Wat niet weet, wat niet deert?

Ruim 40 % van de mensen sluit volgens een enquête de ogen voor het leed en de armoede waarin velen verkeren.
Dat baart Willem wel enige zorgen. Als dat waar is, dan wordt de discussie over het basisinkomen wel heel moeilijk. Willem hoopt dat deze cijfers niet representatief zijn.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Zaterdag 25 september 2021 was Willem aanwezig bij de bijeenkomst van de Vereniging Basisinkomen. Dat was voor mij de eerste keer. Je bent jong en je wilt wat. Nieuwsgierig naar de mensen die de moeite nemen om op een zonnige dag te willen luisteren naar een andere manier van denken. Willem is overtuigd van het invoeren van een basisinkomen, te beginnen met het afschaffen van het uitkeringen circus.

Na de demonstratie was de bijeenkomst in de kerk op de Keizersgracht. Duidelijke een Gereformeerde kerk, Willem is van Katholieke oorsprong. Niks mis mee, mooi gebouw uit 18 honderd zoveel. Ik mis de (overdreven) pracht en praal, stammend uit de tijd dat je je plekje in de Hemel kon kopen.

Dit verhaal gaat niet over de bijeenkomst. Deze was prima, leuke mensen ontmoet en weer een bron van inspiratie. Dit verhaal gaat over twee verkeersregelaars.

Om in Amsterdam een demonstratie goed te leiden heb je wel assistentie nodig. Niet dat er duizenden demonstranten waren, maar wel duizenden fietsers, wandelaars, auto’s enz. Amsterdam, een prachtige stad, maar ik zou er niet willen wonen. Wat een drukte, wat hectisch, geef mij het platteland maar.

Bij de kerk moesten we een klein halfuur wachten alvorens naar binnen te gaan. Twee verkeersregelaars, een man van rond de vijftig, een jonge jonge van geschat nog geen twintig. Ik denk van Surinaamse afkomst.

In gesprek met die oudere man schrok ik van zijn manier van denken. “Waar gaat dit eigenlijk over?” vroeg hij mij. Ik legde hem uit over basisinkomen voor iedereen.
Hij reageerde; “wat een onzin, mensen met een uitkering zijn te lui dat ze werken.” “U denkt wel erg zwart-wit, er zijn ook mensen die niet kunnen werken.” Oké, daar wilde hij wel in meegaan om die wél een uitkering te gunnen.” “Armoede is onzin”, zei hij. “Als je niet werkt is dat je eigen verantwoording.” Intussen kwam er iemand bij staan die hem op andere gedachte probeerde te brengen. Nou, dat lukte dus niet. “Als mijn buren in armoede leven, is dat hun probleem, niet het mijne.” Nou ben ik gelukkig van het “rustig blijven” type, had hij iemand gesproken met een hoger adrenaline pijl, was dit gesprek anders verlopen. “Kijk, mensen moeten een voorbeeld nemen aan die jonge”, wijzend naar zijn collega. “Die jonge studeert zijn eigen te pletter en werkt er alsnog 20-30 uur bij”

In tussen was zijn jonge collega het verkeer aan het regelen. Het was niet druk, maar de aanwijzing-langzaam rijden- had nut.

De oudere man nam het van de jonge over. Willem in gesprek met deze jongeman. “Ja, meneer ik volg een politie opleiding en om tóch geld te hebben, werk ik erbij.” Ik deed hem de complimenten voor zijn motivatie.
“Ja, zei hij, ik werk al vanaf mijn 12e bij.” “Thuis zijn we met zijn zevenen, mijn vader kan niet werken, dus leven we van de bijstand.” “Gelukkig werkt mijn oudere broer nu ook bij, zodat mijn ouders het nu iets beter hebben.” “Maken jullie gebruik van de Voedselbank?” vroeg ik hem. “Ja, meneer al acht jaar, zonder Voedselbank zou we nu op straat gestaan hebben.” Hij vertelde dat hij als jochie zelfs vrijwilliger was geweest bij de Voedselbank. Pakketten rondbrengen op de bakfiets. “Toen hadden we 500 klanten, nu zijn het er 2000”. “Amsterdam is alleen nog voor de rijken, arm zijn is hier een drama.” Deze jongeman, uitermate correct in zijn praten, zijn vriendelijke uitstraling, de ideale schoonzoon.

Ik vroeg hem; “weet jouw collega, van jouw situatie van jouw achtergrond?” “Nee, meneer, daar hebben wij het nooit over.” “Dan zou jij knap moeite hebben met zijn manier van denken over de maatschappij?” “Ja, ene oor in andere oor uit.” “Ik denk, als jij je verhaal wél zou moeten vertellen, hij kan veel van jou leren.” “Denkt u?” “Ik denk het wél, hij mag jouw graag, maar hij weet niets over jou.” Mijn reactie bracht de jongeman duidelijk in verwarring. Wat niet weet, wat niet deert, toch?

Inmiddels kwam de oudere collega bij ons staan. De aanwezigen gingen de kerk in. Hun dagtaak zat erop. Ik zei tegen de oudere man;” als jullie zo naar huis rijden, vraag eens aan jouw jonge collega, vertel eens…………daar kan jij nog veel van leren.” Hij antwoorde; “zullen dat maar doen dan?”

Inmiddels was bijna iedereen de kerk in. Op de traptrede riep de jongeman naar mij; “meneer bedankt voor dit gesprek.”

Dit verhaal heeft niets te maken met het basisinkomen? Natuurlijk wél. Wanneer dit gezin en deze jongeman een basisinkomen hadden gehad, was hun veel ellende gespaard gebleven.

Dit verhaal heeft als titel: Wat niet weet, wat niet deert?
Met bewust een vraagteken er achter.

Er stond een soort enquête op LinkedIn.

De ellende in het land heeft invloed op mij als persoon?

Ik heb er last van:
55% Nee,
ik laat het niet toe 42%

Mijn conclusie; de mening van die oudere verkeersregelaar is niet zeldzaam. Dit baart Willem wel enige zorgen. Wanneer 42% zich niet druk maakt, dan wordt de discussie over het basisinkomen wel heel moeilijk. Gelukkig zijn deze cijfers niet representatief. Hoop ik.

Willem de Graaff, oktober 2021