Te gek voor woorden. 20a. Wie is er nu gek?… Hoe verzin je het, ambtenaar? – deel 1

In deel 1 van dit hoofdstuk een stukje ervaringsdeskundigheid onder het motto Hoe verzin je het? Vaak denk ik: wie is er nu gek, jullie of ik?
Nu zeven punten, de rest volgt binnenkort.

In dit hoofdstuk een stukje ervaringsdeskundigheid onder het motto Hoe verzin je het? Vaak denk ik: wie is er nu gek, jullie of ik? Een aantal voorbeelden komt in dit verhalenboek al voor, andere zijn nieuw. Maar als je je ze op een rijtje zet, zijn ze allemaal zó demotiverend én vaak belachelijk. Maar ja, een bijstandsrechtigde moet doen wat er gezegd wordt, bij kritiek ligt er waarschijnlijk een sanctie op je te wachten, ben je té kritisch zou je uitkering wel eens gestopt kunnen worden…

1.
Een paar jaar geleden had de afdeling Werk & Inkomen een ambtenaar opdracht gegeven om alle vacatures in de regio uit te knippen en in te scannen. Deze werden dan wekelijks verstuurd via de mail naar de uitkeringsgerechtigden. Op zich geen verkeerd idee, maar iedere ontvanger moest reageren op alle vacatures en melden waarom men niet had gereageerd. Deze krantenknipsels waren zeer gevarieerd, van schoonmaakster tot tandartsassistent, van productiemedewerker tot vrachtwagenchauffeur. Wij moesten dus reageren het waarom je niet reageerde op tandartsassistent of vrachtwagenchauffeur…
Kijk even in mijn cv, competenties en werkervaring! Daarbij werden de mailontvangers genoemd in de cc, in plaats van de bcc. Kon iedereen zien wie in de bijstand zat! Wij als Cliëntenraad hebben hier een stokje voorgestoken. Na een paar maanden nooit meer iets gehoord van de ‘knippende ambtenaar’.

2.
Eindelijk werden de ‘Rofjes’ (rechtmatigheidsformulieren) ook digitaal beschikbaar. Daarvoor was het alleen een papieren versie, waarop je maandelijks moest invullen dat je bijvoorbeeld nog steeds Nederlander bent, de Staatsloterij niet had gewonnen, enzovoort. In eerste instantie zou het digitaal aanleveren in een pilot plaatsvinden. In samenwerking met de Cliëntenraad zouden dan eventuele verbeteringen gedaan worden, alvorens het ‘de lucht’ in zou gaan. Wij als Cliëntenraad hadden nog wel enige verbeterpunten over de vraagstelling en het inloggen kon zeker voor de digibeten/analfabeten wel iets beter. In de beginfase werd ik gebeld door de gemeente: “Meneer Sangers, wij hebben geen bijlagen ontvangen, klopt dit?”
“Dit klopt niet, de bijlagen zijn wel verstuurd én het systeem zegt ‘succesvol verzonden’.”
Ik was blij dat ze me even belden. Opnieuw gedaan en alweer kwamen de bijlagen niet binnen. Later bleek dat het een technische fout was, bijlagen bleken in de spam terecht te komen.
Ik zei: “Let nu even op dat mensen die digitaal aan hun verplichting hebben voldaan, niet automatisch een boze brief krijgen of zelfs geen uitkering.”
Het kwam er op neer… “Ja, dat zou kunnen gebeuren.”
Inmiddels is de pilot al twee jaar actief, zonder enige verbetering. Het kan nog gekker, het is nu zelfs verplicht. De papieren versie werd niet meer geaccepteerd. Maar hoe moeten mensen zonder computer en internet dit dan doen? Nou die moeten maar naar de bibliotheek, waar een medewerker van de gemeente is… dat zou in de praktijk wel eens een reistijd van een uur kunnen zijn. Daarna kwam er een schrijven dat iedereen die geen wijzigingen heeft ook niets meer hoefde in te vullen. Dat klinkt logisch, maar dat geeft een groot probleem. De inlichtingenplicht. Iedere bijstandsgerechtigde is verplicht, ook ongevraagd, inlichtingen te verstrekken wanneer deze van invloed zouden kunnen zijn op de uitkering. Het maandelijks digitaal inleveren was voor mij – en ik denk voor de meeste gebruikers – een soort geheugensteuntje. Een lijst met standaardvragen over de afgelopen maand. Stel nu dat iemand een teruggave van de belasting heeft ontvangen en vergeet dit te melden… de kans is groot dat je een sanctie krijgt, want je hebt niet voldaan aan je inlichtingenplicht.

3.
De gemeente had weer iets nieuws verzonnen. Er was een samenwerkingsverband met lokale bedrijven ter promotie van ons eiland. Buutengewoon (ik weet niet of ik het goed schrijf). Ja, ja, er kwam een speciale promotiekraam in de Markthal Rotterdam. Twee dames van de gemeente moesten een selectie maken voor kandidaten vanuit de bijstand. Ik was dus ook geselecteerd, maar moest eerst een test ondergaan, alvorens voorgesteld te worden aan de eigenaren. Ik kom uit de supermarktbranche, dus verkoop, presenteren, klantvriendelijkheid en dergelijke zaken zijn dus met de paplepel ingegoten.
Ik moest de test ‘hoe geef je geld terug’ doen! “Dat doe ik mijn halve leven al!” Nee, er was een speciaal computerprogrammatje waarop je deze test moest doen. Oké, wat moet, dat moet. Natuurlijk geslaagd met vlag en wimpel.
Mijn eerste ‘werkdag’ in Rotterdam. Ik weet niet of je de Markthal wel eens gezien hebt in Rotterdam. De promotiekraam was zeer professioneel opgezet en had ook wat gekost. Ondanks de ‘gratis handjes’ dacht ik: dit kan dit nooit rendabel worden. Daar kopen mensen écht geen streekproducten zoals aardappels, uien, kaas, (verse) vis, enzovoort. Ik zie me daar al met tien kilo aardappels lopen…! Ik merkte wel dat de grootste klant de vuilcontainer was.
Ik had mijn bevindingen gemeld bij de arbeidscoach, maar ja, waar bemoeide ik me mee? Twee weken later las ik in de krant dat het project failliet was. De gemeenteraad heeft er wel enige vragen over gesteld, maar uiteindelijk is het in de doofpot terechtgekomen. De kosten? Geen idee, daar wordt niet over gepraat.

4.
Iedere bijstandsgerechtigde moet regelmachtig zijn bankafschriften overleggen aan de gemeente. Soms één keer per jaar, maar als er vage vermoedens zijn van fraude kan het vaker. Normaal wordt om de bankafschriften van de laatste drie maanden gevraagd. Als er grondig onderzocht wordt kunnen ze bankafschriften van jaren opvragen. Ik moest dat dus ook. Het lijkt mij logisch dat men controleert of er geen extra inkomsten zijn die gemeld hadden moeten worden. Men verzocht mij te verklaren waarom ik regelmatig een pintransactie deed bij de plaatselijke benzinepomp, terwijl er geen auto op mijn naam stond!. Zou het misschien kunnen zijn dat ik mijn pakkie shag haal bij de benzinepomp?!?!?

5.
Bij ons is er een aan- en afmeldverplichting. Dit betekent dat wanneer je op vakantie zou gaan, je je persoonlijk moet melden bij de balie van het gemeentehuis. Als je terugkomt, moet je je weer aanmelden. Ja, persoonlijk. Als je getrouwd bent moet je met z’n tweeën komen. Dat zou wel eens een autoritje kunnen zijn van twintig minuten, laat staan als je met de bus moet. Een vreemd systeem, want maandelijks moet je je al melden via het Rofje. Eén regel toevoegen aan dit formulier scheelt mensen geld en zinloze moeite.
Op de vraag “Waarom?” krijg je bijna het standaardantwoord: “Daar hebben wij nu eenmaal voor gekozen!”

6.
Ik heb gelukkig nog nooit verplicht bij de sociale werkplaats van de gemeente hoeven werken. Ik denk dat ze geen zin hebben in kritische mensen. Veel sociale werkplaatsen noemen ze tegenwoordig ‘werkbedrijf’. Dit betekent dat zowel mensen met een arbeidsbeperking (WSW) als mensen met een bijstandsuitkering daar werken.
Mensen met een arbeidsbeperking krijgen salaris volgens hun CAO, meestal tien tot twintig procent boven het minimumloon. Een bijstandsgerechtigde werkt daar met behoud van uitkering, een alleenstaande krijgt zeventig procent van het minimumloon. Het verschil kan dus veertig tot vijftig procent zijn.
Dus een alleenstaande bijstandsgerechtigde krijgt € 950,een alleenstaande WSW-er € 1.400. Het zijn natuurlijk ook twee verschillende werelden. Maar als je deze twee groepen samen laat werken kan het zijn dat iemand in de productie veel minder ontvangt, terwijl zijn productiviteit misschien wel twee keer zo hoog is. Het excuus is standaard dat bijstandsgerechtigden ‘klaargestoomd’ moeten worden voor de arbeidsmarkt. “Wij geven begeleiding om het arbeidsritme weer terug te krijgen, het leren omgaan met gezag, op tijd uit bed komen.” Iemand die een arbeidzaam leven heeft gehad van tien, twintig of dertig jaar hoef je écht niet te leren wat arbeidsritme is, omgaan met gezag, laat staan op tijd uit bed!
Er zijn hele dikke rapporten geschreven dat werkbedrijven bijna geen positieve bijdrage brengen in het vinden van een reguliere baan. Daarbij werkt het vaak demotiverend, want de bejegening en bedreigingen hakken er emotioneel vaak diep in bij bijstandsgerechtigden. In plaats van maatwerk, de menselijke maat, staat het verdienmodel van werkbedrijven bovenaan.

7.
In dit verhalenboek heb ik het al meerdere keren gehad over de Participatiewet. Deze wet geeft gemeenten veel beleidsvrijheid. De regels die in jouw gemeente gelden, zouden in de buurgemeente wel eens anders kunnen zijn. Praktijk: 352 gemeenten, 352 verschillende gemeentewetten (verordeningen).
Hier een voorbeeld waarvan je denkt: hoe verzin je het. In de Participatiewet staat dat gemeenten tot maximaal € 2.400 per jaar belastingvrij mogen toekennen ter activering van betaalde arbeid. Dat zou beteken dat iemand € 200 per maand mag houden als deze bijvoorbeeld een parttime of tijdelijke baan heeft. Dat stimuleert bijstandsgerechtigden om ook meerdere parttime-baantjes te vinden. (Werken & Bijstand is een drama.) Maar omdat in de wet staat het woord maximum, heeft onze gemeente er… schrik niet… .€ 125 per jaar van gemaakt!

We blijven even bij de wet. Een gemeente mag ter bevordering van betaald werken gedurende zes maanden een vrijstelling geven van vijfentwintig procent van het loon tot een maximum van ongeveer € 200 per maand. In het verhaal De maatschappij zegt tegen vluchtelingen….Werken! het voorbeeld van mijn Syrische buurman die € 50 meer verdiende dan de bijstandsnorm en niet in aanmerking kwam voor deze vrijlating!

Gemeenten hebben ook af een toe de neiging om het randje van de wet op te zoeken. Volgens de wet is fictief (schatten) berekenen van inkomen en bijstand verboden. In de praktijk betekent dit dat iemand bijvoorbeeld in een bepaalde maand € 500 heeft verdiend, je die € 500 niet de volgende maand alvast van de uitkering mag afhalen. Vaak weten mensen met nulurencontracten van tevoren niet hoeveel ze gaan verdienen. Het klinkt dus heel logisch dat het verdiende geld eerst binnen moet zijn, alvorens dit van de uitkering af te trekken. Mijn gemeente had hiervoor haar eigen ‘methoden’……..met alle gevolgen (lees het verhaal De voedselbank) van dien.

Wordt binnenkort vervolgd….

 

Uit het boek: MET DANK, DOOR MIJNOVERHEID BIJ DE VOEDSELBANK, Gerard Sangers.
Gerard is van mening dat basisinkomen een goede oplossing is om de problemen die hij in het boek schetst aan te pakken.
Zie hier voor meer informatie over het boek en voor de reeds gepubliceerde delen.
Zie ook de website Te gek voor woorden.

Copyright © 2021 Gerard Sangers
Niets uit deze tekst en het boek  mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Het is wel toegestaan dit gehele bericht zonder wijzigingen te delen.