Versimpel de sociale voorzieningen met een basisinkomen van € 1.500

Voor iedereen een onvoorwaardelijk basisinkomen waar je wel van kan rondkomen? Ewout Klück komt met een voorstel en een berekening

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Op dit moment hebben we een sociaal systeem waarbij je aan de onderkant beschermd wordt door de bijstand. Heel goed, maar van de bijstand alleen kan je eigenlijk niet leven. Dus zijn er aanvullende voorzieningen zoals sociale huurwoningen en huur- en zorgtoeslag. De voorzieningen worden snel afgebouwd als je net iets meer inkomen hebt om te voorkomen iedereen aanspraak maakt. Op het punt waar je “net wel/net niet” kan rondkomen heb je door die afbouw geen recht op deze sociale voorzieningen. Daar ontstaat voor veel middeninkomens het gevoel door te moeten blijven rennen en steeds meer te moeten werken om rond te komen. Een huis wordt tegenwoordig standaard gekocht van twee inkomens en als je daar niet voor in aanmerking komt gaat nog meer geld op aan de huurwoning in de vrije sector. Naar beneden zakken is vanuit een middeninkomen eigenlijk geen optie meer. Want als je eenmaal je best hebt gedaan om wat spaargeld te hebben, of een huis hebt, dan moet dat eerst weg zijn voor de sociale voorzieningen weer beschikbaar komen. Op die positie raak je langzaam alles kwijt wat je hebt opgebouwd voor je echt geholpen wordt.

Zou het nou niet veel fijner zijn als er voor iedereen een onvoorwaardelijk basisinkomen is waar je wel van kan rondkomen? Een basisinkomen waarmee je het ouderlijk huis kan verlaten en een plekje samen kan creëren. Een basisinkomen waar je op kan terugvallen als je relatie uit is en je beter op jezelf kan zijn. Een basisinkomen waar vandaan je een bedrijf kan opbouwen tot dat dit zelf winstgevend is. Een basisinkomen waar je op terug kan vallen als je door ziekte niet meer kan werken. En een basisinkomen waarmee je tijd kan besteden aan wat echt belangrijk is in je leven zoals je kinderen, familie of vrienden.

Maar hoeveel geld heb je dan nodig om van rond te kunnen komen zonder andere sociale voorzieningen? Ik denk dat we het dan hebben over een onvoorwaardelijk bedrag van € 2.000,- netto per persoon per maand. Dat lijkt veel in vergelijking met het huidige minimumloon van € 1.680,- bruto per maand, of een bijstandsuitkering van € 1.176,-. Maar zoals gezegd; je moet terugvallen op een vrije sector huurwoning en krijgt verder geen toeslagen of andere voordelen meer. Een voorbeeldberekening van het Nibud komt voor een middeninkomen uit op uitgaven van € 3.000,- voor 2 personen met een huur van € 600,- per maand. Teruggerekend naar een eenpersoonshuishouden geeft dit dus ruimte voor dezelfde uitgaven per persoon van € 1.200,- per maand plus een huur van € 800,-. Met het voorgestelde netto basisinkomen van € 2.000,- per maand kan deze persoon na een scheiding met een vrije sector huurhuis net rondkomen, met eventueel wat bezuinigingen.

Los van de flexibiliteit die een basisinkomen alle Nederlanders geeft, geeft het ook iets terug aan de mensen die nu afhankelijk zijn van een uitkering. Als je nu een uitkering hebt dan kan je het gevoel krijgen dat iedereen je als profiteur ziet en dat zij moeten werken om jouw uitkering te betalen, ook als je er door omstandigheden niets aan kan doen. Volgens mij krijg je pas echt je eigenwaarde terug als jij het niet alleen krijgt, maar iedereen het krijgt. Iedereen kan dan zelf de keuze maken of zij hier blij mee zijn en sober leven, of dat zij bijvoorbeeld graag extra op vakantie gaan en zorgen voor extra inkomen. Daarbij moet extra verdienen ongeveer evenveel lonen als nu, zodat mensen zich nog steeds actief inzetten in een eigen bedrijf of voor een werkgever. Maar de afhankelijkheid van het salaris moet verlaagd worden, zodat het normaal wordt dat je 4 dagen werkt en tijd hebt voor de kinderen. En zodat de natuurlijke machtspositie van werkgevers wordt doorbroken. Want als het salaris niet interessant is kan je beter niet werken, of voor jezelf werken. Daarmee is een basisinkomen ook een manier om bestaande sociale uitbuiting in te perken.

Helaas is € 2.000,- euro netto per maand voor alle Nederlanders boven de 18 niet terug te verdienen door de Staat. Maar € 1.500,- netto per maand onvoorwaardelijk voor iedereen wel. Daarmee kan bijvoorbeeld een tweepersoonshuishouden rondkomen op alleen hun gezamenlijke basisinkomen van € 3.000,- per maand.  Dit met minimale uitgaven en een huur van € 1.000,- per maand in de vrije sector. Een eenpersoonshuishouden zal bij dit bedrag voor de huur afhankelijk blijven van een sociale huurwoning. Doordat de inkomsten met een extra basisinkomen juist aan de onderkant van de arbeidsmarkt omhoog gaan, kunnen de meeste sociale huurders een huurverhoging naar een vrije sector huur krijgen. Zij blijven dan in het huis wonen, maar gaan iets meer betalen. Daarmee ontstaat er meer inkomsten en ruimte bij de woningbouwcorporaties om te investeren in de noodzakelijke extra woningen.

Om dit te betalen moeten alle inkomsten behalve het basisinkomen van zowel werknemers als bedrijven met 70% belast worden. Dit lijkt veel, maar bij gelijkblijvende inkomsten ligt het omslagpunt voor een eenverdiener op € 70.000,- bruto per jaar. Als je nu minder verdient ga je er dus op vooruit. Voor tweeverdieners is dat gezamenlijk € 140.000,- bruto per jaar. Voor de overgrote meerderheid betreft het dus uiteindelijk een hoger totaalinkomen bij hetzelfde salaris van de werkgever. Aangezien het voor meer dan 95% van de Nederlanders een voordeel is, zou die 95% het op moeten nemen tegen die paar procent voor wie het een nadeel is. De kleine groep die een hoger salaris verdient betaalt ongeveer 10% meer dan nu, maar kan dit met het hogere inkomen goed dragen. In dat opzicht wordt het vergelijkbaar met de inkomstenbelasting boven de 70% die tussen 1970 en 1990 gebruikelijk was in Nederland.

Los van de belastingverzwaring is een groot deel van het basisinkomen gedekt doordat het de huidige sociale voorzieningen zoals AOW en bijstand volledig vervangt. Daarnaast kan de vreemde situatie dat bedrijven minder belasting betalen dan werknemers hersteld worden. De winst die ontstaat uit een verdere automatisering van de samenleving komt dan ook voor een evenredig deel weer terug bij de samenleving. In de toekomst kan een hogere welvaart daardoor mogelijk worden gevonden in meer vrije tijd i.p.v. meer consumptie. Vrije tijd is waar uiteindelijk zowel geluk als gezondheid bij gebaat zijn. Dat is goed voor het individu, maar ook voor de kosten van de samenleving als geheel.  Voor deze berekening heb ik de BTW en vermogensbelasting niet aangepast. Met andere politieke keuzes kan dit echter ook als compensatie worden gebruikt, waarmee de inkomstenbelasting en/of de vennootschapsbelasting weer iets lager kunnen blijven.

Over het algemeen kan gezegd worden dat de economie er bij gebaat is dat geld rond blijft draaien. Daarvoor is het gunstiger dat iedereen wat extra geld te besteden heeft en dit daadwerkelijk uitgeeft, dan dat het terecht komt bij enkelen die dit alleen oppotten of investeren. Aan de onderkant van de samenleving wordt het meer uitgegeven, aan de bovenkant meer geïnvesteerd. De herverdeling die inherent aan een universeel basisinkomen kleeft is dus goed voor de economie. Ook de investeerders verdienen uiteindelijk meer als er meer geld wordt uitgegeven. Door die extra winst ontstaat er dan ook weer meer belasting waar het basisinkomen weer grotendeels mee wordt terugverdiend. Belangrijkste randvoorwaarde daarvoor is dat er geen manieren zijn om de belasting te ontwijken. Dus laten we ons in de toekomst richten op bedrijven die welvaart en winsten brengen, niet op banen. De winst en de belasting daarop is immers belangrijk voor het basisinkomen en onze welvaart, niet het werk!

De berekening

Het kost ongeveer € 251 miljard per jaar om iedereen van 18 jaar en ouder € 1.500,- basisinkomen netto per maand te geven (14 miljoen volwassenen). Aangezien het gaat om een bijdrage in levensonderhoud is deze uitkering niet voor gedetineerden en krijgen de mensen in een verzorgings- of verpleeghuis € 400,- per maand leefgeld (115.000 volwassenen). Daar bovenop krijgen ouders van kinderen een basisinkomen van € 100,- per maand netto voor elk kind tot 18 jaar. Dit is vergelijkbaar met de huidige kinderbijslag. Dat kost nog eens 4 miljard per jaar, iets minder dan de huidige € 6,5 miljard.

Het basisinkomen dient ter vervanging van een aantal zaken uit de rijksbegroting. Het gaat dan bijvoorbeeld om bijstand, toeslagen, AOW, WAO en studiefinanciering. Met andere woorden, ongeveer de uitgaven aan de sociale zekerheid van € 97,8 miljard. De specifieke losse onderdelen opgeteld gebaseerd op de miljoenennota van 2020 komt uit op een besparing van uitgaven van € 90 miljard. In basis is er dus nog € 165 miljard inkomsten extra nodig om deze verandering naar een basisinkomen te bekostigen.

Een gedeelte van de extra uitgaven worden opgevangen door belastingverhoging van alle inkomens. Op dit moment wordt de belasting enigszins verspreid geheven. Inkomstenbelasting inclusief premies voor ziektekosten, volksverzekering en werknemersverzekering (betaalt de werkgever) en inclusief heffingskortingen bedragen tussen de 43% en 51%. Als dit structureel verhoogd wordt naar 70% dan komt er dus in ieder geval 40% inkomsten bij. De inkomsten voor loon- en inkomstenbelasting, zorgverzekeringswet, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen waren in 2020 gezamenlijk € 192,5 miljard. Hier komt dus minimaal 40% bij, wat neerkomt op € 77 miljard extra. Daarmee is er dus nog een tekort van € 88 miljard.

Bij 70% belastingafdracht hebben alle Nederlanders tot een individueel inkomen van € 70.000,- bruto per jaar meer extra opbrengsten van de € 1.500,- netto basisinkomen per maand, dan extra kosten van de hogere belasting. Voor tweepersoonshuishoudens gaat het om samen meer dan € 140.000,- bruto per jaar. Dus de hoogste 5% van de eenpersoonshuishoudens en de hoogste 2% van de tweepersoonshuishoudens gaan er op achteruit, de rest gaat er op vooruit. Als we de hypotheekrenteaftrek direct geheel afschaffen dan ontstaat er een extra € 14 miljard, waardoor het omslagpunt afhankelijk van de individuele hypotheek iets eerder komt te liggen.

Zoals ik in mijn artikel over het verschil van belasting tussen burgers en bedrijven heb geschreven, zouden beide een vergelijkbaar belastingtarief moeten hebben. Dat zou in dit geval dus neerkomen op 70% van elke euro winst. De uitkering gaat in twee stappen, 16,5% en 22,55% vennootschapsbelasting en 15% dividendbelasting. Dus bij het rekenen van 65% vennootschapsbelasting gaan zowel burgers als bedrijven ongeveer 70% belasting betalen. Dat is t.o.v. de huidige 16,5% en 22,55% ongeveer het drie of viervoudige. Dit zou de schatkist dus een extra € 91,7 miljard vennootschapsbelasting opleveren. Daar tegenover staat het wegvallen van de premies volksverzekering wat diezelfde werkgevers € 26,9 miljard oplevert. Het kost de bedrijven dus maar 64,8 miljard extra. De bedrijven met weinig personeel zullen dus zwaarder worden geraakt door de maatregelen t.o.v. de bedrijven die veel werknemers in dienst hebben. Dit laat echter niet het nadeel zien dat die bedrijven dan hebben, maar het voordeel dat ze nu hebben.

Al met al dus een belastingverzwaring bij bedrijven en veelverdieners en een netto opbrengst bij werknemers met een inkomen tot € 70.000,- bruto per jaar. Een berekening waar ook nog € 19 miljard per jaar over blijft om eventuele onevenwichtige uitkomsten te compenseren, zoals bij arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid vanuit een hoger inkomen. Er kan dus geconcludeerd worden dat een basisinkomen van € 1.500,- netto per maand voor alle Nederlanders mogelijk is, mits het belastingsysteem hier op wordt aangepast.

Ewout Klück, maart 2021

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van De-Gelijk, Hoe Nederland degelijk kan zijn met (de-)gelijke rechten