Waar Gaan We Van Hieruit Naartoe: Chaos of Gemeenschap?

Facebooktwitterlinkedinmail

chaosorcommunity

Ik ben er nu van overtuigd dat de eenvoudigste aanpak de meest effectieve zal blijken – de oplossing van armoede is om het op directe wijze af te schaffen door een inmiddels veel besproken maatregel: een gegarandeerd inkomen.

Waar We Heen Gaan

In de behandeling van nationale armoede, is er een feit dat opvalt: er zijn twee keer zoveel arme blanken als arme Negers in de Verenigde Staten. Daarom zal ik mij niet toeleggen op de ervaringen van armoede die voortkomen uit rassen discriminatie, maar ik zal de armoede bespreken die zowel de blanke als de Neger aangaat.

Tot voor kort gingen wij uit van de veronderstelling dat armoede het gevolg is van meerdere kwaden: gebrek aan onderwijs wat arbeidsmogelijkheden beperkte; slechte huisvesting wat huiselijk leven verhinderde en initiatief onderdrukte; kwetsbare familie verbanden die persoonlijke ontwikkeling verstoorde. De logica van deze benadering suggereerde om elk van deze oorzaken één voor één aan te pakken. Dus een huisvestingsprogramma om de levensomstandigheden te transformeren, verbeterde onderwijsvoorzieningen om hulpmiddelen te verschaffen voor betere kansen op een baan, en gezinsbegeleiding voor het creëren van betere persoonlijke aanpassing werden ontworpen. De combinatie van deze maatregelen waren bedoeld om de oorzaken van armoede weg te nemen.

Terwijl geen van deze middelen op zichzelf ondeugdelijk zijn hebben ze alle een fataal nadeel. De programma’s zijn nooit te werk gegaan op een gecoördineerde wijze of in een vergelijkbaar tempo ontwikkeld. Huisvestingsmaatregelen fluctueerde naar gelang de grillen van wetgevende organen. Ze waren versnipperd en nietig. Onderwijshervormingen verliepen nog trager en waren verstrengeld in bureaucratisch geaarzel en economisch gedomineerde besluiten. Hulp voor families stagneerde in onachtzaamheid om daarna plotseling ontdekt te worden als het centrale probleem op basis van haastige en oppervlakkige studies. Op geen enkel moment had men een totaal gecoördineerd en volledig adequaat programma voor ogen. Als gevolg daarvan hebben fragmentarische en krampachtige hervorming gefaald in het bereiken van de diepste behoeften van de armen.

Naast het ontbreken van coördinatie en toereikendheid hebben de programma’s uit het verleden nog een ander gemeenschappelijk falen – ze zijn indirect. Elk beoogt armoede op te lossen door eerst iets anders aan te pakken.

Ik ben er nu van overtuigd dat de eenvoudigste aanpak de meest effectieve zal blijken – de oplossing van armoede is om het op directe wijze af te schaffen door een inmiddels veel besproken maatregel: een gegarandeerd inkomen.

Eerder in deze eeuw zou dit voorstel begroet zijn met spot en afgedaan als fnuikend voor initiatief en verantwoordelijkheid. In die tijd werd economische status nog gezien als maatstaf voor de capaciteiten en talenten van een individu. In het simplistisch denken van die tijd was de afwezigheid van wereldse goederen een indicatie van gemis aan ijverigheid en morele standvastigheid.

Wij zijn een eind gekomen in het begrijpen van menselijke drijfveren en de blinde werking van ons economisch systeem. Tegenwoordig realiseren we ons dat ontwrichtingen in de marktwerking van onze economie en het veelvuldig voorkomen van discriminatie mensen tot ledigheid dwingt en hun bindt in constante of frequente werkloosheid tegen hun wil. De armen kunnen vandaag de dag minder makkelijk uit ons geweten worden verbannen door hen te bestempelen als minderwaardig of incompetent. We weten ook dat ongelijk hoe dynamisch de economie zich ontwikkelt of uitbreidt, zij niet alle armoede zal uitbannen.

Wij zijn op een punt aangeland waar we van degene die niet produceert een consument moeten maken opdat wij niet verdrinken in een zee van consumentengoederen. We hebben zo energiek de productie tot stand gebracht dat we nu aandacht moeten besteden aan de distributie. Al zijn er stijgingen in koopkracht geweest, deze zijn achtergebleven bij de stijgingen in productie. Diegenen op het laagste economische niveau, de arme blanke en de arme Neger, de ouderen en chronisch zieken, zijn traditioneel niet georganiseerd en hebben daardoor weinig mogelijkheden de benodigde groei in hun inkomen af te dwingen. Hun inkomen stagneert en ze worden zelfs armer ten opzichte van de bredere maatschappij.

Het probleem laat zien dat onze prioriteit tweevoudig moet zijn. We moeten volledige werkgelegenheid creëren of we moeten inkomens creëren. Mensen moeten consumenten worden op welke manier dan ook. Eenmaal in die positie, moeten we zorgen dat het individuele potentieel niet verwaarloosd wordt. Nieuwe vormen van werk die het sociale nut verhogen zullen bedacht moeten worden voor degenen voor wie traditionele banen niet beschikbaar zijn.

In 1879 anticipeerde Henry George deze stand van zaken toen hij in Progress and Poverty schreef:

‘Feitelijk is het zo dat het werk welke de omstandigheden van de mensheid verbetert, het werk dat kennis verbreidt en macht vermeerdert en literatuur verrijkt, en het denken verheft, niet gedaan wordt om in het levensonderhoud te voorzien. Het is niet het werk van slaven, gedreven naar hun taak door de zweep van een meester of door dierlijke behoeften. Het is het werk dat men uitvoert ter wille van het werk zelf, en niet opdat zij er meer door verkrijgen om te eten of te drinken, zich te kleden of zich te laten zien. In een samenleving waar nood is afgeschaft, zou dit soort werk enorm kunnen toenemen.’

We zullen wellicht zien dat de problemen van onderwijs en huisvesting, in plaats van de voorgangers van uitbanning van armoede, eerder zelf zullen worden beïnvloed door de afschaffing van armoede. De armen die omvormen tot kopers zullen zelf veel ondernemen om verwaarlozing van woningen tegen te gaan. Negers, die een dubbele handicap hebben, zullen een grotere invloed hebben op discriminatie als ze het extra wapen van contant geld kunnen gebruiken in hun strijd.

Meer nog dan deze voordelen zullen een veelheid van positieve psychologische veranderingen onvermijdelijk voortkomen uit wijdverbreide economische zekerheid. De waardigheid van het individu zal bloeien als beslissingen over zijn eigen leven in zijn handen komen te liggen, als hij de garantie heeft dat zijn inkomen stabiel en verzekerd is, en als hij weet dat hij over de middelen beschikt om zichzelf vooruit te helpen. Persoonlijke conflicten tussen man, vrouw en kinderen zullen afnemen als de onrechtvaardige meting van menselijke waarden aan de hand van dollars wordt geëlimineerd.

Twee voorwaarden zijn onmisbaar als we ervoor willen zorgen dat een gegarandeerd inkomen werkt als een stelselmatig vooruitstrevende maatregel. Ten eerste moet het gekoppeld worden aan het mediane inkomen in de maatschappij, niet aan de laagste niveaus van inkomen. Om een inkomen te garanderen gelijk aan bodem inkomens zou enkel het bijstand niveau bestendigen en maatschappelijke armoede in stand houden. Ten tweede moet het gegarandeerde inkomen dynamisch zijn; het moet automatisch toenemen als het maatschappelijk inkomen groeit. Als het toegestaan zou worden om statisch te blijven terwijl het maatschappelijke inkomen groeit dan lijdt de ontvanger een relatieve vermindering in inkomen. Als periodieke herzieningen uitwijzen dat het gehele nationale inkomen is gestegen, dan zou het gegarandeerde inkomen opwaarts aangepast moeten worden met een zelfde percentage. Zonder deze waarborgen zou een sluipende achteruitgang kunnen plaatsvinden die de verworven zekerheid en stabiliteit teniet doen.

Dit voorstel is geen programma van ‘burgerlijke rechten’ in de zin van het huidige gebruik van deze term. Het programma zou alle armen ten goede komen, inclusief de twee derde die blank zijn. Ik hoop dat zowel Neger als blanke zullen samenwerken in een coalitie om deze wijziging door te voeren, want hun gezamenlijke kracht zal nodig zijn om de felle oppositie, die we realistisch gezien kunnen verwachten, het hoofd te bieden.

De aanpassing van onze natie aan een nieuwe manier van denken kan worden vergemakkelijkt als we ons realiseren dat sinds bijna veertig jaar twee groepen in onze maatschappij reeds een gegarandeerd inkomen genieten. Inderdaad is het een symptoom van onze verwarde sociale normen en waarden dat deze groepen de rijkste en de armste blijken te zijn. De rijken die effecten bezitten hebben altijd een gegarandeerd inkomen gehad; en hun tegenpool, de bijstand cliënt, heeft een gegarandeerd inkomen, hoe minuscuul ook, door een bijstand uitkering.

John Kenneth Galbraith heeft geschat dat $20 miljard per jaar een gegarandeerd inkomen kan bewerkstelligen, hetgeen hij beschrijft als “niet veel meer dan we besteden in het komend fiscaal jaar aan het redden van vrijheid en democratie en religieuze vrijheid zoals deze worden gedefinieerd door ‘experts’ in Vietnam.”

De huidige maatschappelijke tendens is om onze distributie te baseren op schaarste, die vervlogen is, en om onze overvloed samen te persen in de overvoedde monden van de midden en hogere klassen totdat ze kokhalzen van overdaad. Als democratie een brede betekenis moet hebben, is het nodig deze ongelijkheid aan te passen. Het is niet alleen moreel, maar ook intelligent. Wij verspillen en verlagen menselijk leven door ons vast te klampen aan archaïsch denken.

De vloek van armoede heeft geen rechtvaardiging in onze tijd. Het is sociaal gezien even wreed en blind als de praktijken van kannibalisme aan de dageraad van de beschaving, toen mensen elkaar aten omdat ze nog niet geleerd hadden om voedsel van het land te nemen of om van het overvloedige dierlijk leven om hen heen te consumeren. De tijd is gekomen om onszelf te civiliseren door de totale, directe en onmiddellijke afschaffing van armoede.

 

  •  Booktitle: Where Do We Go From Here: Chaos or Community?
  • Chapter: Where We Are Going
  •  Auteur:  Martin Luther King, Jr.
  • Uitgever:   Harper and Row,  NY 1967
  •  Vertaald door Heleen Tims

 

Lees ook: https://basisinkomen.nl/wp/martin-luther-king-over-het-onvoorwaardelijke-basisinkomen/

 

 

Facebooktwitterlinkedinmail