerheden op te zadelen, extra onderzoek en uitleg te laten geven en de duidelijke vraagstelling te vertroebelen.

In mei publiceerde de OECD (OESO) een beleidsnota over de toekomst van werk met als titel Basic income as a policy option: Can it add up?
In de brief worden doorrekeningen gepresenteerd voor vier landen (Finland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk). Hier kun je deze nota (PDF) lezen.
Het leidde in Nederland al snel tot enkele oppervlakkige artikelen

Dit inspireerde Rutger Bregman op 31-5-2017 tot een venijnig commentaar in de Correspondent met als titel Luie journalistiek van Elsevier en het Financieele Dagblad over het basisinkomen.
De kern van zijn kritiek is als volgt:
Maar wat stond er eigenlijk in het rapport zelf? Simpel:

  • De OESO had eerst bedacht dat een echt basisinkomen niet kan, omdat het tot hogere belastingtarieven zou leiden.
  • Vervolgens had de denktank een kleine toelage ook maar gewoon een ‘basisinkomen’ genoemd. (Voor Italië ging de OESO bijvoorbeeld uit van 158 euro per maand.)
  • Daarna bedacht ze dat dit minuscule ‘basisinkomen’ gefinancierd moest worden door de huidige inkomensondersteuning uit te smeren over iedereen.
  • En voilà, de onvermijdelijke conclusie: ‘het basisinkomen’ zou de armoede niet verminderen.

Even voor de goede orde: er is sinds de achttiende eeuw niemand geweest in de hele beweging voor het basisinkomen die ooit voor deze variant heeft gepleit. Feitelijk gezien is dit niet eens een basisinkomen, aangezien een echt basisinkomen je per definitie uit de armoede zou moeten helpen.

Uiteraard is deze kritiek ook een beetje snel en lui, dus tegenstanders van het basisinkomen zullen niet meteen overtuigd raken. Daarom een poging de OECD-nota voor de Nederlandse situatie te interpreteren.

Berekeningen voor Nederland

Wat willen deze OECD-auteurs eigenlijk?
Gelijkblijvend inkomen en gelijkblijvende inkomensverdeling (blz. 3 bovenaan). De kosten voor sociale zekerheid, AOW en kinderbijslag moeten naar het basisinkomen dat over alle inwoners verdeeld moet worden. Dat is een perfecte stropop voor een tegenstander.

Voor Nederland betekent het de uitkeringen sociale zekerheid van € 88,7 mld. (AOW/ANW, WW en bijstand, arbeidsongeschikt en overig) verdelen over 13,26 mln. mensen (78% van 17 mln. is boven de achttien).
Dat levert een individueel basisinkomen op € 6.689 per jaar, € 557 per maand. Beduidend lager dan de € 1.100 per maand, € 13.200 per jaar, wat gezien kan worden als laagste leefbaar individueel inkomen. Dat inkomen is afgeleid van een leefbaar bijstandsinkomen in 2014 volgens Nibud voor een gezin van iets meer dan € 1.800. De Vereniging Basinkomen noemt dit een bescheiden basisinkomen.
Voor zo’n bescheiden basisinkomen in de Nederlandse situatie is een nationaal bruto-inkomen nodig van € 178,4 mld. Dat is € 103,9 mld. meer. Dat zou een geweldige stimulans voor de economie kunnen vormen. Blijkbaar is men daar bang voor.
Die angst is er niet als het in het financiële circuit blijft zoals QE (kwantitatieve geldverruiming) van de ECB. Dat kost in de EU 80 mld. per maand en werkt niet.

Worden de uitkeringen voor de Zorg bij de € 88,7 mld. geteld, dan hebben we het over nog eens € 67,4 mld. (AWBZ, Zvw, overig als WMO) dan betreft het in totaal € 156,2 mld. Wordt dat door dezelfde 13,26 mln. mensen gedeeld, dan levert dat een individueel basisinkomen op van € 11.772 per jaar, € 981 per maand.
Dan gaat wel het argument op dat als mensen ook maar iets bijzonders hebben, ze meteen in de problemen zitten. Voor € 67,4 mld. kan dat zoals nu totaal voorkomen worden. Waarschijnlijk is het zonder problemen wel mogelijk een deel van dit bedrag te besparen omdat voor veel mensen het uit te keren bedrag hoger is dan wat ze nu krijgen via de sociale zekerheid. Cijfers die het mogelijk maken dat door te rekenen kennen wij echter niet.

Een extra begrotingstransfer kan gevonden worden in de uitgaven in natura die nu gedaan worden door overheidsinstellingen of instellingen zonder winstoogmerk aan huishoudens. Het betreft sociale woningen, huisvestingstoelagen, kinderdagverblijvenberoepsopleiding en kortingen op vervoerstarieven. Als dit soort overheidsbemoeienis allemaal overboord gezet wordt met de idee dat mensen dat allemaal zelf moeten kunnen betalen uit hun budget, dan veranderd er weer veel. Het geld voor de behoeftigen verdelen over iedereen zodat iedereen meer te besteden heeft, leidt tot een toename van de middelen voor het basisinkomen van € 74,5 mld.
Dat betekent dat € 230,6 mld. verdeeld kan worden over de 13,26 mln. medeburgers die dan elk € 17.390 per jaar, € 1.449 per maand, tot hun beschikking krijgen.
Daar moet dan nog wel belasting van afgenomen worden voor een corrigerende herverdeling, hoewel daarover de meningen verschillen. Het begint dan meer en meer te lijken uit het likken uit de maatschappelijke honingpot. Azijn bestaat niet, hooguit voor anderen en dat is dan hun probleem.

Die € 230,6 mld. voor het basisinkomen is beduidend meer dan € 178,4 mld. die nodig is om € 1.100 per maand Bi te betalen. Waaruit bestaat dan de azijn? Wat is het zuur? Het zuur is dat alle mensen middelen ontvangen om problemen op te lossen, ook zij die helemaal geen problemen hebben. Niet erg solidair.

Maar goed, OECD mikt op een kostenneutraal basisinkomen. Dan begint men dus met toeslagen voor mensen met een beperking en voor huren. De belastingen mogen niet omhoog omdat niemand dat wil. Andere belastingen dan die op inkomen blijven buiten zicht. Mogelijke kostenbesparingen worden niet meegnomen.
Dat betekent dat volgens het OECD model de laatste stap niet gezet kan worden. Dat is op zich een goed idee. De ruimte voor een basisinkomen moet in de economie gevonden worden niet in alleen in het opnieuw ordenen van de administratie!
De OECD lijkt daarmee gevangen te zitten in haar eigen hypothesen en vooronderstellingen over werk stimulansen. Dat zou ook gemakzucht kunnen zijn!

Als we het verhaal van OECD zouden mogen categoriseren, moeten we het benoemen als het compliceren van de probleemstelling en de oplossingsgevolgen. Die tactiek helpt om tegenstanders met onzekerheden op te zadelen, extra onderzoek en uitleg te laten geven en de duidelijke vraagstelling te vertroebelen.

Hoe dan wel?

Basisinkomen wordt wel een belangrijk onderwerp als zelfs een OECD zich er mee bezig houdt. Als de OECD nu nog oplossingsgericht gaat denken, niet conservatief, dan heeft de basisinkomenbeweging er wat aan. Nu is het vervelende ruis die andere tegenstanders graag versterken.

Oplossingsgericht denken kan overigens prima. Christina Lambrecht wijst er in haar reactie via Facebook op dat de OECD ook bekend is door de Better Life Index.
De Better Life Index meet behalve het inkomen, ook de gezondheid van de bevolking, de veiligheid, de kwaliteit van de huisvesting en nog een handvol andere aspecten. De factoren zijn voor het bevredigen van de behoeften van de mensen van groot belang en dat is waar het volgens de OESO voor de welvaart van mensen om gaat.
Dat spoort totaal niet met de beleidsnota over basisinkomen.

Chrstina vervolgt haar betoog op Facebook:
Door te kiezen voor fiscale neutraliteit en te waarschuwen voor de daling van de bestaande sociale bescherming in deze studie van het basisinkomen, maakte de OESO een politieke keuze om vooral niets te veranderen, en dat is ver van zijn eerste prospectieve missie.

Het basisinkomen is geen vervanging van het sociale zekerheidssysteem maar is er een aanvulling op en verandert deze van een compenserende in een emanciperende vorm!

We kunnen alleen maar betreuren dat de economische experts van de OESO vooral een boekhoudkundige en onvolgroeide visie van de menselijke samenleving hebben, een menselijke precaire samenleving die afhangt van de hulp van een paternalistische en welwillend staat.

Maar laten we hopen dat er nog steeds een andere manier mogelijk is en dat het basisinkomen niet alleen als een zeer nuttige utopie gezien wordt, maar ook als een dringende noodzaak in deze veranderende wereld voor individuele emancipatie van de mens.

Daarom nodigen wij de OESO uit om de versie van haar studie m.b.t. het basisinkomen te willen herzien en meer ambitieuzere aannames wil uitwerken, en vooral de eendimensionale financiële wereld durft te verlaten waaraan ze teveel vasthangt, en zich echt open durft te stellen voor de sociale, economische en maatschappelijke aspecten van het universele basisinkomen, waarbij de toekenning van een universeel, individueel en onvoorwaardelijk sokkel-bedrag het voor iedereen mogelijk zou maken om de “financiële basisvrijheid” van keuze te hebben.

Wij ondersteunen deze oproep van Christina van harte!

Reyer Brons en Johan Horeman, 7 juni 2017
Met citaten van Rutger Bregman en Christina Lambrecht.

Zie ook een gedegen weerwoord (in het Engels) van Scott Santens: Eating food will fail to reduce malnutrition, new report warns – How to recognize when an anti-UBI title is “fake news”

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube