Wie betaalt het basisinkomen uit?

Facebooktwitterlinkedinmail

Zodra invoering van basisinkomen echt aan de orde komt, moet ook de vraag gesteld worden wie dat uitbetaalt aan de ontvangende burger. Dat lijkt een technische vraag, maar de consequenties van verschillende keuzes moeten niet onderschat worden.
Op een eerdere versie van dit stuk kwam o.a. als reactie of dit wel de meest prangende vraag is als het gaat om het basisinkomen.
Natuurlijk niet, is daarop het antwoord. Maar soms moet je ook even stil staan bij minder belangrijke zaken!

Ik zie in principe vier methoden om de uitbetaling te organiseren:
1. Specifieke instantie zoals de SVB
Er is een instantie die specifiek gericht is op uitbetaling van het basisinkomen aan alle ontvangers. Deze instantie krijgt de benodigde middelen van een andere instantie.
In de Nederlandse situatie zou je kunnen denken aan uitbetaling door de SVB (Sociale VerzekeringsBank), die het geld dan weer via het Ministerie van Financiën ontvangt van bijvoorbeeld de Belastingdienst.

2. Belastingdienst
Uitbetaling van het basisinkomen vindt plaats door de instantie die ook het geld int. In de Nederlandse situatie is dat de belastingdienst.
Voor zover en zolang de Belastingdienst zijn geld in sterke mate int door belasting op inkomsten van burgers, kan de uitbetaling van het basisinkomen verrekend worden met de verschuldigde belasting.

Dat kan via de systematiek van het garantie-inkomen (vaak ook aangeduid als negatieve inkomsten belasting, zie voor uitleg van de termen Basisinkomen, soorten en terminologie). Daarmee wordt veel  minder geld rondgepompt dan wanneer de Belastingdienst alleen maar int en bijvoorbeeld de SVB uitbetaalt.

De systematiek van garantie-inkomen vereist een toets op de hoeveelheid af te dragen belasting. In mijn optiek is dat geen toets op inkomen, dus deze systematiek kan terecht gezien worden als uitvoeringsvariant van het onvoorwaardelijke basisinkomen.
NB.
Sommigen zijn scherper in de leer en zien deze toets wel als het introduceren ven een voorwaarde
. Maar ook dan blijft het een interessante methodiek!

3. Duaal systeem
Uitbetaling vindt in een duaal systeem plaats. Voor degenen die inkomen genieten uit werk, dienstverlening, productie of handel wordt het inkomen tot het bedrag van het basisinkomen als zodanig gelabeld, waarna alleen de rest als aanvullende (belastbare) inkomsten worden gezien.
Voor degenen die niet over inkomsten beschikken, zal uitbetaling van het basisinkomen door een daartoe aangewezen instantie gebeuren. In Nederland bijvoorbeeld de SVB of de Belastingdienst.
Omdat in de (door mij gebezigde) defintie van het basisinkomen in nhet midden blijft wie het basisinkomen verschaft, is dat mijns inziens geen probleem.
Deze aanpak wordt n Nederland in elk geval bepleit door Michiel van Hasselt (boek: Democratie doe wel – BASISINKOMEN.NLjanuari 2016, notitie: Doe wel: Duaal BASISINKOMEN.NLmei 2016) en recent in België door Roland Dûchalet (Duchâtelet schrijft vernietigende reactie op “analyse” van Itinera over basisinkomen).
Problematisch bij deze methode is het grensgebied tussen de twee betaalwijzen. Het is lastig dat op een eenvoudige manier te regelen zonder complexe controles of ongewenste neveneffecten. Michiel onderkent dit probleem in zijn boek en slaagt er maar gedeeltelijk in dit te verkleinen.


4. Collectieve zorgzaamheid

Er worden collectieven gevormd die er zorg voor dragen dat alle leden van de gemeenschap over voldoende middelen van bestaan beschikken.
Deze aanpak wordt vaak bepleit door degenen die de rol van overheid minder groot willen maken dan nu het geval is, of deze zelfs geheel af willen schaffen.
Bij deze benadering pas dat een deel van de bestaansvoorwaarden in natura beschikbaar kunnen zijn, waardoor het basisinkomen als bijdrage in geld minder belangrijk wordt.
Zelf heb ik grote moeite mee me concreet voor te stellen hoe dat zou kunnen gaan werken , maar wie weet kunnen voorstanders van deze benadering dat wel invullen.
Ik betrek deze optie dan ook niet in het verdere betoog, maar sta open voor anderen die dit uit willen werken.


De beste keus?

Wat de beste keus is, hangt vooral af van de manier waarop het geld om het basisinkomen bij elkaar te collecteren, is geregeld.

Als we dicht blijven bij de manier waarop de zaken nu in Nederland geregeld zijn, is het duale systeem een keuze die grote voordelen heeft omdat veel zaken geregeld kunnen worden op een manier die dicht bij de huidige gang van zaken blijft.

Principieel het meest ingrijpende  is dat met name werkgevers een deel van het uit te betalen salaris moeten labelen als basisinkomen. Dat grijpt diep in op de bestaande contracten en de CAO’s.

Praktisch zal er echt een goede oplossing gevonden moeten worden voor de grensproblemen bij salarissen die in de buurt van het basisinkomen zitten, zodat de overgang tussen betaling door de wekgever of een uitkeringsinstantie niet te veel complicaties geeft.

Een stap die iets meer aanpassing vraagt is uitbetaling door de Belastingdienst in de vorm van een garantie-inkomen, dat verrekend kan worden met belastingafdrachten uit andere inkomsten.
Dit betekent een waarschijnlijk best wel lastige aanpassing van het belastingstelsel, waarbij het huidige complexe stelsel van heffingskortingen, toeslagen, aftrekposten en schijven opnieuw ingeregeld moet worden. Met alle getouwtrek door belanghebbenden dat daarmee gepaard zal gaan.

Ook moet er een niet al te complexe methode om de maandelijkse transactie tussen de belastingdienst en de burger (een schatting vooraf van garantie-inkomen minus af te dragen belasting) te kunnen muteren als de omstandigheden wijzigen.
Dat laatste probleem doet zich niet voor als de uitkeringsinstantie (bijvoorbeeld de SVB) een andere is dan de Belastingdienst. Het is te verwachten dat voor belastingplichtigen de belasting zal stijgen om de extra inkomsten van het basisinkomen (deels) te compenseren.
Hetzij omdat dat bij de invoering zo geregeld wordt, hetzij doordat de de dynamiek van arbeidsmarkt en overheidsfinanciën dit noodzakelijk maakt. Dat betekent een geldstoom van de SVB naar de burger die daarna weer afgegeven moet worden (eventueel via de werkgever, maar daar wordt het niet eenvoudiger van!) aan de Belastingdienst. Dus extra veel geldverkeer met kans op fouten en complicaties.
Een voordeel van een andere instantie  (zoals de SVB) dan de Belastingdienst voor de uitbetaling is dat die gewend is te weken met uitkeringen op basis van weinig en simpele criteria en dat dus ook heel goedkoop kan. Dit in tegenstelling tot de Belastingdienst, die hel veel erg precies moet weten voor de eindafrekening en dus of heel duur is in de uitvoering, of veel steken moet laten vallen.

Maar deze redenering houdt alleen stand zolang een belangrijke grondslag voor de belastinginning de inkomsten van burgers (vooral uit betaalde arbeid) betreft. Het is de vraag of dat houdbaar is bij de toenemende automatisering en het is ook de vraag of het niet wenselijk is vooral andere grondslagen voor inning van de belastingen te vinden.
Zie bijvoorbeeld het pleidooi van Leon Segers (Basisinkomen en inkomstenbelasting gaan niet samen) om de belasting op arbeid radicaal af te schaffen en met name te vervangen door belasting op het gebruik van grondstoffen. Een benadering die ver af staat van wat we nu in Nederland gewend zijn, maar als we serieus die kant uit gaan vervallen de voordelen van de systematiek van het door de Belastingdienst uit te keren garantie-inkomen.
Evenmin op korte termijn haalbaar is een idee van de Basisinkomenpartij (die in maart jl. slechts enkele duizenden kiezers haalde) om het basisinkomen te betalen uit de opbrengsten van te deprivatiseren nutsbedrijven en natuurlijke hulpbronnen. Om dat geld te innen is de  Belastingdienst niet nodig, alleen een ingrijpende nieuwe visie in Nederland en de uitvoering daarvan!

In de actuele discussie is het afschaffen van belasting op inkomsten van burgers nog ver weg. Ik ben er van overtuigd dat we die kant op moeten, maar het draagvlak daarvoor is op dit moment nog te klein.
Dat betekent voor mij dat op de korte termijn uitbetaling van het basisinkomen (in de vorm van garantie-inkomen) door de Belastingdienst de voorkeur heeft. Dat geeft de mogelijkheid flink te snoeien in de complexiteit van het belastingstelsel en de andere uitkeringsinstanties af te schaffen of minstens drastisch te verkleinen.

Reyer Brons,  6-7-2017

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube