Plan voor een Algemene Betaaltax en een Algemene Bestedingsvergoeding

Facebooktwitterlinkedinmail

Laten we ongeveer 25 jaar uittrekken voor de geleidelijke invoering van een bescheiden heffing op digitale betalingen en de opbrengst in hoofdzaak toedelen aan alle burgers. Dat is de essentie van een plan van Bert Voorneveld.

Voorjaar 2018 verscheen een essay van Bert Voorneveld met als titel Plan voor een gelukkige samenleving. Zie hier een recensie op de VBi-website.
Inmiddels is van het boek een tweede druk verschenen.
Die is behoorlijk ingrijpend gewijzigd, de auteur gaat op veel punten in op ontwikkelingen en publicaties van de laatste anderhalf jaar.

Hij introduceert de Algemene Betaaltax (ABt) mede om het bedrijfsleven te laten betalen voor de systemen die nodig zijn voor de collectieve kosten van de samenleving. Het bedrijfsleven onttrekt zich steeds meer aan het betalen van ‘normale’ belastingen en dat is niet mogelijk bij een ABt. Die ABt moet niet te hoog worden, Bert Voorneveld wil starten met 0,02 % en geleidelijk groeien naar circa 0,3 %. (Dat is dus voor een betaling van € 1.000 een ABt die start met € 0,20 en langzaam stijgt naar € 3. Daarbij denkt hij op den duur jaarlijks € 120 miljard te innen.
Cruciaal daarbij is zijn veronderstelling dat door de ABt het betalingsverkeer ongeveer zal halveren qua volume. Nu is in Nederland het betalingsverkeer ongeveer 90 maal het BBP (bijna € 70.000 miljard), en dat zal volgens hem afnemen tot circa 50 keer het BBP.
Recent verscheen op  deze website een artikel van Hans van Steenbergen (Financieren Wereld-basisinkomen Systeem) waarin een hogere transactietax van 10 % wordt voorgesteld, maar de geschatte omvang van het geldverkeer dan ook nog eens met 90 % extra afneemt. Er zijn meer verschillen in de benaderingen van beide heren, maar geruststellend vind ik vooral dat beiden geleidelijkheid voorstellen zodat bijsturing mogelijk is.

Belangrijkste doel van de opbrengst van de ABt is het verschaffen van een Algemene Bestedingsvergoeding (ABv) aan alle legale inwoners van Nederland van bijvoorbeeld boven de 20 jaar. Hij laat die in een voorbeeldberekening starten op circa € 140 per maand en oplopen tot circa € 1.300. Daarbij worden wel de huidige uitkeringen en heffingskortingen geleidelijk afgebouwd, waardoor op den duur circa € 90 miljard vrij komt en wordt toegevoegd aan de middelen voor de ABv.
Grappig is dat hij zijn ABv geen basisinkomen wil noemen, omdat het in eerste instantie niet hoog genoeg is om van te kunnen leven en dus niet voldoet aan de definitie van de VBi (blz. 139).
(In de eerst druk van het boek gebruikte  hij overigens wel de term basisinkomen. De ABt heette toen betaaltransactietax.)

Hij besteedt bijna 13 pagina’s in de 2e druk van het boek aan een ethische verantwoording, waarbij hij vooral ingaat op de Ethische Annotatie #6 van Ingrid Robeyns (december 2018).
Hij verwijt haar en anderen die zich voordoen als mensen die basisinkomen wel zouden willen, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden worden dan zo gesteld dat dit onmogelijk is. Ik heb dat elders wel eens aangeduid als een alles of niets benadering. Maar vervolgens ontbreekt een alternatief voor wat dan wel, met onuitgesproken consequentie dat voortmodderen met de huidige stelsels voor belasting en sociale zekerheid het enige is wat er op zit.
Uitvoerig (en wat mij betreft overtuigend) gaat hij in op de volgende punten:

  • Is het ontvangen van basisinkomen in strijd met de menselijke waardigheid?
  • Is het ontvangen van basisinkomen te beschouwen als parasitisme?
  • Basisinkomen en het principe van wederkerigheid.
  • Het gevaar van teveel individuele vrijheid (met naast de angst dat onvoldoende mensen de handen uit de mouwen steken o.a. ook ruimte voor sociale krachten die de traditionele rolverhouding tussen mannen en vrouwen bevestigen).

 

Deels heeft Bert Voorneveld het gemakkelijk met het pareren van Robeyns doordat in zijn systematiek van geld innen via de ABt er geen duidelijke individuele verliezers zijn aan te wijzen, wat bijvoorbeeld wel het geval is bij voorstellen waarbij de belasting op inkomsten voor bovenmodaal wordt verhoogd. Maar ook dan kun je volgens de auteur niet van parasitisme spreken – je hoge inkomen is niet alleen jouw verdienste maar komt vooral door de samenleving die we met zijn allen mogelijk hebben gemaakt. Daar anderen in laten delen is voor de hand liggend. Bovendien hebben de werkenden hun baan (en dus hun loon) te danken hebben aan de afnemers van de door hen geproduceerde goederen en diensten. Die afnemers doen dat door hun inkomen aan deze producten te besteden. Tegenstanders kunnen wel beweren dat ontvangers van een basisinkomen dat te danken hebben aan de werkenden, maar je kunt met evenveel recht zeggen dat het omgekeerd is en dat de banen van de werkenden bestaan bij de gratie van de bestedingen van consumenten en anderen.

Veel wetenschappers (en niet alleen economen) die basisinkomen als studieobject hebben, blijven in hun redenering erg dicht bij het huidige stelsel waarbij eventuele netto-meerkosten van basisinkomen (na aftrek van voor de hand liggende basparingen op uitkeringen, toeslagen en heffingskortingen) opgebracht moeten worden door verhoging van de inkomstenbelasting in het hogere segment. Ook voorstanders van basisinkomen die willen rekenen ontkomen daar vaak niet aan.
Dat leidt tot discussie over de vraag of die netto-meerkosten verwaarloosbaar zijn, enkele miljarden betreffen of vele tientallen miljarden.
De verdienste van een boek als dit is dat het heel anders aankijkt tegen de inrichting van ons maatschappelijk bestel. Een daarmee gelijk de ethische dilemma’s een stuk kleiner maakt.

Reyer Brons, december 2019
laatste bijstelling februari 2020

Zie ook een publicatie van Bert Voorneveld over de Algemene Betaaltax d.d. 22-1-2020 op Platform O : Belasting betalen kan gemakkelijker en leuker.

 

………..

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube