Wereldbasisinkomen (UNO-inkomen), een 25 jaar oud idee

Facebooktwitterlinkedinmail

Midden in de jaren negentig is een documentaire gemaakt over het wereldbasisinkomen, een plan van Pieter Kooistra. Wat kunnen we nu nog met zijn plan?

Pieter Kooistra bedacht ruim dertig jaar geleden het UNO-inkomen ofwel het wereldbasisinkomen. Hij schreef hierover twee boeken: Voor, als basisinkomen voor alle mensen in 1983,  en in 1993 over sociocratie en basisinkomen Het ideale eigenbelangEen UNO-Marshallplan voor alle mensen.

Zie ook een documentaire  uit 1997:  Het ideale eigenbelang.

Zie voor meer informatie over Pieter Kooistra dit bericht uit 2011 op de website van de Vereniging Basisinkomen en de website van het Veerhuis te Varik, waar zijn kunst en zijn gedachtegoed in ere gehouden wordt. Zie ook een boekbespreking uit 1993.

Het plan van Pieter Kooistra wordt in zeer grote hoofdlijnen uiteengezet in de eerder genoemde film, maar dat biedt weinig inzicht in de uitwerking. Het plan is, naast de boeken van Pieter Kooistra zelf, duidelijker beschreven door Lisinka Ulatowska in “Het jaar 2000, Kruispunt van de mensheid. Nieuwe wegen door een wereldbasisinkomen voor alle mannen, vrouwen en kinderen”, 1995 en door Marleen Brutyn in een PDF-document van 14 pagina’s Voor een Vreedzame economie, het UNO-Wereld Marshallplan, 2013.

 

Uitgangspunt en plan

Een belangrijk uitgangspunt van Pieter Kooistra gaat over het begrip werk:
We zouden dus het begrip ‘werk’ niet beperkt moeten zien tot ‘betaald werk’ alleen, maar het uitbreiden met ‘onbetaald werk’ in de zin van vrijwilligerswerk voor anderen. Sterker nog, we zouden het zelfs moeten uitbreiden tot elk bezig zijn, dus ook het ‘onbetaalde werk’ voor zichzelf in de studie- of hobbysfeer.
Dat is voor degenen die nu vertrouwd zijn met het begrip basisinkomen geen verassende opvatting, maar hij noteerde dat dertig jaar geleden al. En ook:
Door de verregaande automatisering van de productie zijn wij één van de (bevoorrechte) samenlevingen, die zijn burgers voor het eerst in de geschiedenis kunnen voorzien van de primaire levensbehoeften (voedsel, kleding, woning, veiligheid). De basisprijs hiervan zou de overheid iedereen zonder enige tegenprestatie maandelijks kunnen uitkeren. Onze andere behoeften zouden we gedifferentieerd naar aanleg en voorkeur zelf moeten kunnen bepalen. 

In het plan van Pieter Kooistra krijgt IEDERE wereldbewoner (,man, vrouw, kind) jaarlijks een gegarandeerd en gelijk inkomen van 250 UNO-dollars.
Hij gaat ervan uit, dat de echte levensbehoeften van iedere wereldburger geïnventariseerd kunnen worden in een centraal computersysteem.
Hij stelt voor een centrale UNO-bank op te richten, die op grond van deze inventarisatie ieder die dat wenst een basisinkomen verschaft, dat deels in deze behoeften kan voorzien.

Als de VN op grond van voorafgaande inventarisatie het aantal wereldbewoners kent en dus ook het totaal bedrag aan tegoeden en weet wat te bestellen en bij welke bedrijven, kan er door de UNO-bank een overeenkomstige hoeveelheid extra geld gecreëerd worden. Het kan beschouwd worden als een waardevaste schepping van geld, mogelijk gemaakt door de beslissing van dat jaar in de extra wereldeconomie op grond waarvan de extra productie en consumptie in evenwicht zijn. Ieder land heeft een aandeel in die extra gecreëerde koopkracht gebaseerd op het aantal inwoners.

Door de inventarisatie vooraf zijn geen voor-investeringen nodig, dus er zijn ook geen rentekosten.

De individuele wereldburger krijgt in feite zelf geen geld in handen. De overdracht gebeurt via de levering van duurzaam geproduceerde goederen en het is de VN die beslist welke bedrijf deze duurzaam geproduceerde goederen mag leveren aan de consument-wereldburger.

Om dit te organiseren wordt elk gezin minstens eens jaar door de 2 UNO-werkers bezocht, die voor die buurt zijn aangesteld. In een persoonlijk gesprek wordt overlegd hoe hun persoonlijk UNO-tegoed het beste besteed wordt. Daaraan kunnen overigens weel voorwaarden worden gesteld, gezond, ecologisch verantwoord e.d.)
Het resultaat kan alleen het gevolg zijn van het consent (sociocratische besluitvorming) van de 3 betrokken partijen : de persoon zelf als consument, de vertegenwoordiger van de betrokken gemeenschap en de vertegenwoordiger van de gehele mensheid (UNO).
Een aantal gemeenschappen vormen samen een buurt van circa 1.000 personen, waarin basisgroepen van circa 10 volwassenen bestaan.
De besluitvorming wordt in 8 lagen geschakeld zoals bij sociocratische kringen: 10 buurten vormen samen een wijk, 10 wijken een stad of regio, enz. via provincie, staat (of staatsdeel) en statenblok naar de hele wereldgemeenschap.

Centraal principe in dit plan is dat iedere wereldburger er bij wint en, in tegenstelling met wat in bijvoorbeeld een herverdelingsplan om het basisinkomen te financieren het geval zou zijn, er niemand iets afgenomen wordt, m.a.w. dat het beantwoordt aan het all win of ieder wint principe.
Pieter besteedde veel aandacht aan de geldschepping. Daaraan heeft ook Jan Tinbergen adhesie betuigd.

Hoe kunnen we hier vandaag naar kijken

Met de ogen van nu zien we een groot aantal haken en ogen aan dit plan, vooral voor wat betreft de uitwerking.
Als de wereldgemeenschap dat echt zou willen, is er natuurlijk geld genoeg om iedere wereldburger een bedrag te geven waar hij/zijn  in zijn/haar omgeving van rond kan komen.
Maar zowel bij  het functioneren van die wereldgemeenschap als bij de uitwerking van het plan vallen wel wat kanttekeningen te maken:

  • de individuele wereldburger krijgt zelf geen geld in handen, dus er is geen sprake van basisinkomen volgens de meest gangbare definities. Dat hoeft niet erg te zijn, we kunnen het gewoon UNO-inkomen noemen!
  • De overdracht gebeurt via de levering van duurzaam geproduceerde goederen en het is de VN die beslist welke bedrijf deze duurzaam geproduceerde goederen mag leveren aan de consument-wereldburger. Dat wijze van regulering mogelijk zou zijn, kunnen we ons vandaag aan de dag moeilijk meer voorstellen. Het zou goed zijn de bedoelingen van Pieter nader te analyseren en te zien of die realiseerbaar zijn in een minder regulerend systeem!
  • De geloofwaardigheid van de VN als krachtige organisatie is de laatste 30 jaar niet toegenomen en ook statenblokken als de EU krijgen minder voor elkaar.
    Is er een manier van invoeren mogelijk waarbij minder geleund wordt op deze instituties?
  • Er is sprake van geldschepping en gesteld wordt dat dit waardevast is. Of dit economisch helemaal goed is uitgedacht is de vraag. In de discussie van vandaag over geldschepping zien we enerzijds dat banken dat bijna onbeperkt doen, anderzijds dat economen waarschuwen voor inflatie.
  • Er wordt een gigantische organisatie opgebouwd door de VN met circa 30 miljoen medewerkers. Is dat nodig, werkbaar en wenselijk? Kan dit anders?
  • Het jaarlijkse huisbezoek bij iedereen, is dat een idee waar we echt warm van worden?
  • De systematische opbouw van de besluitvorming via sociocratische kringen, hoe regel je dat in een wereld vol instabiliteit, waarin heel groepen niet met anderen samen wensen te werken en ook nog eens grote migratiestromen plaatsvinden?
    Of moeten we maar beginnen op die plekken waar de instabiliteit wel meevalt?
  • In het plan wordt veronderstel dat geen grote bureaucratie nodig is omdat via de toenemende automatisering alles eenvoudig verwerkt kan worden. Zijn we nu nog zo optimistisch over het goed werken van digitale informatiesystemen als Pieter Kooistra circa 30 jaar gelden dacht?

Deze opsomming, die ongetwijfeld geamendeerd en/of aangevuld kan worden, geeft genoeg reden tot twijfel aan de haalbaarheid van het oorspronkelijke plan.

Vraag is natuurlijk wel of we de goede elementen er niet uit kunnen pikken en het onderwerp breder dan per land apart op de agenda te krijgen.

Het UNO-inkomen en het Veerhuis in Varik

In het Veerhuis in Varik aan de Waal (waar Pieter Kooistra lang gewoond heeft) krijgen projecten en werkgroepen een plek om het gedachtegoed van Pieter Kooistra, waaronder het UNO-inkomen, invulling te geven.
In samenwerking met andere organisaties wordt geijverd voor een wereldbasisinkomen en onderzocht in theorie en praktijk welke mogelijkheden bestaan om een basisinkomen te implementeren. Het Veerhuis wil een internationaal verzamelpunt te zijn van vernieuwende ideeën op het gebied van supplementaire economie. Hierbij gaat het om het openen van nieuwe economische perspectieven, naast en in aanvulling op de huidige economie¸ waardoor mensen zelf hun levensomstandigheden kunnen verbeteren.
Overwogen wordt om activiteiten op te starten expliciet gericht zijn op het UNO-inkomen en een adequate aanpassing daarvan aan de wereld waarin we nu leven.

Reyer Brons (redactie), 13-1-2017

Deze tekst is mede tot stand gekomen dankzij bijdragen van Christina Lambrecht en Pieter Prior. Ook is dank verschuldigd aan Lisinka Ulatowska, Marielle Jansen, Marleen Brutyn en Henry Mentink  voor commentaar op een eerdere ontwerp-versie.

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube