Participeren onder de paraplu van een basisinkomen

In artikel 20 van de Grondwet staat dat de bestaanszekerheid van de bevolking en spreiding van de welvaart voorwerp van zorg van de overheid zijn.
Die grondwettelijke gegarandeerde bestaanszekerheid is inmiddels verworden tot een rampscenario.
Aldus Jan Soons in het Brabants Dagblad.
Zou echte participatie in de economie en samenleving niet meer inhoud krijgen onder de paraplu van een vorm van basisinkomen?

In Nederland zijn er weliswaar meer voor- dan tegenstanders van invoering van de een of andere vorm van een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen als middel om de bestaanszekerheid voor iedereen op tenminste het minimumniveau te garanderen. Maar de tegenstanders zijn erg standvastig in hun verzet en zijn vooral te vinden aan de rechterkant van het politieke spectrum. Zij houden halsstarrig vast aan hun idee dat een basisinkomen overbodig >is aangezien de Participatiewet reeds voorziet in zo’n bestaansgarantie.

De Participatiewet, die dateert uit 2015, vloeit rechtstreeks voort uit artikel 20 van de Grondwet waarin staat dat de bestaanszekerheid van de bevolking en spreiding van de welvaart voorwerp van zorg van de overheid zijn. Die grondwettelijke verplichting veronderstelt dat de wetgever, als uitvoerder daarvan, serieus invulling geeft aan zulke betekenisvolle waarden als ‘bestaanszekerheid’ en ‘spreiding van de welvaart’.

Hoe anders is de werkelijkheid! Wie in de bijstand dreigt te komen moet eerst afstand doen van alles wat hij of zij in het werkzame leven heeft opgebouwd. De overwaarde van het eigen huis, vrijwel het volledige spaargeld, etc. moeten eerst aangesproken worden.  Daarna moet betrokkene circa 20 formulieren invullen en gaat de bijstandsambtenaar zich over de aanvrager ‘ontfermen’, maar dan wel op Spartaanse wijze. Elk foutje, bijvoorbeeld een ontvangen maar niet opgegeven tas met boodschappen, wordt hard afgestraft. Een kleine bijverdienste wordt onmiddellijk op de uitkering gekort. Kortom, de grondwettelijke gegarandeerde bestaanszekerheid is verworden tot een rampscenario.

De opeenvolgende neoliberale kabinetten sinds de laatste decennia hebben, zo lijkt het althans, er alles aan gedaan om de grondwettelijke opdracht zo summier mogelijk uit te voeren.

Aan de spreiding van de welvaart doen we in ons land zowaar nog minder. Zeg maar liever niets.

De hoogste inkomens betalen volgens recent CPB-onderzoek relatief de laagste belastingen. Zo is ook het laagste winstbelastingpercentage van 15% voor vennootschappen voor 2022 opgerekt tot een grensbedrag van 395.000 euro.

De hangmatkapitalist, die dus zijn geld voor zich laat werken, steekt alle vermogenswinst op zijn aandelentransacties nog steeds belastingvrij in zijn zak, weliswaar nadat hij over zijn totale vermogen gemiddeld circa 1,2 procent vermogensrendementsheffing betaald heeft. Een lachertje voor de succesvolle cryptobelegger, huisjesmelker of ‘day-trader’.

Kortom, de uitvoering van artikel 20 van de Grondwet blijkt in de praktijk gebakken lucht te zijn.

Het kan en moet anders! Zouden we serieus invulling geven aan de opdracht die de Grondwet ons geeft, dan is invoering van een basisinkomen in de vorm van een verzilverbare heffingskorting ter grootte van het huidige bijstandsniveau, inclusief een aanvulling ter grootte van de bestaande toeslagen, het meest doeltreffend. Dat zou betekenen dat iemand die (tijdelijk) geen eigen inkomen heeft, desondanks een belastingkorting ontvangt ter grootte van dat bijstandsniveau. Door dat maandelijks uit te keren als voorheffing op de inkomstenbelasting, is iedereen, onafhankelijk wat hij of zij als werknemer of ondernemer al dan niet (bij)verdient, verzekerd, van een gegarandeerd basisbestaan.

Natuurlijk moet dit ook betaalbaar zijn. Hierover heeft het CPB en het NIBUD al veel gerekend en de uitkomst is dat het betaalbaar is, mits we alle uitkeringen, toeslagen, aftrekposten en belastingkortingen overboord gooien en een vlaktaks introduceren van 50% over alle inkomsten, vanaf de eerste tot de laatst verdiende euro.

Wat zou dit betekenen voor diegenen voor wie de Bijstand dreigt? In hoeveel gezinnen zou de inkomensstress verdwijnen? Hoeveel mensen zouden een bedrijf gaan starten, wetend dat ze altijd kunnen terugvallen op de verzilverbare heffingskorting als basisinkomen? Hoeveel studenten zouden een burn-out bespaard blijven, omdat ze zonder financiële stress kunnen studeren?

Zou arbeid niet meer lonen als het inkomensafhankelijke toeslagenstelsel verdwijnt? Kortom zou echte participatie in de economie en samenleving niet meer inhoud krijgen onder de paraplu van een verzilverbare heffingskorting, als vorm van basisinkomen?

Jan Soons, juni 2022

Deze tekst is op 4-6-2022 verschenen in het BrabantsDagblad onder de titel Basisbestaan is een recht: garandeer dat.
Jan Soons schreef meerdere berichten op onze website.
Zie ook: