Strategische opties voor de invoering van basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

Invoeren van basisinkomen kan in één keer met een grote stap, of meer geleidelijk door zaken aan te passen of iets naast het bestaande te ontwikkelen. Onderstaand wordt verkend welke de opties daarbij zijn, met hun sterke en zwakke kanten.

Basisinkomen is een prachtig idee om de bestaanszekerheid en de vrijheid van mensen te vergroten. Er zijn veel voordelen en positieve effecten van de verwachten, zie bijvoorbeeld een groeiend overzicht op de VBI-website met argumenten vòòr en een beleidstheorie met veronderstellingen over positieve effecten.
Volgens Varoufakis, is het niet alleen een prachtig idee, maar een absolute noodzaak.

Een maatschappij  met basisinkomen is op veel punten heel anders dan de wereld die we nu kennen, denk bijvoorbeeld aan de sociale zekerheid, het belastingstelsel en de arbeidsmarkt. Als we overtuigd zijn dat dat veel beter is, moeten we nog wel de vraag beantwoorden hoe we daar komen. Onderstaand worden zeven strategische opties besproken hoe dat geregeld zou kunnen worden, welke wegen we daarvoor kunnen inslaan.
In een later artikel komt aan de orde hoe we het draagvlak voor elkaar kunnen krijgen om die omwenteling te realiseren.

De eerste optie hieronder gaat uit van vervanging van het huidige stelsel in één klap door een stelsel met basisinkomen. De andere opties gaan uit van een geleidelijke overgang.
Bij de meeste  opties is besluitvorming met/door een overheid cruciaal. Alleen de laatste  optie is de rol van de overheid alleen faciliterend of zelfs afwezig.

  1. Invoering Basisinkomen in één klap

Deze optie veronderstelt dat we op een datum in een niet al te verre toekomst, bijvoorbeeld per 1 januari 2022, basisinkomen invoeren. Tegelijk zullen dan veel aanpassingen moeten plaatsvinden in de sociale zekerheid en het belastingstelsel,  waarschijnlijk ook in het arbeidsrecht en waarschijnlijk op nog veel meer gebieden.
We moeten het uiteraard ook vooraf eens zijn over de hoogte van het basisinkomen. Op dit moment horen we onder voorstanders bedragen van circa € 600 tot circa € 2.000 per maand, dus die eensgezindheid is er vandaag nog niet.
Wellicht zijn vooraf ook nog experimenten nodig om onzekerheden in gedragseffecten van de mensen beter in te kunnen schatten. Dan is 1-1-2022 wellicht veel te snel.
Uiteraard moet ook duidelijk zijn hoe precies wordt omgegaan met vraagstukken rond nationaliteit, woonland en migratie, maar dat probleem speelt uiteraard ook bij opties voor geleidelijke invoering.

Groot voordeel van deze benadering is dat we in één klap van de ingewikkeldheid van het huidige stelsel af kunnen. Bij geleidelijk invoering zal het huidige stelsel lange tijd deels in tact moeten blijven, met de kans dat het totaal alleen maar nog ingewikkelder wordt.

Bezwaar is dat we heel veel dingen van te voren heel precies moeten regelen, terwijl we niet alles goed kunnen voorzien. Er kan van alles mis gaan omdat achteraf blijkt dat het toch niet goed genoeg is uitgezocht.
De situatie van veel mensen verandert in één keer drastisch. Hoe ze zich dan zullen gedragen is matig voorspelbaar. Met zulke grote omwentelingen is er geen ervaring, dus de onvoorspelbaarheid is groot. Gedegen onderzoek kan dat verkleinen, maar niet helemaal wegnemen.
Uiteraard is dit probleem minder groot bij de keuze voor een laag basisinkomen dan bij een hoog basisinkomen.
Bij keuze voor deze optie is de kans aanwezig dat achteraf toch aanpassingen nodig zullen zijn.

  1. Stapsgewijs over de hele linie invoeren

Een voorbeeld van zo’n aanpak is het bijvoorbeeld per 1-1-2020 invoeren van een basisinkomen voor iedereen van € 100 per maand. Dat kan dan bijvoorbeeld jaarlijks opgehoogd worden met steeds weer € 100 per maand. Pas later hoeft beslist te worden wat de uiteindelijk hoogte wordt.
Elk jaar moeten beperkte aanpassingen  worden aangebracht in de sociale zekerheid en het belastingregime, met als uitgangspunt dat de som van basisinkomen, uitkeringen en belastingfaciliteiten voor de inkomens tot ongeveer het modale inkomen  niet kleiner wordt.
Intussen mogen geen andere wijzigingen in het stelsel aangebracht worden buiten de aanpassingen richting basisinkomen.
Uiteraard is ook een sneller invoeringspad denkbaar, of een pad waarbij slechts eens in de twee jaar een verhoging plaats vindt zodat er tijd is om de gevolgen van de voorgaande stap goed te evalueren.

Effect van deze aanpak is dat de gevolgen van de stelselwijzigingen pas geleidelijk merkbaar worden. Extreme gevolgen zullen zich niet voordoen, bij ongewenste effecten is bijsturing mogelijk.
Het betekent natuurlijk wel dat veel van de bezwaren van het huidige stelsel nog geruime tijd overeind blijven. Het risico bestaat dat het stelsel gecompliceerder wordt doordat de component basisinkomen er bij komt en de afbraak van het oude stelsel in het begin weinig zal betekenen. Met grotere stappen is dit risico uiteraard kleiner.
Dit betekent ook dat er een risico is dat wel met deze aanpak wordt gestart, maar dat (bijvoorbeeld door een andere politieke constellatie) deze halverwege wordt gestopt, of zelfs wordt terug gedraaid.

  1. Voer basisinkomen in voor specifiek groepen en breid die geleidelijk uit

Een zeer eenvoudig voorbeeld is om bijvoorbeeld vanaf 1-1-2021 iedereen die 18 jaar wordt een basisinkomen te geven en dat voor het gehele leven zo te laten. Dan is over circa 80 jaar het basisinkomen over de hele linie ingevoerd.
Een andere benadering die zo nu en dan de veel publicitaire aandacht krijgt, is om de AOW om te vormen tot basisinkomen en de leeftijd voor toetreding geleidelijk te verlagen. Of die verlaging heel snel gaat of in een traag tempo, valt nader te bezien.

Beide benaderingen hebben het voordeel van de eenvoud: leeftijd is een grootheid die gemakkelijk is vast te stellen en die weinig ruimte biedt voor oneigenlijk gebruik.
Bezwaar is natuurlijk dat de scheidslijn vreemde (wellicht zelfs onrechtvaardige) verschillen tussen mensen aanbrengt die bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt heel rare effecten kan hebben. Niet bij een voorzichtige start, maar wel als die scheidslijn ergens tussen de leeftijd van 30 en de 50 jaar ligt!
Dat is mogelijk niet goed voor het draagvlak om de invoering door te zetten.

Een iets complexere variant is om heel specifieke doelgroepen aan te wijzen. Voorbeelden hiervan zijn gehandicapten, jonge alleenstaande moeders, kunstenaars en recent zijn zelfs zelfs raamprostituees genoemd. Deze benadering heeft twee extra problemen. In de eerste plaats is vaststellen wie tot de doelgroep horen meestal niet eenvoudig, ook omdat dat in de tijd kan veranderen. In de tweede plaats biedt deze aanpak geen garantie dat op den duur iedereen tot een doelgroep behoort die mee doet. Een lastig begaanbare weg.

  1. Pas de bestaande regelingen aan in de richting van het basisinkomen

Veel bestaande regelingen in de sociale zekerheid en in het belastingstelsel zijn niet individueel en hebben als voorwaarde dat een tegenprestatie wordt gevraagd of dat er geen (of onvoldoende) andere middelen (inkomen of vermogen) aanwezig zijn. Basisinkomen is wel individueel en onvoorwaardelijk.
Een aanpak is om al die regelingen aan te pakken en meer individueel te maken en/of de voorwaarden te schrappen of te verzachten. Voor de uitkeringen is vrij duidelijk hoe dat zou kunnen, bij het belastingstelsel moeten dan specifieke kortingen, toeslagen en aftrekposten omgezet worden in een belastingvrije grondslag voor iedereen, die uitbetaald wordt in het geval dat er geen ander inkomen is.

Technisch is deze aanpak goed uitvoerbaar en waarschijnlijk is ook goed te overzien wat voor elk van de regelingen de effecten zijn qua kosten. Dat kan in hoge mate budgettair neutraal, het schrappen van de voorwaarden bij de bestaande regelingen kost weinig of niet veel (en levert zelfs een besparing op in de kosten van de uitvoeringsapparaten).
Fasering is denkbaar als er gedragsveranderingen verondersteld worden die slecht voorspelbaar zijn qua omvang.
De facto zie je dat (in elk geval sommige gemeentelijke) uitvoeringsinstanties voor de uitkeringen deze koers inslaan via een soort gedoogbeleid.

Voordeel van deze aanpak is dat je betrekkelijk snel het bestaande stelsel kunt vereenvoudigen. Nadeel is dat de kans groot is dat de weerstanden toenemen nadat de meest gemakkelijk te  veranderen regelingen zijn aangepakt en dat daarna het draagvlak voor de voortgang ontbreekt.

  1. Voer experimenten of pilots uit en breid deze geleidelijk uit

Een methode om maatschappelijke veranderingen door te voeren kan ook zijn het uitvoeren van experimenten of pilots en het uitbreiden van het bereik daarvan (uitrollen) over grotere groepen of gebieden. Een experiment lijkt meestal bedoeld om uit te zoeken of iets succesvol is of niet, bij een pilot is eigenlijk al besloten dat iets moet gebeuren, maar wordt dit eerst uitgeprobeerd om van de fouten te leren voordat de brede invoering plaatsvindt.
In Nederland wordt Texel wel genoemd als relatief goed afgrensbaar gebied voor een experiment. Voor een experiment in de hele EU is Estland als voorbeeld genoemd.
Maar er zijn zowel in Nederland als wereldwijd veel meer voorbeelden van experimenten of aanzetten daartoe.

Het opzetten van een goed experiment is nog niet zo eenvoudig en ook de politieke constellatie rond een experiment is niet altijd stabiel in de tijd, zie recente ontwikkelingen in Finland en Ontario.
Het is daarom niet zeker dat kiezen voor experimenten en pilots leidt tot uiteindelijke invoering.
Maar het is zeker de moeite waard te werken aan goed doordachte experimenten, al was het maar om de zwakheden van het huidige stelsel bloot te leggen.

 

  1. Geef ruimte voor individuen om over te stappen naar een stelsel met basisinkomen

Een geheel andere variant is het ontwerpen van een compleet stelsel met basisinkomen naast het huidige stelsel, waarbij mensen kunnen kiezen of ze over willen gaan naar dat stelsel.
Daarbij moet dan wel duidelijk worden of dat een definitieve keuze is, dan wel dat men bijvoorbeeld na x jaar weer terug kan.
Een  dergelijk systeem waar men vrijwillig voor kan kiezen, kan gestart worden als experiment, maar eventueel ook als definitieve regeling.
Voordeel van een dergelijke benadering is dat bijna als vanzelf een schat aan informatie los kan komen over de effecten van gemaakte keuzes, zowel voor het individu als maatschappelijk.

Nadeel is dat de kans groot is dat de keuzes bepaald worden door inschattingen of men er financieel beter van wordt of niet. Dat stelt hoge eisen aan een verstandig ontwerp van het alternatieve stelsel. Maar dan nog bestaat de kans dat de keuzemogelijkheid, zeker als die zo nu en dan herzien kan worden, tot hogere maatschappelijke kosten zal leiden. 

  1. Bouw Iets volledig nieuws naast het bestaande

Alle voorgaande benaderingen veronderstelleen een flinke regie die eigenlijk alleen door overheden gevoerd kan worden.
We zien inmiddels veel initiatieven opduiken waar naast de overheidsregelingen iets wordt opgezet, waarbij overigens niet persé is uitgesloten dat overheden daar een faciliterende of stimulerende rol in spelen.
Een kleinschalig voorbeeld zijn crowd-fundings acties om tijdelijk basisinkomen voor enkele uitgelote personen te kunnen regelen. In Groningen is zo’n initiatief gestopt, in Duitsland loopt het nog steeds.
Er zijn ook initiatieven waarbij deelnemers geacht worden iets aan inleg te betalen en of producten moeten verkopen. Bij deze initiatieven kun je soms de vraag stellen of het wel onvoorwaardelijk basisinkomen mag heten, maar in sommige gevallen kan het ook zijn dat er vooral een verdienmodel voor de initiatief nemers zelf achter zit. Zie hier een artikel met onderaan een lijstje met mogelijk dubieuze initiatieven.

Voor de serieuze initiatieven is de term burgerfonds wellicht een goede aanduiding. Een enigszins klassiek voorbeeld is het al decennia draaiende  Alaska Permanent Fund, wat overigens wel beperkt is qua regionaal bereik!
Betrekkelijk nieuw is dat deze initiatieven gecombineerd worden met blockchaintechnieken en/of cryptomunten.  Soms wordt verwacht dat systemen  kunnen worden ingezet die producten of diensten leveren en de netto-opbrengsten voor iedereen beschikbaar stellen (AI DAOs: Artificially Intelligent, Decentralized Autonomous Organisations). Gedacht wordt daarbij aan een automatisch systeem, decentraal, er komen geen mensen aan te pas, behalve voor onderhoud van servers, pr en administratie. Wat er gebeurt wordt bepaald door computer programma`s, zogenaamde smart contracts. Deze zijn publiek zichtbaar, evenals de transacties.
Of het zinvol is met cryptomunten te werken dan wel met ‘normaal’ geld, is punt van discussie onder degenen die zich bezighouden met deze ontwikkelingen.
Voor dit soort initiatieven zijn grenzen en overheden niet persé nodig. Iedereen kan meedoen, uiteraard mits de faciliteiten om internet te bereiken, voorhanden zijn.
Er draaien al een paar systemen in deze geest, waarbij periodiek eenheden met nog een zeer kleine waarde naar alle deelnemers gaan. Op de website van de VBi is een specifieke categorie gemaakt om te kunnen berichten over deze ontwikkelingen.

Het is lastig om bij dit soort initiatieven het kaf van het koren te scheiden.
Enerzijds is de vraag of de initiatieven echt gericht zijn op het verspreiden van basisinkomen, of dat  het een verdienmodel is voor de initiatiefnemers. Goed opletten voordat je ergens mee in zee gaat!
Anderzijds is de vraag of deze initiatieven voldoende volume kunnen ontwikkelen om een serieuze aanpak te worden.

 

Voorlopige conclusie

Het bovenstaande is een poging zeven opties voor invoering van basisinkomen objectief te beschrijven, met hun sterke en zwakke kanten.
Vermoedelijk bestaat er weinig overeenstemming tussen de voorstanders van basisinkomen wat de beste optie is. Dat betekent dat de keuze in feite aan de politiek of het toeval over gelaten wordt.

Waarschijnlijk is er op dit moment in Nederland de meeste steun voor optie 3, met ouderen als eerste doelgroep. Dat leidt nu al her en daar tot gedoogconstructies zoals genoemd in optie 4.
Ook zie ik redelijk veel belangstelling voor experimenten (optie 5).
Zelf ben ik het meest geporteerd voor een combinatie van 2 en 4, waarbij enerzijds onvoorspelbare gedragseffecten gemitigeerd worden en anderzijds vrij snel een flinke vereenvoudiging in de huidige systematiek kan worden doorgevoerd.
Maar we moeten ondertussen goed opletten of blockchain de mogelijkheden van optie 7 realistisch maakt, dan wel dat zich grote sponsors aandienen voor burgerfondsen.

Reyer Brons, 4 november 2018
foto Pixabay

Facebooktwitterlinkedinmail