Te gek voor woorden. 14. Pilot: Bijstand Werkt Samen

Gerard kwam met een plan om mensen in de bijstand elkaar te laten helpen en daarbij ondersteuning te bieden.
Plan werd door de gemeenteraad in een motie omarmd.
Daarna zorgden het gemeentelijke apparaat en de omringende ondersteunende instanties dat het project vastliep en werd beëindigd.

Dit is voor mij misschien wel het moeilijkste onderwerp uit dit verhalenboek om te schrijven. Alles nog vers in het geheugen, het is iets meer dan drie jaar geleden gebeurd.

Aan het project Bijstand-Werkt-Samen (hierna ga ik het afkorten met BWS) heb ik drie jaar gewerkt. Ik ben een oplossingsgerichte denker. Te vaak moest ik tot de conclusie komen dat de Berlijnse Muur, dat wil zeggen de muur tussen de systeemwereld en de belevingswereld van mensen, tussen beleid en uitvoering, tussen theorie en praktijk, niet te slechten is. Als je tegenover iemand zit die niet begrijpt (of wil begrijpen) wat je bedoelt, is het moeilijk communiceren.

Het principe van BWS was:

  1. Breng bijstandsgerechtigden bij elkaar. Door hun ervaringsdeskundigheid is een half woord genoeg.
  2. Geef bijstandsgerechten de middelen dat ze elkaar gaan helpen. Tuingereedschap, vervoer, een hamer, enzovoort.
  3. Maak één locatie voor alle organisaties/stichtingen/bedrijven die zich bezighouden met mensen in de bijstand. Woningbouw, schuldhulpverlening, formulierenbrigade, voedselbank, juridisch loket en dergelijke.
  4. Zorg via BWS voor een korte directe lijn met de gemeente. Is er een probleem of is er iets fout gegaan? Direct oplossen.
  5. Bied bijstandsgerechtigden de mogelijkheid om werken/vrijwilligerswerk financieel aantrekkelijk te maken.

Het idee van BWS was vanuit mij ontstaan. Niet alleen zeggen hoe het niet moet, maar hoe het beter zou kunnen. In mijn ogen een win-win-win-win-win-situatie. Een project geheel onafhankelijk van de gemeente. Maar ja, je hebt wel euro’s nodig…

We hebben in de loop der jaren een projectplan gemaakt, begrotingen, PowerPointpresentaties, informatie ingewonnen, wat kan politiek/juridisch wel en wat niet, enzovoort. Bij de ambtenaren en de wethouder kwamen we er niet door. Overal zag men beren op de weg, discussie over punten en komma’s, en heel veel ‘ja maarre…’.

Omdat het via de gangbare weg niet lukte, communiceerden wij rechtstreeks via de politiek. Ook dat ging niet gemakkelijk, maar mijn collega, de heer W.W., laat zich écht door niemand uit het veld slaan. “Een brutaal mens heeft de halve wereld.” Grote mond, maar een sociaal hart. Waarschijnlijk is dit politiek gezien niet altijd de juiste manier (we vechten elkaar de tent uit, maar we blijven beleefd), maar we kwamen binnen en de boodschap kwam over. Om een lang verhaal kort te maken, BWS werd vertaald in een motie en deze werd unaniem door de Raad aangenomen. Kat in het bakkie… dachten wij. Maar we moesten voor de uitwerking weer terug naar de wethouder en ambtenaren, die (nooit hardop gezegd) BWS helemaal niet zagen zitten. Maar ja, opdracht van de gemeenteraad! Wij wilden van BWS een stichting maken, met een bestuur, reglement en dergelijke zaken om vooral onafhankelijk te zijn van de gemeente. Dat werd maanden gesteggel zonder resultaat, dit leidde eerder tot irritatie.

Via via kwam ik in contact met een stichting die zich bezig houdt met de Participatiewet en alles wat daarmee samenhangt. Die laten zich niet met een kluitje in het riet sturen. Via het allerhoogste niveau bij de gemeente werd een consulent van deze organisatie ingehuurd om de impasse te doorbreken. Bemiddelaar/mediator. Prima vent, € 140 per uur.

Om maar weer een paar boekdelen over te slaan, we hadden na ruim een jaar gesteggel budget, een huurpand in het winkelcentrum, inrichting, computers enzovoort. Maar we waren geen stichting. (Achteraf begrijp ik waarom de gemeente dit altijd tegen gehouden heeft: om toch invloed te kunnen uitoefenen.)

We hadden een groot pand met diverse kantoorruimten, ingericht door Marktplaats, gratis kantoormeubelen uit een oud gemeentehuis, een CRM-systeem, gas/licht/water. (Even tussen haakjes: alle contracten stonden wel op mijn naam!) en de pilot zou 18 maanden duren.

We hadden een grote gezellige huiskamer voor ontmoeting en kantoorruimten voor de vier-ogen-gesprekken. Op 1 maart 2018 gingen de deuren open.
Mooie toespraken als: “Uniek project voor Nederland”, “Hiervan kunnen wij als ambtelijke organisatie veel leren”, “Het voorbeeld van politieke samenwerking”, “Het helpen van mensen in een moeilijke levensfase”

En toen ging het fout. De theorie klopte namelijk niet met de praktijk.

  1. Breng mensen bij elkaar… dan blijkt de drempel voor veel mensen toch te hoog te zijn. Schaamte (we zijn een dorp) en angst blijken voor velen onoverbrugbare factoren te zijn.
  2. Laat mensen in de bijstand elkaar helpen….De wil was er wel, maar het gereedschap niet. Bijvoorbeeld een bestelbusje voor een verhuizing, gereedschap voor klusjes en dergelijke.
  3. Samenwerking met organisaties… Alle organisaties die afhankelijk zijn van het subsidie-infuus van de gemeente werkten niet mee. Zij zagen ons als concurrentie.
  4. Zorg voor een korte lijn met de gemeente… We hadden bedongen dat er een ambassadeur zou zijn tussen BWS en de gemeente. De toegewezen mevrouw was juridisch medewerker, bij de bezwarencommissie/rechtbank was zij degene die tegenover je stond. Niet bepaald iemand die vierkant achter ons project stond. (Ze is trouwens ook maar twee keer geweest, de laatste keer om de sleutels in ontvangst te nemen.)
  5. Bied bijstandsgerechtigden financieel voordeel bij werken/vrijwilligerswerk… Niet één organisatie die gebruikt maakt van vrijwilligers is met ons het gesprek aangegaan. Waarschijnlijk bang dat de ‘gratis handjes’ geld zouden gaan kosten.

Na de eerste week van de opening vroeg de gemeente al om namen van mensen die bij ons over de drempel waren geweest. Dat hebben we natuurlijk niet gedaan.

De basis van BWS was en is samenwerking, in de praktijk werd het tegenwerking. Iets wat ik nooit zou kunnen bewijzen, dus het is een vermoeden dat ambtenaren en organisaties opdracht hebben gekregen om vooral geen medewerking te verlenen aan BWS.

Deze vermoedens werden wel steeds vaker bevestigd. Onze inrichting was óf tweedehands Marktplaats óf gratis. Zo kregen wij via het hoofd facilitaire zaken van de gemeente kantoormeubelen uit een voormalig gemeentehuis. Tafels, bureaus, kasten, stoelen enz. Mooi spul, wel met een laagje stof, maar dat is een kwestie van boenen en poetsen. Geweldig. Dat noemen we samenwerking.

Dat bleek later ook de laatste keer te zijn. Het kwam mij ter ore dat enkele bestelbusjes van de gemeente weg moesten en zijn verkocht aan een opkoper.
Dus vraag ik aan de verantwoordelijke autobeheer: “Mogen wij één zo’n busje overnemen? Dan kunnen we mensen helpen met vervoer voedselbank, verhuizen, tuinonderhoud enzovoort. Daarbij: het busje hoeft maar 18 maanden mee te gaan.”
Dat werd weer even heen-en-weer-gedoe. De opkoper vond het onzin dat hij eerst kocht van de gemeente en daarna weer aan ons doorverkocht, waarom niet rechtstreeks?
Weken gingen voorbij en ik hoorde er niets meer van… Totdat nieuwe teamleider Sociale Zaken een bezoekje kwam brengen aan Bijstand-Werkt-Samen. Ik word niet gauw boos, maar als ik aan dit bezoek terugdenk. Later wel even een pittig ‘bespreekverslag’ gemaakt en opgestuurd.
Deze dame gaf wel even duidelijk aan dat er in haar optiek van samenwerking geen sprake was. Die tafels, stoelen en bureaus hadden we nooit mogen krijgen als het aan haar lag. En dat bestelbusje ging ook niet door! Alle vragen moesten voortaan rechtstreeks naar haar en we mochten geen contact meer opnemen met andere ambtenaren.
Dus ik antwoorde even scherp: “Dus u doet én Sociale Zaken én Facilitaire Zaken én u doet het autobeheer van de gemeente?”
“Wat betreft BWS wél. Jullie hebben een budget en daar zou je het mee moeten doen!”
Welke argumenten we ook op tafel gooiden, op alles was het antwoord ‘nee’. Onze hoop dat deze nieuwe teamleider een verbetering zou zijn met haar voorganger, was snel vervlogen.

Met de opening had een spreker de metafoor gebruikt: “Jullie hebben om het zo maar te zeggen nu je rijbewijs gehaald, nu moeten we nog, gezamenlijk achter het stuur en de route bepalen.”
Dat begreep ik wel, de opzet/pilot was nieuw, uniek voor Nederland en dan moet je onderweg nog gaan uitvinden wie, wat, waar, wanneer enz. Later toen ik deze spreker sprak zei ik: “Die metafoor van dat rijbewijs van jou vond ik wel passend, maar je hebt er niet bij verteld dat de ene keer de banden worden doorgeprikt, de andere keer de kabel doorgesneden. Als het zo doorgaat kunnen we niet eens rijden.”

Mijn collega begon zich steeds meer vijandig naar de gemeente te gedragen. Dat is, denk ik, niet slim, maar er was wel alle reden toe. Niets, maar ook niets, gaf het gevoel van samenwerking.

Onze bemiddelaar/mediator werd door de teamleider gebeld voor een vier-ogen-gesprek. Daarbij zou de ex-teamleider (die heeft geprobeerd BWS tegen te houden) ook aanwezig zijn. Dus zou het een zes-ogen-overleg worden. Onze bemiddelaar/mediator vond dit vreemd en wilde eerst weten of de initiatiefnemers hiermee akkoord gingen.
Onze vraag was natuurlijk: “Waarom mogen wij daar niet bij zijn?”
De volgende dag belde de teamleider dat het gesprek niet doorging… ???

Ook de wethouder probeerde nog even zand in de raderen te gooien. Of onze bemiddelaar/mediator bij een gepland overleg een halfuur eerder kon komen voor een vooroverleg. Later begreep ik dat de wethouder van hem af wilde met de vraag: “Hoe lang is onze overeenkomst nog?”

Ondanks alles waren we vijf keer per week geopend. We hebben diverse mensen kunnen helpen, een praatje, verbonden, geadviseerd. Het liep geen storm, maar door mond-op-mond-reclame probeerden wij mensen over de drempel te helpen. Om de schaamte te overwinnen, misschien de ingang via de achterdeur?

Ik weet dat mijn collega en medeoprichter een moeilijk persoon is om mee te werken. Grof in taalgebruik, maar een sociaal hart. Tot heden ben ik ervan overtuigd dat zijn brutale manier van werken ons zover heeft gebracht. Ik ben veel te vriendelijk, ga het conflict uit de weg. In de loop der jaren moesten we menig conflictje binnen het bestuur van de Cliëntenraad (daar zat hij ook in) sussen. Wij zijn tegenovergestelden van elkaar. Binnen een bestuur is dat werkbaar, maar als je dagelijks met elkaar werkt, roept dat irritatie op. Hij zag alles zakelijk, ik menselijk. Hij dacht zwart-wit, ik ben meer van de grijstinten. Hij zag alles juridisch, ik probeerde eerst te bemiddelen. Hij zag de gemeente als de vijand (had-ie achteraf gezien misschien gelijk in), ik probeerde – ondanks alles – in gesprek te blijven. Wat uiteindelijk de druppel bij mij deed overlopen, waren tegenovergestelde inzichten als het ging over het onderwerp Vluchtelingen/Statushouders. Eerlijk is eerlijk, daar is hij in deze gemeente zeker niet de enige in. Zo’n 25% van de bijstandsgerechtigden is hier vluchteling, dus vallen ook onder BWS. Voor mij een principekwestie, ondanks het feit dat het misschien het imago van BWS zou kunnen schaden.

In samenspraak met onze adviseur/mediator moest ik tot de conclusie komen om de samenwerking met mijn collega op te zeggen. Met pijn in het hart. Dit om verdere schade aan de pilot BWS te voorkomen, in het belang van onze doelgroep en indirect het imago van de gemeente.

We moesten natuurlijk op het matje komen van de wethouder. Dit was zijn laatste week dat hij nog in functie was; zijn partij deed niet meer mee in de coalitie.
De wethouder ging uit van het standpunt: de gemeente heeft een overeenkomst met beide heren, dus hebben we geen overeenkomst meer. Ter plekke scheurde hij het contract door! Had-ie in zijn laatste week toch zijn zin.

Ik heb nog van alles geprobeerd om het pand en BWS open te houden. Dan maar zonder ons, als de pilot maar doorgaat. Het heeft niet mogen baten. Het pand is drie maanden gesloten gebleven, een enorme imagoschade voor zowel bijstandsgerechtigden als de gemeente. Daarna is het pand (er zat een huurverplichting op) door een ander project weer geopend. Een project speciaal gericht op het verbinden van jongeren. Ik heb deze organisatie en de gemeente klemmend geadviseerd nu wel te komen tot samenwerkingsverbanden. Ook dat blijkt alweer niet gelukt te zijn. Per 31/07/2019 wordt de tent gesloten. In- en intriest.

Ik ben bang dat burgerinitiatieven waarmee de gemeente denkt haar grip te verliezen, gedoemd zijn te mislukken. Alle pilots, zinnige en onzinnige projecten die wel een link hebben met de gemeente, worden zwaar gesubsidieerd. Lijntjes, ‘ons kent ons’, ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’

Door dit alles ben ik bijna in een depressie terechtgekomen. Het vertrouwen in mensen was zoek, mijn eigenwaarde tot het nulpunt gedaald, de waaromvragen werden en worden niet beantwoord. Deze periode heeft bijna een jaar geduurd. Ik had écht geen zin meer om mijn bed uit te komen. Maar zoals zo vaak gezegd en geschreven: ‘positief geboren.’ Als mensen mij aanspreken in de supermarkt met “Jammer dat BWS niet meer bestaat, je hebt me toen zo goed geholpen,” dan gaat mijn hart weer kloppen.

Ik begin een beetje panisch te worden van verdienmodellen, lijntjes, subsidies, behoud van eigen baan, imago, betaalde projectjes, enzovoort. Als ik interesse heb in bepaald vrijwilligerswerk, ga ik eerst op zoek naar het verdienmodel: wat verdient de directeur, wie hebben hier een (goed)betaalde baan aan en antwoorden op vergelijkbare vragen. Misschien is dat niet de juiste manier. Het is misschien de huidige maatschappij, maar ik kan er niet aan wennen. Ik ga niet al mijn energie en gratis handjes laten misbruiken, zodat bestuurders/ondernemers/ambtenaren hierdoor hun eigen zakken kunnen vullen. Vrijwilliger zijn bij een sportvereniging, daar  heb ik geen enkele moeite mee, maar vrijwilliger zijn bij een organisatie met een miljoenenomzet… daar heb ik sterk mijn twijfels over.

Het is juni 2020, twee jaar na Bijstand-Werkt-Samen. Mijn collega, medeoprichter, staat in de krant. Een halve pagina over hoe mensen klem komen te zitten bij de afdeling WMO en Schuldhulpverlening van de gemeente. Ik ken hem, dus lees ook tussen de regels door. Een goed verhaal, maar precies zoals ik hem ken: boze brieven naar raadsleden, maakt van zijn hart geen moordkuil en een oproep voor hulp bij eventuele juridische stappen. Bekent wel dat hij net zoals ik, het toch niet kan loslaten. Alleen de verpakking is tegenovergesteld. Vraag me af of beide methoden enige verandering teweegbrengen. Er zit nu eenmaal een Berlijnse Muur tussen de systeemwereld (ambtenaren) en de leefwereld van mensen. Het enige wat je bereikt is dat misstanden onder de aandacht komen van de plaatselijke politiek. En dan geeft de wethouder Den Haag de schuld en dan zegt Den Haag: “Dan moet u bij uw gemeente zijn.” En zo komen we dus geen stap verder. Gemeenten hebben alles (juridisch) zo dichtgetimmerd, dat je daar bijna niet tussenkomt. Ook sociale advocaten niet. Daarbij wordt het voor de sociale advocatuur steeds moeilijker een snee brood te verdienen. Triest. Dit zorgt voor een onevenredige macht tussen overheid en burger. Dan wordt gelijk hebben in de praktijk geen gelijk krijgen.

Uit het boek: MET DANK, DOOR MIJNOVERHEID BIJ DE VOEDSELBANK, Gerard Sangers.
Gerard is van mening dat basisinkomen een goede oplossing is om de problemen die hij in het boek schetst aan te pakken.
Zie hier voor meer informatie over het boek en voor de reeds gepubliceerde delen.
Zie ook de website Te gek voor woorden.

Copyright © 2021 Gerard Sangers
Niets uit deze tekst en het boek  mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.