De robotonomie: een hernieuwd pleidooi voor een basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

kees kraaieveldWat gaan we doen wanneer robots de komende decennia het grootste deel van de menselijke economische productie overnemen? Met de vraag mee te denken over de gevolgen van de transformatie van onze economie in een heuse ‘robotonomie’ ging u de zomer in. En of het nou de robots zijn die tot de verbeelding spreken, of dat u het gewoon leuk vindt om na te denken over de toekomst, zelden kreeg ik meer meedenkmail. Hartelijk dank daarvoor.

Bij lezing valt op dat niemand de trend ontkent. Geen wonder. In de maakindustrie daalt door nieuwe golven automatisering wereldwijd de werkgelegenheid. Niet alleen in Duitse en Japanse fabrieken doen robots het werk, ook het Taiwanese Foxconn, de omstreden fabrikant van onder andere Apple’s iPhone, meldt aan The Financial Times dat het een miljoen robots koopt om zijn uitgebuite personeel te vervangen. Ook de gedachte dat niet alleen handenarbeid, maar ook het denkwerk van artsen en ingenieurs op termijn geautomatiseerd wordt, is u niet vreemd. De robotonomie is aanstaande.

En wat zijn dan de consequenties? Automatisering leidt tot een overschot aan arbeiders. Dat wist Karl Marx al. Wat gaan we doen met dit ‘reserveleger’, als we nu al niet weten wat we aan moeten met mensen die economisch onrendabel zijn?
De meeste meedenkers vinden dit tot mijn verbazing geen probleem. Eindelijk verlost van ‘de tredmolen die arbeid heet’, schrijft Adrie Völkers uit Bemmel (zie de brievenrubriek van vorige week). Als de mens overbodig wordt als economische productiefactor, dan hebben we de tijd om elkaar betekenis te geven. ‘Meer cultuur, zorg, ambachten,’ voorziet Sietse Rauwerdink uit Gouda. Dat werken, wat voor veel moderne mensen toch een soort levensvervulling is, laten we met liefde aan de robots over.

Maar hoe verdelen we dan straks de vruchten van de productie, als dat niet meer gaat via de salarissen?

Hoe komen wij, als economisch overbodig reserveleger, straks aan geld?

Elke economie, ook een robotonomie, heeft behalve producenten toch ook consumenten nodig?

Ook dit is een klassiek vraagstuk, waarbij een dito anekdote hoort. Toen de beroemde Amerikaanse vakbondsman Walter Reuther een bezoek bracht aan de Ford-fabriek, wees Henry Ford hem op zijn nieuwe robots. ‘Hoe gaat u van hen uw vakbondscontributie krijgen?’ vroeg Ford pesterig. Reuther liet zich niet uit het veld slaan en repliceerde: ‘Hoe krijgt u ze zover dat ze uw auto’s kopen?’
Sterk punt. Als straks geen mens meer hoeft te werken en de volledige economische productie is gerobotiseerd, dan zal iemand ervoor moeten zorgen dat de consumenten geld hebben om de door robots geproduceerde diensten en producten af te nemen.
Het gaat er dus niet alleen om dat de door robots gecreëerde toegevoegde waarde ‘in Nederland valt’, zoals veranderkundige Henk Daalder schreef. Het is ook zaak die toegevoegde waarde te verdelen.

Velen van u schreven me hierom om hernieuwde pleidooien voor de invoering van een basisinkomen. Daarbij vindt u het vanzelfsprekend dat de overheid dit regelt. Opmerkelijk. Wil een robotonomie draaien, dan moet iedereen van de overheid een basis­inkomen krijgen. Of kan het ook anders?

Auteur: Kees Kraaijeveld kees.kraaijeveld@vn.nl

Overgenomen met toestemming van de auteur

Kees Kraaijeveld (1971) schrijft sinds 2008 de economiecolumn in VN. Of het nu gaat over het functioneren van de publieke sector, de huizenmarkt, het pensioenstelsel of om Europa, Kraaijeveld probeert mensen aan het denken te zetten over de wondere wereld van de economie. ‘Altijd op basis van argumenten, en vanuit de overtuiging dat we met de ratio moeten vechten voor een betere wereld’, schreef hij in zijn eerste column.

Facebooktwitterlinkedinmail