Te gek voor woorden. 5. EEN KUNSTGEBIT VAN € 50.000

Hoe een kunstgebit € 50.000 gaat kosten als de gemeente geen lening van € 2.500 wil geven.
Oude gouden kronen van 800 gulden per stuk leveren samen daarna nog maar € 100 op.
Maar de ziektekosten verzekering kan uiteindelijk € 50 goedkoper.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Misschien een vreemd onderwerp, mijn gebit. Maar helaas is mijn gebit een dramaverhaal.

Ik was rond de 30 toen de problemen met mijn gebit begonnen. Kiezen braken spontaan af, wortelkanaalbehandelingen en dergelijke. Toen nog in mijn ‘rijke’ leven werden diverse gouden kronen geplaatst. Achthonderd gulden per stuk, nu waarschijnlijk € 800.

Ik werd steeds meer waard, met een bek vol gouden tanden. Buiten de normale tandheelkundige behandelingen ging het ruim 20 jaar redelijk goed. Maar toen begon het gesodemieter weer, kronen braken af. Niet meer te plakken, dus trekken.

De oplossing was: een gedeeltelijke prothese. In dit verhaal even de klemtoon leggen op gedeeltelijke. Ik ging ervan uit dat de zorgverzekering dit zou vergoeden. Dat had ik tevoren telefonisch nagevraagd. De gedeeltelijke prothese beviel goed, immers ik had mijn voortanden nog en een aantal eigen kiezen. Na de behandeling, na maanden, lag er een vette tandartsrekening op de mat. Totaal € 2.500 eigen bijdrage! Foutje, dacht ik.
“Nee,” zei de zorgverzekering, “wij vergoeden 100 % voor een gehele prothese en u heeft een gedeeltelijke.”
Veel heen-en-weer gesteggel, kleine compensatie voor de miscommunicatie, maar de rekening bleef gehandhaafd. Op basis van de toen geldende criteria Bijzondere Bijstand aangevraagd bij de gemeente. Deze werd afgewezen omdat ik in het bezit was van een lijfrentepolis. Deze moest ik eerst maar verzilveren. Deze polis zou gaan uitbetalen in 2022, dan word ik (hoop ik) 65 jaar. Ik ging er dus vanuit dat deze polis niet te verkopen was. Dit verhaal stamt uit 2013. Mede door het toedoen van de gemeente, zij hadden bij de verzekeraar (zonder dat ik hier van wist) informatie ingewonnen. Omdat het ging om een lijfrentepolis en niet om een pensioenpolis, kon deze wél verzilverd worden! Om een lang verhaal kort te maken (alleen dit hoofdstuk is al meer dan een ordner vol) het drama…

De gegarandeerde waarde in 2022 was € 56.000 de afkoopwaarde in 2013 € 36.000 (dus een verlies van € 20.000). Daarover moest 52 % inkomstenbelasting betaald worden én boeterente (revisie). Netto bleef er voor mij dus maar € 10.000 over van de € 56.000 in 2022. Een verlies van € 46.000!

En toen…

Pieter OmtzigtToen kwam de Belastingdienst. “Op basis van uw inkomen 2013 (dus plus € 36.000) moet u de teveel ontvangen huur- en zorgtoeslag ad. € 4.800 terugbetalen.”
Nu heb ik vanaf 2014 een belastingschuld, dus iedere eventuele teruggave wordt verrekend.

Wanneer de gemeente mij bijvoorbeeld een lening had verstrekt van € 2.500 (tandartsrekening), dan had ik die in termijnen kunnen afbetalen én had mij dat ruim een halve ton opgeleverd!

Zo, dat was het verhaal over mijn gebit. Helaas… nog niet. Het vervolg.

Mijn gebit ging verder achteruit. Mede door bovenstaande ervaring had ik de beslissing genomen: alles eruit. Een beslissing op basis van euro’s, immers een volledige prothese wordt 100% vergoed. En dat was ook zo. Geen fijne ingreep, zeker niet als hartpatiënt. Gebruik van bloedverdunners en na mijn hartstilstand een lichte vorm van ziekenhuistrauma overgehouden.

Van iedereen kreeg ik complimenten voor mijn mooie bekkie. Maar van mooi zijn, kan je niet leven.

Wat een drama, dat kunstgebit. Ondanks diverse pogingen van de tandtechnicus en de tubes kleefpasta, bleef het gebit loszitten. Dus er gaan etensresten onder zitten. Ondanks dat je smaakpupillen in je tong zitten, is mijn smaak stukken minder. Je hebt toch een stuk plastic in je gehemelte zitten. Dagelijks moet ik een gewone snee brood in stukjes snijden en bij een bezoek aan McDonalds mes en vork meenemen. Oplossing: implantaten. Dat wil zeggen: in je kaak worden boutjes geplaatst, daaraan wordt een frame bevestigd en dan klik je het gebit vast. Het is allemaal iets makkelijker gezegd dan gedaan. Het is bijna een operatie en duurt maanden.
“We beginnen met het ondergebit en vragen het bij uw zorgverzekering aan voor akkoord,” legde mijn tandarts uit. De zorgverzekering ging akkoord, maar meldde een eigen bijdrage van 25%, omdat mijn tandarts geen contract bleek te hebben bij deze zorgverzekering. Eerlijk gezegd had ik geen idee wat dit grapje ging kosten, daarbij heb ik een (verplichte) gemeentepolis en volgens de gemeentelijke site zou ik nu wel in aanmerking komen voor Bijzondere Bijstand. De implantaten werden geplaatst, alleen het ondergebit, en na vele maanden de rekening… Een eigen bijdrage van € 800!

Deze rekening ingediend bij de gemeente in het kader van de aanvraag Bijzondere Bijstand. Ik heb inmiddels wel een betalingsregeling getroffen van € 25 per maand. Meer kan ik écht niet missen.

Na maanden ontving ik de volgende reactie van de gemeente:

“Wij hebben uw verzoek afgewezen op basis van de volgende punten:
A: Men zag de noodzaak niet in van deze behandeling
B: Ik moest dit uit eigen middelen kunnen betalen”

Ja, en dan word ik boos.
A: Sinds wanneer heeft een ambtenaar verstand van tandheelkunde?
B: Als je inkomen slechts 70 % is van het minimumloon, kan je dit onmogelijk betalen.

Dus: (alweer) een bezwaarschrift ingediend. Ter info: iedereen heeft slechts 6 weken de tijd om in bezwaar te gaan tegen een beslissing.

Van bezwaarschrift naar bezwarencommissie duurt wel even. Met mijn juridisch adviseurs heb ik onze argumenten op papier gezet. Gelukkig werken zij op basis van no cure no pay, anders kom je van het ene financiële probleem in het andere. Zo’n verweer is vele pagina’s groot, maar in het kort waren dit onze argumenten:

  1. Hoe kan het dat de zorgverzekeraar akkoord gaat met de behandeling en de gemeente zegt: niet noodzakelijk?
    2. Hoe kan iemand met een inkomen van slechts 70 % van het minimumloon deze rekening zelf betalen?
    3. De polis is een gemeentelijke polis waarin bijstandsgerechtigden verplicht zijn deze te nemen.
    4. De tekst op de gemeentelijke website geeft duidelijk aan dat deze casus voor Bijzondere Bijstand in aanmerking komt.
    5. Stel dat iemand deze rekening betaalt voor een cliënt, dan ziet de gemeente dat als inkomen.

De leden van de bezwarencommissie kennen mij. Of dat een voordeel is, betwijfel ik. De bezwarencommissie geeft een advies, de gemeente mag/kan dit advies naast zich neerleggen. Dat is mij al vaker overkomen. En dan is de rechtbank nog de enige weg te gaan. Dat juridisch getouwtrek vind ik helemaal niks, het duurt ontzettend lang, het is frustrerend en kost de gemeenschap klauwen met geld. Daarbij is de juridische macht – en dus geld – van een gemeente groot.

Conclusie bezwarencommissie: de gemeente werd in het gelijk gesteld. Het is de uitvoering van een verordening die een halfjaar daarvoor was ingegaan. Daarin werden bijna alle vormen van Bijzondere Bijstand ingetrokken (!). Dus ook voor medische kosten, witgoedregeling en dergelijke. (Hoe breng je mensen in de financiële problemen?)

Dat wordt dus rechtbank, dit valt onder mijn verhaal Naar de rechtbank[1]. Niet mijn hobby, maar als beslissingen vallen in de categorie ‘niet logisch nadenken’, ben ik een pitbull.

Het trieste van dit verhaal was dat de tekst op de gemeentelijke website een paar dagen daarna werd aangepast en dat alle bijstandsgerechtigden een brief kregen over de veranderingen Bijzondere Bijstand. Dit moest gezien worden als ‘service’, want het had wel degelijk in de krant gestaan. Het kopje: ‘Gemeentelijke berichten’… wat niemand leest.

Naar aanleiding van de afschaffing Bijzondere Bijstand, maakte een mevrouw gebruik van haar vijf minuten spreekrecht voor de gemeenteraad. Zij legde heel duidelijk uit wat de gevolgen hiervan zijn. Na haar pleidooi vroeg de burgemeester: “Wil iemand nog reageren?”

Niemand reageerde.

Zo’n mevrouw wilde een stukje ervaringskundigheid delen met de politiek. Maar daar heeft niemand oren naar…

Mijn kunstgebit blijft dagelijks een probleem, omdat het bovengebit nog implantaten moet krijgen, maar ja dat durf ik voorlopig niet. Dus dan maar de kleefpasta, minder smaak en als er niemand bij is… gebit eruit.

Vandaag, 29 november 2019, kreeg ik een foldertje in de brievenbus; “Uw goud is goud waard.” Ik dacht: er liggen nog zes gouden kiezen in de la, dus… Iedere euro is er één en ik kan er verder toch niets mee. De opbrengst viel me tegen, € 100. Moet je nagaan dat ik toentertijd ongeveer achthonderd gulden per kroon heb betaald. Onderweg naar huis bedacht ik mij: officieel moet ik dit melden. Het zijn volgens de regeltjes extra inkomsten, dus wordt van mijn uitkering afgehaald. Ik had zo’n gemeen momentje: stel ik meld het, dan wordt bijna zeker weten die € 100 van mijn uitkering afgehaald. Dan ga ik een bezwaarschrift schrijven. Immers dat goud was al in mijn bezit vóórdat ik in de bijstand terecht kwam. Van bezwaarschrift wordt het bezwarencommissie en misschien wel rechtbank. Toch maar niet. Met dit op te schrijven ben ik mij bewust van waarschijnlijk een frauduleuze handeling… maar, ja, dan gaat de gemeente weer duizenden euro’s uitgeven om € 100 terug te vorderen… toch maar niet doen… laat ik dit maar zien in algemeen maatschappelijk belang. (Lees het verhaal Ze vallen over een dubbeltje[2] maar eens)

Het is inmiddels een jaar geleden dat ik bovenstaand verhaal geschreven heb, ik dacht: the end of the story over mijn kunstgebit.

Toch maar even een ‘ontdekking’ toevoegen. Ik zit al jaar en dag bij dezelfde zorgverzekeraar. Ik heb nu een gemeentepolis en dan mag je ervan uitgaan dat je goed en goedkoop zit. Bij toeval krijg ik twee polissen tegelijk in de brievenbus. Eén van mij, één van mijn zoon. Ik schrok me een hoedje. Ik betaal per jaar € 600 meer dan hij. € 600, dat is voor mij een vermogen.

Ik met beide polissen naar de zorgwinkel. “Ik wil een goedkopere polis, ik betaal nu € 166 + € 38,50 eigen risicospreiding én € 30 aflossing in verband met die eigen bijdrage implantaten. Dat is € 234,50 per maand voor een alleenstaande.
De mevrouw: “Ja, maar u bent wél heel goed verzekerd.”
Ik antwoorde: “Dan maar iets minder goed, maar wel betaalbaar.”
Ik grapte: “Ik denk dat ik niet meer verzekerd hoef te zijn voor zwangerschap.”
De mevrouw kwam met een gemeentepolis van rond de € 140. Dat is toch mooi € 300 per jaar. “Ja, daar heeft u gelijk in, ik maak het in orde.”

De polis komt binnen en toch zat het verhaal me niet lekker. De zorgverzekering gebeld en het verhaal uitgelegd. Voor een bijstandsgerechtigde is iedere euro minder meegenomen.
“Vindt u het erg om voortaan uw polis digitaal te krijgen?”
“Nee, alles is digitaal tegenwoordig.”
“Dan heb ik wel een veel goedkopere polis voor u.”
“Het enige wat ik belangrijk vind is dat het plaatselijke ziekenhuis een contract heeft bij jullie en tien fysiobehandelingen per jaar vergoedt.”
In de afgelopen jaren waren dat mijn zorgen. Door het medicijngebruik ben ik mijn eigen risico al kwijt, dus…
“Dan kom ik op een verzekering van € 114,50 per maand”
Dat scheelt dus weer die € 600 per jaar!

“U moet wél aan de gemeente om toestemming vragen voor een polis wijziging.”
“Wat zegt u nu?”
“Volgens mij wel bij een gemeentepolis, ik vraag het even voor u na.”
Na even in de wachtstand het verlossende antwoord. “Nee, dat hoeft in november en december niet.”
Gelukkig… Het is natuurlijk belachelijk dat je hier toestemming voor moet vragen. Maar dat zal wel weer één of ander belachelijk regeltje zijn… over de rug van…

De digitale polis is binnen, per januari ben ik € 50 per maand goedkoper uit! Dat is voor een bijstandsgerechtigde veel geld.

Afbeeldingen van Emergency Denture Repair enTumisu via Pixabay

[1] Zie hoofdstuk 11, volgt later

[2] Zie hoofdstuk 10, volgt later

 

Uit het boek: MET DANK, DOOR MIJNOVERHEID BIJ DE VOEDSELBANK, Gerard Sangers.
Gerard is van mening dat basisinkomen een goede oplossing is om de problemen die hij in het boek schetst aan te pakken.
Zie hier voor meer informatie over het boek en voor de reeds gepubliceerde delen.
Zie ook de website Te gek voor woorden.

Copyright © 2021 Gerard Sangers
Niets uit deze tekst en het boek  mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.