Is wederkerigheid nodig voor de legitimiteit van de sociale staat en haar morele ondersteuning?

De eis van wederkerigheid zou uitsluitend op het morele vlak mogen spelen, maar niet op het juridische en politieke. Je zou mensen er niet concreet op af moeten rekenen en daarop controleren.
Basisinkomen is geen gunst en het is ook geen solidariteit. Nee, het is een eerlijke verdeling van wat we al van eerdere generaties gekregen hebben.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Het aantal argumenten om een basisinkomen in te voeren is groot.
Er zijn ook tegenwerpingen maar die kunnen we prima weerleggen.
Klik hier voor het overzicht.
Jouw reacties of aanvullingen zijn van harte welkom en je kunt ze via het contactformulier naar ons verzenden.

Onderstaand komt een vaak gehoord bezwaar aan de orde

Wederkerigheid is nodig voor de legitimiteit van de sociale staat en haar morele ondersteuning

Toelichting tegenwerping
Wederkerigheid (reciprociteit) is noodzakelijk voor de legitimiteit van de sociale staat en haar morele ondersteuning.
Voor wat hoort wat!
Aan armoedehulp moet de voorwaarde zitten dat je je best doet uit de armoede te komen.
Wanneer ze dat kunnen, horen mensen zelf voor hun basisbehoeften te zorgen (wat meestal neerkomt op betaald werken). Er is geen recht op inkomen, want dat vereist inbreng van anderen, en dat is onrechtvaardig.
Veel mensen zullen niet accepteren dat zij moeten werken voor het basisinkomen van anderen, terwijl die anderen gewoon thuis mogen blijven (geen maatschappelijk draagvlak/solidariteit wordt ondermijnd/ het principe van reciprociteit is voor veel mensen belangrijk als het op solidariteit aankomt (onderzoek Paul de Beer)).
Deze opvatting leeft heel sterk, in meerdere politieke en maatschappelijke stromingen.

Weerlegging tegenwerping

Ter relativering kan opgemerkt worden dat  in praktijk deze opvatting alleen relevant is voor gezonde volwassenen tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De eis van wederkerigheid wordt niet gesteld aan kinderen, zieken en ouderen. Ook mensen met voldoende vermogen kunnen zich aan de eis van wederkerigheid onttrekken!

Kris Hardies schreef in 2014 een stevig en doorwrocht  ethisch verhaal over dit onderwerp (Een ethische beschouwing over het basisinkomen).
Hij start met de constatering:
Pleidooien voor de invoering van het basisinkomen ondervinden veel weerstand in een maatschappij waarin  de productieve deugd en het travaillisme overheersen.
Vervolgens pakt hij een aantal redeneringen van voorstaanders van het basisinkomen aan en haalt deze grondig onderuit, omdat onrechtvaardigheid onvermijdbaar het resultaat is van de redeneringen.Er blijft uiteindelijk één redenering overeind:
Uitgaande van een moreel recht op een gelijk aandeel in de hulpbronnen die ons op dit moment ‘om niet’ zijn gegeven, is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen rechtvaardigbaar.

Meer recent is er een betoog van Philippe van Parijs in een interview door Rutger Bregman (Deze filosoof weerlegt het belangrijkste argument tegen het basisinkomen). Een citaat:
‘Het begint weer met een simpele vraag. ‘Welk deel van ons inkomen danken wij aan onze eigen verdienste?’ Als ik heel gul ben, dan zou ik zeggen: 10 procent. En de rest danken we aan de gunstige context waarin we leven. Aan de technologieën die al zijn uitgevonden, de instituties die al zijn gesticht, de taal die we spreken, de familie waarin we zijn geboren, de giften van Moeder Natuur, noem maar op.’
‘Hieruit vloeit een veel fundamentelere rechtvaardiging van het basisinkomen voort. Het is geen gunst en het is ook geen solidariteit. Nee, het is een eerlijke verdeling van wat we al van eerdere generaties gekregen hebben.’

Ook Ingrid Robeyns gaat in haar beruchte essay van eind 2018 in op het wederkerigheidsprincipe. Ze houdt daar een behoorlijk genuanceerd betoog over wat uitmondt in de conclusie dat dit principe uitsluitend op het morele vlak zou moeten spelen, maar niet op het juridische en politieke, dat je dus mensen er niet concreet op af zou moeten rekenen en controleren.
Maar ze vermoedt dat deze opvatting niet leeft bij een groot deel van de bevolking, waar het sentiment overheerst dat men zijn uitkering moet verdienen. Dat is helaas geen steun in de rug voor de invoering van basisinkomen.

Tenslotte
Wederkerigheid veronderstelt verbinding. Het veronderstelt eenheid.  Wederkerigheid veronderstelt samenwerking. Onvoorwaardelijk iets ontvangen is uit den boze zou dat betekenen.
Inkomen gaat over levensonderhoud. Levensonderhoud komt van onze aarde. Onvoorwaardelijk levensonderhoud is uit den boze vanwege die wederkerigheid. Welke tegenprestatie heb jij dan voor ogen die jij, ik en de anderen (gaan) leveren aan de aarde voor ons dagelijks levensonderhoud waaronder de lucht die we nu ademen?


Argument At1
Invalshoek Waarden en mensbeeld
Oorspronkelijke publicatie op deze website in 01. Bezwaren basisinkomen: Waarden en mensbeeld