Te gek voor woorden. 13A. Ervaringsdeskundigheid wat is dat? – deel 1

Ervaringsdeskundigen lijken erg nuttig om te ontdekken wat er beter kan in de organisatie van de voorzieningen in ons land.
Gerard is ervaringsdeskundige op het gebied van de bijstand en de participatiewet.
Lees hoe het hem vergaat.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Ervaringsdeskundigheid. Ik las op internet een mooie omschrijving:

Een ervaringsdeskundige is een persoon die door gerijpte en doorleefde ervaring van tegenslag, ziekte, beperking, lotgeval of levensomstandigheid in staat is om de kennis die niet door studie of onderwijs maar door ervaring is opgedaan – zogeheten ervaringsdeskundigheid – te benutten.

Als je dat zo leest, denk je: die mensen hebben we nodig om beleid en uitvoering succesvol te maken. De combinatie tussen theorie en praktijk. Een win-winsituatie.

Op het gebied van bijstandsgerechtigden zie ik mezelf als deskundige. En dat blijkt in mijn geval niet in dank te worden afgenomen. Een ervaringsdeskundige kan heel scherp de lijn trekken tussen theorie en praktijk. Dat vinden de hoogopgeleiden na 6-8 jaar zware studie niet leuk. Vaak zit er een kloof tussen de ervaringsdeskundige (meestal praktisch opgeleid) en de beleidsmakers/uitvoerenden (meestal theoretisch opgeleid). Twee werelden die elkaar niet (willen) begrijpen.

Dit verhalenboek is vanuit mijn ervaring geschreven, vaak met harde taal, omdat ik de logica van beslissingen/antwoorden niet begrijp. Aan de andere kant heb ik wel de overtuiging dat we elkaar hard nodig hebben. Mijns inziens kan het allemaal veel efficiënter, goedkoper en menselijker. Helaas willen de systeemwereld, de politiek, de beleidsmakers en de uitvoerenden daar niet aan.

Een voorbeeld is mijn verhaal met de titel Als de linkerhand niet weet wat de rechter doet. Gevolg: frustratie, wantrouwen, niet efficiënt, kostbaar en zonder enig resultaat.

Een poosje terug las ik in een nieuwsbrief van een organisatie op het gebied van de Participatiewet de titel De nieuwe manier van denken over de Participatiewet. Deze organisatie probeert met hun visie de manier van denken over en in het Sociaal Domein te veranderen. Ik ga bewust geen naam noemen, want daarmee doe ik deze organisatie tekort. Ik sta geheel achter hun nieuwe manier van denken.

In de nieuwsbrief stonden trainingsdatums vermeld en men kon zich (betaald) aanmelden. De trainer ken ik. Ik stuur hem een mail met de vraag: “Zijn er ook ervaringsdeskundigen aanwezig bij deze training?”
Het antwoord was “nee”, maar het leek hem wel een goede gedachte. “Even met mijn leidinggevende overleggen.” Deze gaf toestemming onder de voorwaarde dat het niet cynisch mocht zijn, het zijn immers allemaal mensen van goede wil. Daar twijfelde ik écht niet aan. Samen met de trainer heb ik afgesproken om het verhaal van mijn Syrische buurman te vertellen. Dat verhaal staat in dit verhalenboek De maatschappij zegt tegen vluchtelingen: “Werken!!!

We waren aanwezig met tien personen: beleidsmedewerkers, uitvoerenden, leidinggevenden, UWV en twee trainers. Ik was de enige onbetaalde kracht. De belangrijkste les was naar mijn idee de ware boodschap: Handel in de geest van de wet, niet naar de letter van de wet.

Na de pauze deed ik mijn verhaal. En toen… was het stil. Een diepe zucht van: “Ja, dat gebeurt… triest verhaal… Dat is het verschil tussen uitvoering van beleid en uw ervaringsdeskundigheid.”
Na afloop kreeg ik diverse complimenten. “Uw verhaal blijft bij mij nog wel even hangen.”

Samen met de trainer liep ik naar de parkeergarage.
“Wat vond jij ervan?” vroeg ik hem.
“Ja, ja, heel goed, dit laat de praktijk pijnlijk zien.”
Ik zei: “Kees, jij hebt zoveel contacten met organisaties en gemeenten, zorg alsjeblieft voor mij voor een betaalde baan als ervaringsdeskundige.”
Het antwoord: “Ja, graag, maar ik denk niet dat gemeente hiervoor wil betalen.” (!!!)

Een aantal jaren geleden was er binnen onze gemeente een reorganisatie gaande. Leidinggevenden kregen een andere functie, contracten werden niet verlengd, sommigen konden op zoek naar een andere baan. Om de gaten te vullen werden veel externe krachten ingehuurd.

Eindelijk, dacht ik: een nieuwe wind! De opdracht was: Maak van een naar binnen gerichte organisatie, een naar buiten gekeerde organisatie. Niet tegen inwoners zeggen “wij weten wat goed voor u is”, maar de mensen vragen “wat denkt u zelf?” Niet meer de prikklok bepaalt het resultaat, maar resultaat wordt gemeten hoe je vragen/problemen hebt opgelost. De gemeentelijke organisatie is in dienst van de burger en niet andersom.

Het nieuwe beleid werd visueel gemaakt door een poster met een cartoonachtige uitleg. Deze poster hangt in bijna iedere kantoorruimte van de gemeente. Ik kan mij voorstellen dat dit voor ambtenaren die al 10-20-30 jaar voor onze gemeente werken een cultuurshock moet zijn. Ik was heel, heel blij met de nieuwe manier van denken, het nieuwe beleid. Eindelijk!

Ik had toen een open sollicitatiebrief geschreven naar de hoogste baas van de gemeente. “Neem mij in dienst als ervaringsdeskundige: het kan efficiënter, goedkoper en menselijker.”
In een gesprek onder vier ogen was het antwoord: “Sorry Gerard, maar ik probeer ze hier te leren fietsen, als ik jou in dienst zou nemen, moeten ze gelijk meedoen met de Tour de France.” Misschien had hij toen wel gelijk. Maar we zijn inmiddels drie jaar verder en ik zie weinig verandering. Ondanks dat een aantal van deze verhalen van dit boek op verschillende bureaus terecht is gekomen.

“Niet alles geloven wat er geschreven staat,” zegt men wel eens (dat geldt echter niet voor dit verhalenboek).
Ik kreeg een magazine in de brievenbus van een andere (grote) organisatie op het gebied van het Sociale Domein. Ja ja, deze uitgave was helemaal gewijd aan … ervaringsdeskundigheid! Goede voorbeelden, indrukwekkende interviews, het onmisbaar zijn van ervaringsdeskundigen enzovoort. Zelfs een interview met een ex-ondernemer: failliet gegaan, in de schuldsanering terechtgekomen. Hij had nu een baan bij deze organisatie om gemeenten en cliënten uitleg te geven over zijn ervaring. Zijn openingszin in een gesprek is: “Ik weet wat u meemaakt, ik spreek uit eigen ervaring.”

Ik dacht: dat is het, dat wil ik ook! Een betaalde baan, mag tegen het minimumloon, als ervaringsdeskundige bijstand/statushouders op zoek naar een financieel onafhankelijke toekomst.  Dat is een heel moeilijke baan, maar ik heb bijvoorbeeld ervaring met het begeleiden van 30 statushouders. Ik weet inmiddels waar de valkuilen zitten.

Ik had deze organisatie een open sollicitatie en een goede motivatiebrief gestuurd. Wanneer mogelijk/noodzakelijk wil ik zelfs verhuizen. Er kwam een keurige, vriendelijke mail terug. Met de zin: “Helaas hebben wij geen openstaande vacatures.”

Volgens mijn informatie hebben de meeste gemeenten grote problemen met statushouders en betaald werk.
Ervaringsdeskundigheid vinden de meeste organisaties en gemeente héél belangrijk. Alleen niet bij ons op kantoor…

April 2020.
Midden in de coronacrisis. Gemeenten hebben er een megataak bijgekregen. Het uitvoeren van alle noodmaatregelen. Diverse financiële regelingen met als doel: behoud van banen en bedrijven. Een megaklus. En dan te bedenken dat de gemeentehuizen gesloten zijn. Alles gaat digitaal en ambtenaren werken vanuit huis. Dus de informatie op de gemeentesite is cruciaal. Ik maak mij ernstig zorgen over hoe ambtenaren daarmee omgaan. Zoals vaker gezegd er zit een Berlijnse Muur tussen de systeemwereld van ambtenaren en de leefwereld van mensen. De leefwereld van mensen is op dit moment ingestort… bedrijven moesten sluiten, vele mensen zijn ontslagen.

De manier van denken moet 90 graden om. Niet op basis van de regeltjes van de wet, maar werken op basis van de geest van de wet. Een ambtenaar heeft nogal gauw de neiging te zeggen: “U voldoet niet aan de regeltjes.”  Maar in een crisis zijn regels niet zwart/wit; ze zijn in alle haast in elkaar gezet, waardoor mensen buiten de boot vallen. Dan is het aan de ambtenaar om te handelen in de geest van de wet.

In eerste instantie had ik wekelijks mailcontact met de topambtenaren van mijn gemeente. De informatie op de gemeentesite was achterhaald of niet juist, verkeerde linkjes enz. Gelukkig werd er gebruik gemaakt van mijn op- en aanmerkingen, tips, kritische noot, enz. Mijn bijdrage aan de coronacrisis. Daar was ik blij mee.

Dit hoofdstuk heet Ervaringsdeskundigheid. Vorige week werd er bij mij aangebeld. Dat is normaal niet zo vreemd, maar in de coronacrisis wel, want we mogen geen bezoek ontvangen.

Er staat één van de topambtenaren voor de deur. Op de afstand van de beroemde anderhalve meter, met een grote fruitmand op mijn stoep. Bedoeld als ‘dankjewel’ voor mijn bijdrage in deze crisistijd. Ik was emotioneel bewogen. De waardering dat je ervaringsdeskundigheid  wordt gewaardeerd en gebruikt. Ik hoop dat we na deze crisis hier veel meer gebruik van gaan maken.

Maar…

Inmiddels duurt de coronacrisis zes maanden en voorlopig zijn wij er nog niet van af (lees het verhaal Coronacrisis[1]). Ik ben gestopt met mijn ervaringsdeskundig advies. Ondanks de fruitmand, de positieve reacties op mijn input, het gesprek van drie maanden geleden en dergelijke… er is niets mee gedaan. Zelfs de foute informatie op de website van de gemeente is niet aangepast. Ook mijn pleidooi om de aanvraag Bijstand door corona sneller en simpeler in behandeling te nemen, blijkt in de praktijk geen indruk gemaakt te hebben. De slachtoffers worden doorverwezen naar schuldhulpverlening! Die andere manier van denken blijkt in praktijk onmogelijk te zijn voor ambtenaren.

Vandaag: 2 oktober 2020, lees ik het bericht dat de regering 146 miljoen heeft uitgetrokken om mensen die door de coronacrisis financieel zijn getroffen te ondersteunen. Die 146 miljoen gaat naar de gemeenten… Vanuit mijn praktijkervaring heb ik enige twijfel of dit geld terecht komt waar het voor bedoeld is. Er zullen wel weer een aantal bedrijven en/of organisaties zijn die hierin een verdienmodel zien.

Ik zit in twijfel. Een hoofdstuk uit dit verhalenboek heeft als titel Er is meer tussen hemel en aarde[2]. Dat zijn verhalen die ‘onverklaarbaar’ op mijn pad komen. Het enige antwoord hierop wat ik kan verzinnen is dat ze ‘gestuurd’ zijn door mijn broer Marcel. Het volgende verhaal hoort daar ook eigenlijk thuis, maar toch maar hier geplaatst… ervaringsdeskundigheid.

Eén van mijn favoriete tv-programma’s is De Beste Zangers, inmiddels zitten we nu in seizoen twaalf. Ze zijn al tig keer genomineerd voor de Gouden Televizier Ring, maar heeft tot heden niet gewonnen. Muziek streelt het hart en de geest… ik zou niet zonder kunnen. Mijn muziekinteresse is heel ruim: van klassiek, naar pop, van koren naar Hollandse hoempa. Als een muziekstuk of een liedje mij emotioneel ontroert is het naar mijn idee een goed muziekstuk. Dat is de kracht van dit programma, maar ook het achterliggende verhaal van de artiest. Waarom heb je dit toen geschreven? Dat kan zijn het overlijden van iemand, liefdesverdriet, of juist vlinders in de buik, een moment van geluk en dergelijke.
Dit seizoen doet ene Wulf mee aan dit programma. Wulf, ik had nog nooit van hem gehoord. Het zal mijn leeftijd wel zijn, maar dan kom je erachter dat die gozer ‘wereldberoemd’ is. Googel maar eens op zijn naam. Hij heeft tophits geschreven. Optredens voor tienduizenden verzorgd. In aflevering 7 van 2020 is hij in de hoofdrol. Men gaat terug in de tijd: uit wat voor een nest kom je, hoe was je jeugd, hoe ben je in de muziek terechtgekomen?
Op een bepaald moment gaat het over een traumatische jeugdervaring; Wulf had er duidelijk moeite mee de vraag te beantwoorden. Zijn jeugdtrauma was de uithuisplaatsing van hun gezin. Je zou zeggen: zo’n onderwerp hoort niet thuis in een muziekprogramma. Iedereen op de bank was ontdaan. Uithuisplaatsing… Zijn vader was onterecht ontslagen en ze konden de huur niet meer betalen. “Ik kan mij nog goed herinneren dat er op een bepaald moment tig mensen bij ons in huis waren: deurwaarder, politie, verhuisbedrijf, enzovoort,” vertelde hij. “Wat mij heel diep raakte was het volgende. We kregen allemaal een uur de tijd om onze spullen te verzamelen die we konden dragen.
Wat me bijgebleven is hoe meedogenloos deze mensen onze spullen in een container flikkerden en wij op straat stonden. Mijn ouders wilde per se niet naar de daklozenopvang. We zijn met z’n zessen en mijn ouders wilden, koste wat het kost, het gezin bij elkaar houden. Zo kwamen we terecht bij mijn lieve omaatje. Die woonde in een éénkamerappartementje… dus woonden we daar maanden met zijn zevenen. Aan de periode bij oma heb ik geen slechte herinneringen. Maar wél het moment dat de overheid je zonder pardon op straat gooit. Als me het te druk werd, ging ik op het balkonnetje zitten en luisterde naar mijn HEMA- miniradiootje. Ik luisterde bijna elke dag ‘A new day has come’ van Celine Dion. Muziek brengt je terug in een tijd, goede herinneringen, slechte herinneringen.”

Dit verhaal heeft mij zeer bewogen. Een artiest, een beroemde artiest, waarschijnlijk met een prima inkomen… tóch ervaringsdeskundige met een ‘te gek voor woorden’-verhaal. Het mooie vind ik dat dit verhaal door 1,4 miljoen mensen is gehoord, het stond de volgende dag zelfs in de krant. Zou dan eindelijk onze overheid, de gemeenten, de maatschappij, gebruik gaan maken van ervaringsdeskundigheid…? Want dit kan je niet leren, dat moet je hebben ervaren.

Wordt binnenkort vervolgd.

[1] Hoofdstuk 24. Volgt later.

[2] Hoofdstuk 26. Volgt later.

 

Uit het boek: MET DANK, DOOR MIJNOVERHEID BIJ DE VOEDSELBANK, Gerard Sangers.
Gerard is van mening dat basisinkomen een goede oplossing is om de problemen die hij in het boek schetst aan te pakken.
Zie hier voor meer informatie over het boek en voor de reeds gepubliceerde delen.
Zie ook de website Te gek voor woorden.

Copyright © 2021 Gerard Sangers
Niets uit deze tekst en het boek  mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.