Waarom een basisinkomen een beter idee is

Facebooktwitterlinkedinmail

pauldeblot“Gaat het nog om mensen?” vraagt professor Paul de Blot zich in een mooi stukje op de website van want-to-know af .[1] Hij signaleert dat het lijkt alsof het in het beleid nauwelijks nog om mensen gaat. Hij ziet hoe mensen in het bureaucratische systeem behandeld worden alsof het machineonderdelen zijn met nummers die op elkaar moeten passen. De grote boosdoener is volgens hem de bijna niet uit te bannen bureaucratische reglementering, die flexibele aanpassingen onmogelijk maakt en dure controleapparaten in stand houdt.

Paul de Blot doelt in zijn stukje voornamelijk op het leef- en werkklimaat in bedrijven, maar zijn waarschuwende woorden zijn ook van toepassing op andere terreinen van het leven, bijvoorbeeld op dat van mensen die moeten leven van een bijstands- of werkloosheidsuitkering of op de levens van mensen die juist uit het administratieve systeem zijn geschrapt: de papierlozen, de afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers.

Dit stukje gaat over mensen die kampen met bestaansonzekerheid en gebukt gaan onder het populistische beleid van ‘U hebt rechten maar (vooral) ook plichten’ en voor wie een onvoorwaardelijk basisinkomen een uitkomst zou zijn.

UWV
Betaalde banen zijn schaars geworden. In juni van dit jaar waren er volgens het CBS 91.000 vacatures[2]. In een jaar tijd zijn 147.000 banen verloren gegaan. Het aantal mensen dat betaalde arbeid[3] zoekt, bedraagt nu 694.000. Dat is 8,7% van de beroepsbevolking. Eind maart ontvingen 390 duizend mensen een bijstandsuitkering[4]. Volgens het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) daalt ook de komende jaren het aantal banen in de markt- en in de collectieve sector onder andere door bezuinigingen bij de overheid[5]. De uitvoeringsorganisatie voorziet dat er eind 2014 nog steeds 739.000 mensen werk zullen zoeken. Ook op de middellange termijn ziet het UWV geen duidelijk herstel van de arbeidsmarkt. In 2018 verwacht het nog 724.000 werkzoekenden doordat de werkgelegenheid niet alleen krimpt door de verminderde economische activiteit maar ook omdat de productiviteit per werknemer in veel economische sectoren groeit. Per saldo betekent dit voor de economische ontwikkeling dat het niet nodig is dat iedereen een baan heeft, schrijft het UWV in haar Arbeidsmarktprognose 2013-1014[6]. Dat is een opmerkelijk standpunt voor een overheidsorgaan dat is ingehuurd om de illusie in stand te houden dat er genoeg betaald werk is voor iedereen.

In Trouw van 30 juli 2013 laat minister Asscher optekenen dat oudere werklozen minder dan 1 procent kans hebben om door een open sollicitatie werk te vinden. Daarom gaat hij avondlijke groepsgesprekken organiseren waardoor de kans op een betaalde baan voor deze groep stijgt naar 30%.

Een uitkering wordt nog steeds gezien als een tijdelijke financiële ondersteuning. De ontvanger wordt geacht alles in het werk te stellen om een baan te vinden. Om hem of haar daartoe aan te sporen zijn talrijkeregels bedacht. Om te controleren of de uitkeringsgerechtigde zich houdt aan die ‘afspraken’ is een enorm beheersingsapparaat opgetuigd om bij de kleinste nalatigheid  een maatregel, boete of sanctie – verlagen of stopzetten van de uitkering – op te kunnen leggen. Zo heeft het UWV zich als doel[7] gesteld om dit jaar 47.000 overtredingen van de ‘inlichtingenplicht’ op te sporen en 107.000 maatregelen op te leggen voor overtreding van de ‘inspanningsverplichtingen’.

Gemeenten

Bij de Gemeentelijke Sociale Diensten is de situatie voor uitkeringsgerechtigden niet minder treurig.[8] Het beleid – dat per gemeente verschilt – geeft een ambtenaar (of zijn verlengstuk het re-integratiebedrijf) een ongekende machtspositie. Bij iedere tegenwerking

“het niet tijdig, niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting, de plicht tot arbeidsinschakeling of overige verplichtingen dan wel als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid” (het proza is van de gemeente Vught[9]) kan hij of zij de uitkeringsgerechtigde brodeloos en op termijn dakloos maken. Om hun burgers te controleren mogen ambtenaren vakantiefoto´s op Facebook checken, de waterrekening controleren, aanbieders op Marktplaats.nl checken, bankrekeningen opvragen, huiszoekingen doen, posten voor de deur van een bijstandsgerechtigde en zelfs verborgen camera’s gebruiken. Zinloze pesterijen. Sociale diensten bieden nauwelijks vakopleidingen en cursussen aan. Werkzoekenden worden alleen maar onder druk gezet om zich suf te solliciteren. Mensen worden onvoldoende voorgelicht, ontmoedigd, angst aangejaagd, geïntimideerd en gekleineerd. Zo’n regime leidt tot willekeur en werkt onzekerheid en een gevoel van onveiligheid bij burgers in de hand.

Dwangarbeid

Uit het recent uitgekomen SP-onderzoek De bijstandsgerechtigde aan het woord[10] blijkt dat gemeente-ambtenaren mensen veelvuldig aan de dwangarbeid zetten, dat wil zeggen, zonder arbeidscontract en ver onder het minimumloon laten zwoegen voor hun uitkering. Van de respondenten verrichtte 21% onbetaald werk voor de uitkering. Een derde van hen deed dat zelfs al langer dan 2 jaar.  Meer dan de helft van de respondenten die werkt met behoud van uitkering verricht werk dat eerder door iemand in loondienst werd gedaan. De goede wil van de bijstandsontvangers wordt op grote schaal misbruikt door hen in te zetten als extra goedkope arbeidskrachten, die anderen van de arbeidsmarkt moeten verdringen om zo door concurrentie de lonen omlaag te krijgen. Dit gebeurt allemaal met de verdediging dat werklozen ‘werknemersvaardigheden moeten aanleren’ en ‘werkritme moeten opdoen’.

En het einde is nog niet in zicht. Met de komst van de Participatiewet[11] in 2014 worden de Wet Werk en Bijstand (WWB), Wajong en de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) samengevoegd. De wet heeft gevolgen voor honderdduizenden mensen die in de bijstand zitten of een geestelijke dan wel lichamelijke handicap hebben. Zij moeten gedwongen aan de slag, maar hebben vrijwel alleen kans op tijdelijk, eentonig en onderbetaald werk. Arbeidsgehandicapten en bijstandsgerechtigden gaan deel uit maken van een arbeidsreserveleger dat op flexibele basis, zonder arbeidsrechten of fatsoenlijk loon overal kan worden ingezet [12]waar de vraag van werkgevers (of gemeenten) op dat moment het grootst is. Hun arbeid is spotgoedkoop omdat hen maar een beperkt arbeidsvermogen wordt toegedicht. Zij zullen ver onder het minimuminkomen moeten gaan werken door de loonwaardebepaling van het UWV. Het bepalen van de ‘loonwaarde'[13] van iemand is uitermate stigmatiserend en kleinerend. Mensen wordt het gevoel gegeven dat ze niet meer waard zijn dan een fractie van het minimumloon. Werklozen worden van het ene naar het andere onzinnige werktraject gejaagd. En erger: uitzicht op een ‘echte’ baan is er niet of nauwelijks. Met deze wet in de hand kunnen ondernemers mensen schaamteloos als verhandelbare producten behandelen.

Precariaat

Finse onderzoekers[14] hebben er op gewezen, dat het stelsel van sociale zekerheid zoals we dat  kenden voor de dogma’s van de neoliberale economie dominant werden, een verandering te wachten staat, maar niet in een sociaal wenselijke richting. Integendeel, het resultaat lijkt meer autoritair kapitalisme te zijn, waarin mensen gedwongen worden meer te produceren, onder zwaardere condities, terwijl tegelijkertijd  hun democratische rechten worden geschonden in naam van het heersende sociale beleid, de openbare orde en de nationale concurrentiekracht. De paradox van de liberale economie heeft aangetoond dat het liberale systeem strenge discipline en controle nodig heeft om een verschil te kunnen maken op mondiale markten. Het verhaal van de 21ste eeuw, zeggen deze onderzoekers, zal het verhaal zijn van de overgang van welzijn naar arbeidsreserve, van de welvaartsmaatschappij naar een samenleving van ingespannen werken, dat wil zeggen, een samenleving van ‘geschiktheid voor werk’ en ‘beschikbaarheid voor werk’ waarin het recht om sociale rechten uit te oefenen nauw verbonden is met de inschatting van iemands vaardigheden, de bereidheid om productief te werken en ‘deel te nemen’.

Professor Guy Standing[15] noemt de nieuwe arbeidskrachten die steeds weer geconfronteerd wordt met perioden van financiële onzekerheid het precariaat.

De term ‘precariaat’ wordt vaak gebruikt voor tijdelijke, parttime en ingehuurde, flexibele werknemers, studenten die in armoede leven tot kleine zelfstandige ondernemers en papierloze migranten. Het concept verwijst ook naar de bedreigde situatie van vaste arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaarden waardoor ook onder traditionele werknemers een precariaat ontstaat. Precariaat betekent lage en onzekere inkomens zonder de volledige bescherming van vakbonden en welzijnsinstellingen. Het gaat in beginsel niet over de vorm van het werk – een vast contract, tijdelijk werk, parttime werk, losse klussen, creatief werk, vrijwilligerswerk, zorg – die vertegenwoordigen de nieuwe arbeidsverhoudingen. Geen enkele jongere rekent er nog op dat hij of  zij het hele beroepsleven lang met een vast arbeidscontract bij één en dezelfde  werkgever zal blijven. De sociale crisis gaat om de onzekerheid over het inkomen.

Bestaanszekerheid

De enige uitweg uit de crisis is de invoering van een basisinkomen.[16] Als de overheid de sociale zekerheid wil afbreken zal zij tenminste ieders recht op bestaanszekerheid moeten waarborgen. Een basisinkomen is onvoorwaardelijk, voor iedereen, individueel, en hoog genoeg om van te leven.[17] Het maakt een fatsoenlijk leven mogelijk zonder de dwang om loonarbeid te accepteren. Het geeft mensen de kracht om rotbanen te weigeren op de arbeidsmarkt van onzekere baantjes. Het versterkt de mogelijkheid om zelf te bepalen wat voor soort werk je wil doen en wanneer je wil stoppen als de werkzaamheden niet meer voldoen. Een onvoorwaardelijk basisinkomen bevrijdt mensen, zodat zij weer zelf richting kunnen geven aan hun leven. Paradoxaal, maar het kan gezien worden als een ‘echte activering’ van werklozen, aangezien voor het vinden van werk in deze samenleving geld nodig is: geld om te sporten en te reizen, geld om te leren en op te voeden, geld om lief te hebben, te eten en maatschappelijk actief te zijn, geld voor internet en een mobiele telefoon. Armoede deactiveert.

Europees Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen

eci-ubi-NLDwars tegen de trend van onmacht en de heersende populistische tijdgeest in is een groep Europese burgers een actie gestart om een basisinkomen als mensenrecht te garanderen.[18]  Zij hebben een Europees Burgerinitiatief voor de invoering van een Onvoorwaardelijk Basisinkomen van de grond getild.[19] De Europese Commissie registreerde op 14 januari 2013 dit initiatief. Tot 14 januari 2014 moet de beweging 1 miljoen steunbetuigingen of handtekeningen verzamelen. Tweeëntwintig landen in Europa nemen al deel aan dit initiatief. Daarvan moeten tenminste 7 landen het aantal vereiste steunbetuigingen halen. Voor Nederland zijn dat er 19.500 of liever 25.000 in verband met ongeldige of dubbele steunbetuigingen. Als de organisatoren van dit Europees Burgerinitiatief er in slagen om meer dan één miljoen handtekeningen te verzamelen, is de Europese Commissie samen met het Europees parlement verplicht om de mogelijkheden voor de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen grondig te bestuderen.

Steun het Europees Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen door te tekenen op http://sign.basicincome2013.eu

Voor heel veel meer informatie over het basisinkomen kunt u natuurlijk op onze site vinden  https://basisinkomen.nl. Hier kunt u ook lid worden van de Vereniging Basisinkomen https://basisinkomen.nl/wp/lid-worden/

De Vereniging Basisinkomen heeft nog heel veel hulp nodig bij de campagne. Meld u aan! Doe mee!

Voor mensen die met sociale media werken, zijn hier wat belangrijke adressen:

 

Amsterdam, 15 augustus 2013.

Florie Barnhoorn, lid Vereniging Basisinkomen

Ad Planken, voorzitter Vereniging Basisinkomen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube